Wandelen met Allerzielen; Tussen hemel en vagevuur, dodenakkers en kerkhoven

Allerzielenwandeling: zondag 31 okt. Inl 020-6238184. De route langs de grafheuvels in het Zuylensteinse Bos bij Leersum is aangegeven met rode paaltjes. Bij de plaatselijke VVV is de Voetspoorkaart nr 36 Amerongen-Leersum verkrijgbaar.

Wie weet nog dat het op 1 en 2 november verboden is om koeien naar de wei te brengen of was op de bleek te leggen? Op die dagen mogen de zielen van de gestorvenen immers tijdelijk het vagevuur verlaten en ronddwalen op kerkhoven, zweven over velden en wegen en hun vroegere woning bezoeken. Slechts in het katholieke zuiden worden die eerste twee dagen in november de doden nog herdacht door de kerkhoven te versieren met lichtjes en bloemen. Maar dat is dan ook door de Kerk op die dagen vastgesteld. Het was de kerstening van een heidense gewoonte. Want al volgens de Germanen kondigde de fluitende herfstwind het stervende jaargetijde aan en het rondstormen van de overledenen door het luchtruim.

In 835 wees Lodewijk de Vrome op bevel van Paus Gregorius V 1 november aan als Allerheiligendag, daarmee de Kerk van een probleem verlossend. Tijdens de Romeinse overheersing waren veel martelaren en heiligen anoniem gestorven. Om ze toch te eren kregen zij één dag, met z'n allen tegelijk. Een eeuw later, in 938, stelde de abt van Cluny op 2 november Allerzielen in om de gewone stervelingen te gedenken. In Vlaanderen verbond men er de gewoonte aan om allerzielenbroodjes te bakken, die ze òf 's nachts voor de arme zielen buiten zetten, òf zelf opaten. Want "hoe meer men eet, hoe meer zieltjes men verlost'.

Maar elf eeuwen zijn lang en bijna niemand die deze gewoonten nog eert. Niemand, dat is Nemo, de Vereniging voor Vrije Wandelaars. Deze vereniging, die zich sterk maakt voor het behoud van onverharde paden in Nederland, organiseert op 31 oktober een stormachtige wandeling tussen hemel en vagevuur, langs dodenakkers en kerkhoven. Organisator Peter Spruijt hoopt op "mistig en guur' weer. Dan is een herfstbos op zijn mooist.

Om in de juiste sfeer te raken zal op de heenweg in de bus een Requiem van Dvorák worden gespeeld. Tijdens de wandeling zal Spruijt teksten declameren, onder andere uit Dantes Divinia Commedia. De route die Nemo heeft uitgekozen loopt over de Utrechtse heuvelrug. Niet dat daar zo veel bijzondere kerkhoven zijn, maar er staan wel twee bijzondere grafmonumenten. De wandeling begint bij het graftempeltje van de laatste Duitse keizer Wilhelm II, die na de Eerste Wereldoorlog uit Duitsland vluchtte en onderdak vond in Huis Doorn. Willem sleet zijn leven in ballingschap. Na zijn dood in 1941 werd zijn kist op het landgoed in een tempeltje gezet. Niet ònder de grond, maar erbòven, op bevel van de overledene. Als het Duitse Rijk herenigd werd, wilde de keizer dat zijn stoffelijke resten naar Duitsland werden overgebracht en in Duitse grond begraven. Nog altijd ligt Willem in Doorn.

Vanaf Doorn is het zo'n tien kilometer lopen naar het tweede hoogtepunt van de wandeling, het enige echte "mausoleum' van Nederland. De graftombe van Nellesteyn in Leersum is een 14 meter hoge witte toren uit 1818, gebouwd in opdracht van Mr. Cornelis Jan van Nellesteyn. Hij liet de tombe, in navolging van de Egyptische farao's, al tijdens zijn leven neerzetten. Het grasveldje ervoor reserveerde hij als begraafplaats voor zijn personeel.

Het gebouw in Frans-Italiaanse Empirestijl is ontworpen door Johan David Zocher jr, bekend om zijn ontwerpen voor het Amsterdamse Vondelpark en de plantsoenengordel rond de stad Utrecht. In de zomermaanden is het grafmonument voor het publiek open, nu staat het wezenloos uit te staren over de bossen. Bij mooi weer kun je vanaf de top kijken tot Amersfoort, 's Hertogenbosch en Nijmegen. Nellesteyn zocht niet zomaar een plek uit voor zijn laatste rustplaats. Hij koos De Donderberg, in het verre verleden vermoedelijk een plaats voor godenverering.

In de bossen rond Nellesteyns tombe bevinden zich zes grafheuvels uit de Midden-Bronstijd (va 1500 v Chr). De heuvels hebben een doorsnede van ongeveer 12 meter en zijn zo'n anderhalve meter hoog. Schatgravers en konijnen hielden hier huis, totdat in 1982 de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek ingreep. De begraafplaatsen werden gerestaureerd en tot archeologisch monument uitgeroepen. Het bos werd met 70 bomen uitgedund om de heuvels beter herkenbaar te maken.

Volgens oude legenden dwalen op 1 en 2 november prehistorische zielen rond de grafheuvels. Wie hier geen geloof aan hecht, kan zich amuseren met het voorspellen van het weer. Want: "Houden de kraaien voor Allerheiligen school, zorg dan voor hout en kool', en de dag erna geldt: "Met Allerzielen wit gewemel, in het voorjaar een blauwe hemel'.

    • Florence van Berckel