Schuld corporaties kwijtgescholden; Subsidies huur met 50 miljard omlaag

DEN HAAG, 28 OKT. De subsidies van het rijk voor huurwoningen gaan de komende jaren met in totaal 50 miljard gulden omlaag. Staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) heeft hierover overeenstemming bereikt met de overkoepelende organisaties van woningbouwcorporaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Tegenover het in één keer schrappen van de jaarlijkse subsidieverplichting staat dat de corporaties de 36 miljard gulden aan leningen die ze nog aan het rijk moesten aflossen, mogen houden. Het verschil, 14 miljard, zullen ze op de kapitaalmarkt lenen.

Deze financiële operatie, brutering genoemd, heeft ingrijpende gevolgen voor de volkshuisvesting. De begroting van het ministerie van VROM, van alle departementen tot nu toe de grootste subsidiegever, wordt met ongeveer tweederde verminderd. De financiële risico's bij de exploitatie van sociale huurwoningen verschuiven van het rijk naar de woningbouwverenigingen. Voor hun jaarlijkse inkomsten zijn ze straks geheel afhankelijk van de huren; ze krijgen niet langer een bijdrage van het rijk die de exploitatiekosten van de woning dekt. De brutering vergemakkelijkt de toetreding van Nederland tot de Economische en Monetaire Unie, omdat de staatsschuld erdoor vermindert.

In hun akkoord gaan Heerma en de woningbouwkoepels ervan uit dat de huren de komende vijf jaar gemiddeld met jaarlijks ten minste 3,5 procent zullen stijgen en dat daarover in de wet vastgelegde afspraken komen. De koepels hebben daarnaast de ruimte bedongen om de huren van woningen die goed in de markt liggen extra te verhogen met 6,5 à 7 procent per jaar, om van die opbrengst andere woningen in huurprijs juist goedkoper te kunnen maken. De afgelopen jaren bedroeg de huurverhoging steeds zo'n 5 à 5,5 procent.

De partijen hebben maandenlang over de bruteringsoperatie onderhandeld. Tot nu toe moesten de subsidieverplichtingen waaraan het ministerie nog tot ver na de eeuwwisseling vastzat, jaarlijks worden berekend, aan de hand van onder meer de inflatie, de renteontwikkeling en de huurstijgingen ("parameters'). Deze bedragen worden volgend jaar in één keer contant gemaakt. De onderhandelingen spitsten zich toe op de vraag hoe hoog de "parameters' moesten worden geschat. Zo is de vermindering van de rijkssubsidie voor de exploitatie van huurwoningen, die van belang is voor de huurverhoging, op jaarlijks 5 procent gesteld en de inflatie op 3 procent.

Een speciale afspraak is gemaakt voor woningen van corporaties in groeikernen, die als gevolg van het subsidiebeleid eind jaren zeventig nu extra duur zijn. Hiervoor komt twee miljard gulden beschikbaar, waardoor de huurverhoging kan worden gematigd en voorkomen wordt dat ze uit de markt worden geprijsd.

    • John Kroon