PSV valt ten prooi aan vervlakkend collectivisme

EINDHOVEN, 28 OKT. Het is niet meer dan een verplichte gang naar het Philips-stadion. Er heerst geen sfeer van verlangen, van aanbidding. Het heeft iets van sleur gekregen. De tempel ontvangt alleen nog supporters, mensen die alleen nog willen dat PSV wint. Ze voelen zich verplicht de topclub van weleer bij te staan als geldt het een rouwdienst. Er heerst een constante, bijna gewijde stilte in het stadion.

Op het grote beeldscherm wordt voor de wedstrijd niet meer het filmpje vertoond van de mooiste doelpunten en de mooiste acties van Romario. Hij is er niet meer, nooit meer. Zijn geest waart rond terwijl op het scherm slechts beelden van zich opwarmende spelers verschijnen.

Toen hij er was, was er nog hoop. En verlangen dat hij zou scoren, dat hij de bal zou krijgen. Al was het maar om tegemoet te komen aan de hartstochtelijke wens dat hij iets bijzonders zou doen. Want eens per wedstrijd zou het hem lukken zo'n fantastische actie te maken. Eens scoorde hij zo mooi, dat je besloot terug te komen. Voor altijd. Alleen voor hem.

Supporters vormen een ongeduldig volk. Ze zijn als de meeste trainers. Ze verlangen van voetballers dat ze constant zijn. Zelfs unieke talenten zijn voor hen niet uniek wanneer ze niet constant hun talent bevestigen. Het is als eisen van wereldrecordhouders dat ze elke wedstrijd hun record verbeteren.

Trainers zijn bedrijfsleiders geworden, ten einde supporters een degelijk produkt te bieden. Misschien heeft een van hen, Johan Cruijff, nog een voetbalhart. Hoewel de socios van Barcelona ongeduldig worden omdat Romario nu al weken bij zijn nieuwe club niet scoort, handhaaft hij eigenwijs als hij is de Braziliaanse artiest. Omdat hij hopelijk beseft dat echte grote talenten grillig zijn. Natuurtalenten vragen immers om geduld.

Niets van dat soort talent valt meer bij PSV te bespeuren. Het is een grijze bende geworden, van voetballers die zich uitputten in werkvoetbal, die zich proberen te houden aan de taktische opdrachten van de trainer. Hun spel is doordrenkt van haast, angstig als de blikken die bij elke actie op de strenge trainer zijn gericht. Doen we het wel goed? Mag het wel? Sporadisch zijn de spontane, individuele acties. Het vervlakkende collectivisme is nu ook de gelederen van PSV binnengedrongen.

De voetballers die vorig seizoen een godskind afvielen zijn de spelbepalers van nu. De schreeuwers, de knokkers, de schoffelaars, de jongens die de teamgeest bevorderen. Ze waren gisteravond roemloos onderuitgegaan tegen Vitesse als niet Hans van Breukelen had aangetoond nog altijd 's lands beste doelman te zijn, op z'n minst net zo goed als zijn opvolger van het Nederlands elftal, Ed de Goey.

PSV gaat Feyenoord achterna als een elftal van arbeiders die veel loon naar hard werken verlangen. Het zal wel passen in de strategie van De Mos zijn spelers terug te laten keren naar de basis van het voetbalspel. Van voren af aan, vanuit de eenvoud opbouwen. Het lijkt onmogelijke taak uit deze spelersgroep weer een succesvol elftal creëren, laat staan een elftal dat de ogen van de toeschouwers streelt.

Zo weinig kansen kreeg PSV gisteravond, zo veel kansen kreeg Vitesse er. Het Arnhemse elftal speelt niet spectaculair, een beetje steriel. Het is een team gevormd uit vrij modale voetballers, met linksbuiten Helder, spits Gillhaus en spelverdeler Cocu als spelers die er iets bovenuit steken. Maar allen beschikken ze over een bijna perfecte basistechniek. Ze stralen vertrouwen uit, raken zelden in paniek en tikken elkaar de bal toe alsof het een trainingspartij betreft. Ontspannen als hun trainer, de Duitser Herbert Neumann.

Linksbuiten Glenn Helder is geen geweldenaar. Maar hij straalt spontaniteit uit. Van hem gaat altijd dreiging uit. Zijn tegenstander bij PSV, Ernest Faber, wist niet hoe hij de speelse Vitessenaar moest aanpakken. Overtredingen om het tekort aan snelheid ten opzichte van Helder en het tekort aan inzicht te compenseren hielpen nauwelijks. Helder miste in de eerste helft tot driemaal toe een reële kans toen hij oog in oog met Van Breukelen verscheen.

“Zo gemakkelijk waren ze niet”, verontschuldigde Helder zich. “Van Breukelen laat zich niet gemakkelijk passeren. Stiften? Ja, dat kun je wel willen. Maar Van Breukelen weet hoe hij zich moet opstellen.”

Dat Vitesse toch zoveel kansen kreeg weet Van der Gaag aan de gebrekkige organisatie. “Vitesse kon steeds uitbreken na vrije trappen en hoekschoppen van ons. Dat betekent dat niemand weet waar hij moet lopen. Iedereen doet maar wat. Misschien komt dat omdat er steeds een ander elftal speelt. Niemand weet waar hij aan toe is. Ik ook niet. Ik heb alleen hoop.”

Het wanhopige spel verleidde De Mos ertoe om “zeven minuten voor het einde” het elftal te sommeren de aanval te staken. Het had geen zin meer, dan maar op 0-0 spelen. “Maar er werd niet geluisterd. PSV wil nu eenmaal aanvallen in dit stadion.” Van der Gaag: “Koeman besloot zelf al achter te blijven om de 0-0 vast te houden. En toen kregen we ook nog het seintje van de zijkant. Maar niet iedereen begreep dat.”

Pakweg drie minuten voor het einde passeerde Philip Cocu op de rand van het strafschopgebied Erwin Koeman. Cocu: “Ik werd tegen de hak getikt, waardoor ik over mij eigen benen struikelde. Het was niet expres. Of het erbinnen was of erbuiten weet ik niet.” Koeman: “De plag die losgeschopt werd lag buiten het strafschopgebied, maar hij viel er binnen.”

Oorverdovende bommetjes ontploften op de tribunes om de frustratie van Eindhoven kracht bij te zetten. De PSV'ers Kieft en Koeman probeerden Gillhaus van zijn stuk te brengen met onmiskenbaar provocerend gedrag en taal. Maar Gillhaus bleek een doorgewinterde professional. Hij schoot de strafschop steenhard en hoog ter linker zijde van Van Breukelen in het doel.

“Het is schlemielig voor Van Breukelen zo te verliezen”, vond De Mos. De doelman toog in de laatste minuten zelfs mee ten aanval. Vergeefs. Voorzitter Jacques Ruts moest afscheid van PSV nemen met een nederlaag. Goede tijden komen nooit meer zo goed terug als ze geweest zijn. Zo mooi als de mooiste voetbaltempel van Nederland, zo mooi wordt voetbal in Eindhoven sinds de breuk met het mooie voetbalkind voorlopig niet meer.

    • Guus van Holland