Nieuwe wet onrechtvaardig geacht; "Leenrecht voor beeldende kunst aan maker geven'

ROTTERDAM, 28 OKT. Beeldende kunstenaars moeten net als schrijvers en musici recht krijgen op een vergoeding als hun werk wordt uitgeleend. De kunstenaarsorganisaties wijzen daarom een wetsvoorstel voor de nieuwe auteurswet af, waarin gesteld wordt dat in principe de koper (en niet de maker) van een beeldend kunstwerk het leenrecht krijgt.

De Federatie van kunstenaarsverenigingen en de kunstenbond FNV verzoeken in een gezamenlijke brief daarom de leden van de vaste Kamercommissie voor justitie het betreffende artikel 12b in de nieuwe auteurswet te schrappen. In principe moet de beeldende kunstenaar recht op een leenrechtvergoeding hebben, en niet de eigenaar van het werk, vinden de organisaties. Net als voor schrijvers en musici moet er een stichting komen waarin kunstenaars en uitleners over de hoogte van het leenrecht kunnen onderhandelen. Nu hebben beeldende kunstenaars in ons land geen recht op zulke vergoedingen. Maar als gevolg van een EG-richtlijn moet dit nu ook in Nederland geregeld worden per 1 juli 1994.

“Dat kunstuitlenen krap bij kas zitten en door hoge leenrechten in de problemen zullen komen, snappen wij ook wel,” zegt een woordvoerder van de Federatie. “Wij proberen met hen tot een afspraak daarover te komen. Wij zien ook het belang van de kunstuitleen voor kunstenaars wel. Maar het mag niet zo zijn dat om die reden beeldende kunstenaars in tegenstelling tot schrijvers en musici het recht op leenrechtvergoeding ontzegd wordt. In de nieuwe auteurswet wordt het zo geregeld dat je als kunstenaar je recht op leengeld bij verkoop of verhuur kwijt bent, tenzij je daarover steeds zeer nadrukkelijk een contract maakt. Dat vinden wij betuttelend en onrechtvaardig.”