Van Binnen

“'t Is alsof ik het ruik. Als ik het Waterlooplein oploop, en dat doe ik zo'n drie keer per week, dan weet ik van tevoren: vandaag zit er iets bij voor mij. En op vijftig meter afstand zie ik het al.

Het is een sport en een verslaving tegelijk. Glas van Copier en ander glas uit de jaren twintig en dertig, als het maar een kleur en ribbels heeft, daar gaat het om. En ik wil het niet alleen hèbben, maar ook voor lage prijzen verwerven. Niets is makkelijker dan met duizend gulden een winkel binnenstappen, maar dat is de sport niet. De grootste kick is om iets voor honderden guldens in een winkel te zien staan wat ik voor twintig gulden op de markt heb gekocht, zoals dat setje van melkkan, suikerpot en lepelbeker van Copier. Als ik zoiets zie sta ik helemaal te trillen. Het is net zoiets als een garderobe samenstellen, je weet uit je hoofd wat er ontbreekt en wat bij de rest past. Mooie stukken worden wel steeds schaarser omdat gekleurd glas in de mode is. Vond ik vroeger drie keer in de week een stuk, nu is dat nog maar eens in de maand. Bij mij is het geen mode, ik verkoop ook nooit iets. Dit staat hier allemaal nog als de mode allang weer voorbij is. Nee, een werkster heb ik niet, ik maak alles zelf schoon. Dat zie ik niet als werk. Zet ik een lekkere dweilmuziek op en ben ik in twee uur helemaal door zo'n kast heen.

Mijn eerste stuk kocht ik toen ik vijftien was, dat was deze blauwe vaas. Die staat hier nog mooi temidden van het andere blauwe glas. Vanaf dat ik hier kwam wonen staat het glas aan het einde van de gang, het schept een illusie van diepte. Natuurlijk heb ik te veel, maar ik gebruik het ook allemaal. Soms sneuvelt er een glas in de afwas, maar dat moet dan maar. Ze hoeven bij mij nooit bang te zijn dat ik geen vaas zal hebben voor het bloemetje.

Toen het huis aan de achterkant werd geschilderd heb ik meteen ook vanaf de steigers matglas in de vensters van het toilet gezet. In dat diffuse licht komen die gekleurde hyacint-glazen veel beter tot hun recht. 't Is m'n vak, hè, nadenken over vorm en schoonheid. Heb ik altijd gedaan, in alles wat ik doe. Kan me voorstellen dat anderen iebel van me worden. En ordelijk, jawel, anders red je het niet om alleen te wonen. Gedisciplineerd. Naarmate ik ouder word wordt het wel minder. Een jaar of vijf stond ik nog de stoep hier beneden te vegen en het gras tussen de tegels vandaan te trekken. Dat is voorbij.

Ja zeg, natuurlijk is het toeval dat dit polo-shirt dezelfde kleur is als de gang! Hoewel, dit zijn wel de kleuren waar ik van hou: paars, roze, blauw, elke kamer heeft zijn eigen kleur. Het blauw van de hal, samen met die twee blauwe zuilen, doet me aan de Griekse eilanden denken. In de eetkamer bijvoorbeeld is alles paars, van het glaswerk in de kast tot en met het kristal in de wandlampen en de stoelen. Die heb ik op straat gevonden en metallic roze laten spuiten. Verder heb ik hier in huis alles zelf getimmerd - ik ben als etaleur/decorateur begonnen, dan kun je dat allemaal - maar dat spuiten met twee componenten lak moet je laten doen. De zittingen bekleed ik met staaltjes van Metz, dit is alweer de zesde bekleding die ze hebben.

Ik heb nog niet zo lang mijn rijbewijs. Daarvoor sleepte ik overal in de stad vandaan bouwmaterialen mee op de fiets voor anderen, ook voor vrienden. Doe ik niet meer. Dat komt natuurlijk voor een deel doordat het hier af is, wat moet hier nog bij? Behalve dan een kast tussen de ramen in de woonkamer voor mijn boeken over glas en een plank in de keuken voor de collectie glazen waterkannen. Word ik wel een beetje treurig van, ja. Ik heb het plan opgevat om op een van de Waddeneilanden een hut te nemen. Een winterhuisje, want ik kan mijn daktuin 's zomers niet in de steek laten. Heel basic, niets erin, een tafel, een stoel en een bed. Net zo veel als ik had toen ik hier kwam wonen.''