Vermoeden van concurrentievervalsing; EG onderzoekt redding DAF door overheden

BRUSSEL, 28 OKT. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EG, twijfelt aan de legitimiteit van de reddingsoperatie van vrachtwagenfabrikant DAF. Brussel gaat daarom onderzoeken of de Nederlandse en de Vlaamse regering niet over de schreef zijn gegaan bij het geven van overheidssteun aan DAF.

EG-commissaris Van Miert, die toezicht houdt op de concurrentieverhoudingen binnen de Gemeenschap, heeft dat gisteren bekend gemaakt. Het onderzoek richt zich op de wijze waarop de nieuwe onderneming DAF Trucks NV begin dit jaar van start kon gaan, maar ook op ongeoorloofde steunverlening aan het oude DAF waardoor de onderneming kunstmatig in leven werd gehouden.

Het onderzoek komt er nadat Nederlandse ambtenaren de afgelopen weken op hoog niveau overleg voerden in Brussel om tot een vergelijk te komen met Van Miert. Maar dat is kennelijk niet gelukt, en de resultaten van het onderzoek kunnen ernstige gevolgen hebben voor DAF. De Europese Commissie is bij machte om wijzigingen te vorderen bij de door de Nederlandse en Vlaamse overheden uitgedokterde overlevingsconstructie voor DAF.

Vrachtwagenfabrikant DAF kwam vorig jaar diep in de rode cijfers en moest in februari van dit jaar uitstel van betaling aanvragen. Kort daarop ging het bedrijf failliet. In 1991 en 1992 kreeg DAF nog technische ontwikkelingskredieten (van 50 miljoen gulden) voor de ontwikkeling van nieuwe modellen, terwijl op dat moment al bekend was dat het bedrijf in grote financiële moeilijkheden verkeerde, aldus de Europese Commissie. Bovendien, zo stelt Van Miert, kreeg het oude DAF eind vorig jaar nog een staatsgarantie op een nieuwe kortlopende lening, zonder dat ook daarvan melding werd gemaakt in Brussel.

Het nieuwe DAF Trucks werd op 2 maart opgericht, opnieuw met behulp van steun van de Nederlandse en Vlaamse overheid. Overheidsschulden van de oude DAF werden daarbij niet vereffend. Het aandeel van Nederland en Vlaanderen in het kapitaal van DAF bedraagt nu 61 procent, hoewel bij de oprichting werd gezegd dat het belang van de beide overheden zou worden verlaagd tot onder de 50 procent. De Europese Commissie wil daarover opheldering.

Bovendien wil Van Miert onderzoeken of de overneming van de activa van het oude DAF door de nieuwe onderneming niet is gebeurd tegen een prijs beneden de marktwaarde. Die transactie gebeurde immers onderhands.

Niet bekend

Enkele maanden geleden verklaarde president-directuer Leif ›stling van het Zweedse Scania: “Ik ben echt boos over die concurrentievervalsing. Maar de truckindustrie zit nu eenmaal zo in elkaar. Je ziet het ook in Frankrijk met Renault waar de Franse staat wel 12 tot 14 miljard franc in heeft gestoken en in Italië met Iveco.” Scania had volgens ›stling over de steun aan DAF niet in Brussel aan de bel getrokken maar hij ging er van uit dat andere Europese concurrenten wel degelijk hebben geprotesteerd.

Het ministerie van economische zaken maakt zich niet ongerust over het onderzoek door Van Miert. “Wij stellen altijd alles in het werk om dit soort zaken geheel conform de EG-regels te doen. Het DAF-onderzoek begint nu pas. Wij zullen alle vragen die de Commissie ons stelt keurig beantwoorden”, zegt de woordvoerder.

Kringen rondom Economische Zaken wijzen er ook op dat ook andere landen steun verlenen aan hun (vrachtauto)industrie. “Daar gaat het vaak via allerlei tussenschijven, maar in Nederland is alles openbaar, alles wordt keurig gepubliceerd.”

De onderzoeken van de Europese Commissie naar eventuele concurrentievervalsing zijn vaak langdurig. Zo is nog steeds geen uitspraak gedaan in de zaak-NedCar. Dat onderzoek loopt al van begin vorig jaar. Het gaat om de overeenkomst van september 1991 waarbij NedCar werd opgericht en werd afgesproken dat de staat tot uiterlijk 1998 aandeelhouder blijft. Het 33 procents belang van de staat wordt dan gelijkelijk verdeeld over de twee andere aandeelhouders, Volvo Zweden en het Japanse Mitsubishi. Waar het Brussel vermoedelijk om gaat is de afspraak dat de drie partners in Volvo Car elk 700 miljoen gulden zullen steken in ontwikkeling van een opvolger van Volvo's 400-serie. Dit gebeurt in de vorm van renteloze leningen.