Voor Duitsers is "Europa' steen des aanstoots geworden

BONN, 28 OKT. “Kohl is in Maastricht in de luren gelegd, omdat hij niet opgewassen was tegen zijn Romaanse tegenspelers Mitterrand en Andreotti, en ook omdat de D-mark hem niet genoeg waard was om ervoor te vechten”. Dat schrijft Bruno Banulet in een recent boekje ("Duitsland op weg naar zijn derde monetaire hervorming') dat zijn weg naar de Duitse lezers best zal vinden, is het niet door zijn grote wijsheid dan toch dankzij een reeks krachtige anti-Maastricht-uitspraken.

Zulke uitspraken doen het goed in de Bondsrepubliek, waar de stemming jegens het Europa van Brussel sterk verslechterd is sinds twee jaar geleden over het Verdrag van Maastricht een akkoord werd bereikt. De beoogde Europese Monetaire Unie, de afschaffing van de bijna sacrale D-mark bovenal, is daarbij de belangrijkste katalysator geweest voor een snel gegroeid ongenoegen onder een groot deel van de Duitsers. Ons kostelijk-stabiele geld, onze munt als blijk van discipline en arbeidzaamheid en respectabiliteit, wordt straks in een grote doos gegooid en gretige Zuideuropese handen zullen die doos vervolgens leegmaken, zo zijn de sentimenten vaak.

Na de aanvankelijke eenheidseuforie van 1990 en een korte maar stormachtige economische wind in de rug als gevolg daarvan, hebben zij nu een kater van de kosten van de opbouw van de vroegere DDR. Bovendien is er, ook in de media, een brede Wehleidigkeit over een ongekend-hevige economische recessie, die offers vraagt, tegenspoed brengt en duidelijk maakt dat er nogal wat onzacht moet veranderen. Naast een flinke snuif Politikverdrossenheit is “Europa” voor velen nu een steen des aanstoots geworden. De EG is niet zo democratisch, niet zo erg overzichtelijk en zeker niet bemind. Ook niet bij een belangrijk deel van de Duitse intelligentia - wat dat betreft opereren de Bildzeitung en het weekblad Stern en de Frankfurter Allgemeine Zeitung en Der Spiegel soms zij aan zij. Het kan Duitse politici moeilijk worden verweten dat zij met (het bestaan van) zulke min of meer "nationale' sentimenten rekening houden.

Helmut Kohl weet er intussen alles van. De regering in Bonn, en eigenlijk ook de oppositionele SPD, mag dan nog zo goed beseffen dat de Bondsrepubliek als industriële grootexporteur enorme belangen in de EG heeft, maar bij de Duitse bevolking heeft dat besef van de classe politique geen algemene geldigheid. Dat offer van de D-mark, dat Kohl in Maastricht als prijs betaalde voor een zo snel mogelijke verdere Europese integratie en politieke verankering van het verenigde Duitsland, is op die politieke gronden dan ook moeilijk uit te leggen. Anders gezegd, het land is nu in principe zo "gewoon' geworden dat dit bezweringsartikel niet meer als vroeger te slijten valt. De Bondsrepubliek is met de eenwording niet alleen noordelijker en "protestanter' geworden, maar heeft intussen ook een bevolking die niet meer zo makkelijk aanvaardt dat de buren nu eenmaal met Duitsland en de Duitsers voorzichtig willen wezen en daarin - zoals alle kanseliers van Adenauer tot Kohl wisten - ook een beetje gelijk hebben. Hoe ook, concessies à la "Maastricht' zijn uit Duitsland in de komende jaren wegens onmogelijkheid niet meer te verwachten.

Zogezien is de haastige Europeaan Kohl, die zijn land nog niet "in balans' weet, de SPD-oppositie in Bonn vooral als representant van die Wehleidigkeit beleeft en ziet hoe het Washington van Clinton wegdrijft van Londen en Parijs, in een nerveus gevecht met de tijd. Anders dan velen aanvankelijk meenden zijn daarbij de recente "Maastrichtse' uitspraken van het Constitutionele Hof in Karlsruhe eerder een steun in Kohls rug dan een handicap. Zij eisen immers onder meer een belangrijker rol voor de Bondsdag (de publieke opinie) in het verdere Europese integratieproces. En zo vanzelfsprekend als dat mag zijn, zoiets maakt Duitse kanseliers minder chantabel bij de Europese partners. Na het arrest uit Karlsruhe wordt het in elk geval in andere Europese hoofdsteden moeilijker, zeg in Parijs, om tegen een Duitse kanselier te zeggen: doe de kas eens open, want jullie willen bemind zijn, jullie zijn labiel, en te groot. En anders beginnen we nog eens over eergisteren. Integendeel, er is nu eerder een situatie ontstaan waarin een Duitse kanselier (ook) kan zeggen: doe eens een beetje inschikkelijk, want anders raak ik thuis in de moeilijkheden.

Van de EG-top kan Kohl morgen ook daarom moeilijk terugkomen met minder dan de aanwijzing van Frankfurt als vestigingsplaats voor het Europees Monetair Instituut en, over twee jaar, de Europese centrale bank. De package-deal inzake verdeling van zulke mooie dingen tussen de EG-partners (als Eurobank, Europol en dergelijke) moet eigenlijk al klaar zijn, ondanks alle buitengaatse vertoon van nationale spierballen. In samenhang daarmee moeten ook personele vervolgbesluiten voor volgend jaar, zeg over de vraag wie Jacques Delors gaat opvolgen als voorzitter van de Europese Commissie, in feite al praktisch rond zijn.

In Bonn heet het bijvoorbeeld dat premier Lubbers wat Helmut Kohl betreft straks wel op die opvolging mag rekenen. Zij het dat hij dan niet ook morgen nog al te moeilijk moet doen over Frankfurt als zetel voor de Eurobank. Hij zou bijvoorbeeld morgen niet echt, al dan niet samen met de Britten en al dan niet om op Bonn in plaats van Frankfurt af te dwingen, met veto's moeten gaan dreigen. Want zoiets zou voor Kohl, die begrip schijnt te hebben voor premier Lubbers' politiek noodzakelijke gallery play voor zijn nationale tribune, reden zijn om hem niet verder te steunen voor de opvolging van Delors.

Er is, als te doen gebruikelijk bij dergelijke topconferenties, vooraf al zeer veel voorbereid en beslist. Dat de regeringsfracties in de Bondsdag, met name die van Kohls CDU/CSU, maandag al allerlei dingen eisten die gisteren ook stonden in de gemeenschappelijke verklaring vóóraf van Bonn en Parijs, mocht gelden als een bevestiging van dat verschijnsel. Zo gaat dat. En wat Duitsland betreft wordt zoiets, conform het recente arrest van het Constitutionele Hof, wellicht zelfs ingeboekt als grotere invloed van het nationale parlement op regeringsbesluiten in Europa.