Toezichthouders krijgen "easy riders' stil

Het Haagse openbaar- vervoerbedrijf HTM heeft de laatste maanden vier miljoen gulden uitgegeven om de veiligheid in de tram te vergroten. De HTM-directie reageert enthousiast op de eerste resultaten, de trambestuurder blijft cynisch.

DEN HAAG, 28 OKT. “Je moet passagiers er weer op aanspreken als ze iets verkeerd doen”, zegt ing. C.J. de Graaff, directeur vervoer van de HTM. Bestuurder A. Vink op lijn 9 begint er niet aan, want dan is het “snel afgelopen” met hem. “Tegen drie van die gasten die zeggen dat ze gratis ergens naartoe willen, zeg ik: "Tuurlijk, je hebt groot gelijk'.”

Het vergroten van de veiligheid heeft alles te maken met het herstel van de sociale controle, is de filosofie van de HTM. “De passagiers denken vooral aan grote aantallen controleurs”, zegt De Graaff. “Maar in de spitsuren blijkt het onmogelijk iedereen te controleren.”

Daarom zocht de HTM naar andere oplossingen. Haltes die bekend stonden als "enge plekken' kregen 's avonds extra verlichting, struiken werden verwijderd. Op de tramplatforms bij het Centraal Station werden nieuwe vloeren aangelegd, de kauwgom werd weggeschraapt, het meubilair vernieuwd. “Zorg ervoor dat alles er netjes en schoon uitziet”, zegt De Graaff. “Als iemand de ruiten van een abri ingooit, is het binnen een uur hersteld. Daarmee blijf je de vandalen een stap voor. Ze zien dat het geen zin heeft.” Het vandalisme kost het Haagse openbaar vervoer ongeveer drie miljoen gulden per jaar.

De landelijke politiek schrok toen de HTM het project Schooljeugd/Easy Rider introduceerde. Scholieren die zich een jaar lang goed gedragen, worden beloond met een uitje naar de Efteling, een korting op het abonnement of het een dagje gratis reizen voor de ouders. Om de easy riders, verdacht van “herrieschoppen, roken, toegangen blokkeren en klieren”, in de gaten te houden, stuurde de HTM op trams 8 en 9 richting Den Haag-Zuidwest twee toezichthouders mee, inmiddels vertrouwde gezichten voor de kinderen. De overlast, zo zegt een woordvoerder van de HTM, is “vrijwel niet meer aanwezig”. “Dat klopt”, beaamt trambestuurder Vink. “Als de toezichthouder op de herrie achterin afgaat, wordt het gelijk stil.”

Maar een groepje Haagse schoolkinderen van “een jaar of tien” is niet zijn grootste zorg tijdens de rit. “Met een toezichthouder maak je geen eind aan de agressie. Die is er niet tussen acht en negen 's ochtends”, zegt hij tussen twee haltes op de Melis Stokelaan. “Kijk, zo'n jongetje zet ik nog wel uit de tram als ie lastig wordt.”

Directeur De Graaff vindt dat “aan alle maatregelen wel een bezwaar” zit. “Maar wij hebben gezegd: je moet ook eens wat proberen, zoals betere bewaking, het schoon en netjes houden van trams en haltes. Ik geloof inderdaad dat het moet lukken om de verloedering te stoppen en het openbaar vervoer weer onder controle te krijgen.” Voor het omstreden "belonen van normaal gedrag' kreeg de HTM onverwachte steun van minister Maij (verkeer), die bij de invoering van het project schooljeugd in antwoord op Kamervragen zei dat Den Haag “meer succes” had bij het vergroten van de veiligheid in het openbaar vervoer dan de andere grote steden.

Op lijn 6, tussen het Centraal Station en het schaatscentrum de Uithof, wordt sinds een half jaar het achterste gedeelte van de tram 's avonds afgesloten. Eenieder die wil meerijden moet bij de bestuurder een kaartje kopen alvorens in te stappen. Bijna de helft van de passagiers zegt zich daardoor veiliger te voelen, wees een enquête uit. De passagiers misschien wel, de bestuurders niet, zegt Vink. “Ik ga echt niet om een kaartje vragen. Daar word ik niet voor betaald.” Cijfers over het terugdringen van het aantal zwartrijders heeft de HTM nog niet. Wel bleek uit een enquête dat veertien procent van de passagiers op deze lijn weer meer van de tram gebruik maakt.

Het gaat om een mentaliteitsverandering, zegt Vink, en die kun je met twee toezichthouders of een extra controleur niet veranderen. “Echt, ik zie hier oude vrouwtjes die twee haltes wachten, tot na de zonegrens, voordat ze stempelen. Om één strippie uit te sparen. Het is dezelfde mentaliteit als door rood licht rijden of frauderen. Als ik straks tijdens de spits naar Scheveningen rijd, moet je eens opletten. Al die keurige werkende mensen, er zegt er geen één goeiedag.”

Een “peloton” tramcontroleurs boekt volgens Vink nog wel enig succes in de strijd tegen de agressie en het zwartrijden. “Maar dan heb je er tijdens de spits wel 250 nodig. Daar is geen geld voor.”

    • Rob Schoof