Nee, beslissingen nemen we niet, dat doen de mannen

TOKIO, 28 OKT. Office Ladies worden ze in Japan genoemd, muurbloemen die kort bloeien en, als ze trouwen of kinderen krijgen, worden vervangen door verse. Net als de miljoenen salarymen in hun donker confectiecostuum met altijd wit overhemd, gaan zij doorgaans even saai gekleed, in beige of blauw mantelpak. Maar Yayoi, Ryoko en Namiko zijn opvallend chic gekleed. “Op ons bedrijf mogen we dat.”

Alle drie werken ze op het hoofdkantoor in Tokio van een van de grootste Japanse multinationals, maar de naam hebben ze liever niet in de krant. Het gesprek heeft plaats in een Frans restaurant, waar ze het couvert gebruiken met aandoenlijke etiquette.

Ryoko is de oudste. Ze begon vijftien jaar geleden met werken, na twee jaar college. Yayoi vier jaar geleden, ook na twee jaar college, en Namiko twee jaar geleden, na geschiedenis te hebben gestudeerd aan de beroemde Waseda Universiteit.

Yayoi factureert op de afdeling reclame. Eenvoudig werk, zegt zij. Mannen krijgen meteen belangrijker werk te doen. Ze verdient nog geen 60 procent van hun salaris. Maar ze wil het niet weten. Yayoi: “Het is zo oneerlijk.” Met de jaren wordt het verschil groter. Mannen krijgen bovendien huisvesting van het bedrijf: alleenstaanden in goed geoutilleerde slaaphuizen, getrouwden in appartementen. Vrouwen moet zelf maar voor hun huisvesting zorgen. Uiteraard is dat veel duurder. Yayoi en Namiko wonen daarom nog thuis en Ryoko bij haar moeder in nadat haar vader was overleden. Yayoi zou wel graag op zichzelf willen wonen. “Maar ik kan het niet betalen.” Van de vakbond van het bedrijf krijgen ze geen steun. Die is er niet voor vrouwen. Yayoi: “De vakbond zegt dat vrouwen voor hun gezin moeten zorgen”.

Ryoko is al vijftien jaar assistent, maar al wel twee keer overgeplaatst, wat volgens haar voor vrouwen heel uniek is. Hoewel het nu meer voorkomt, was ze, toen het voor de tweede keer gebeurde, erg bang geweest. Zonder enige uitleg vertelde haar chef haar dat ze weg moest. Eerst werkte ze bij de financiële afdeling, waarna ze na één jaar werd overgeplaatst naar de afdeling overzeese marketing & planning. Zeven jaar geleden kwam ze terecht op de afdeling Noord-Amerika. Ze noemt haar werk coördinerend. Mannen die veel jonger zijn, doen hetzelfde werk als zij, maar verdienen net zo veel. Ryoko: “Nee, beslissingen neem ik nooit, dat doen de mannen, ik ben hun assistent”.

Voor vrouwen zijn er bij Japanse bedrijven twee soorten banen, carrière- en niet-carrièrebanen. Voor mannen geldt dat niet, die hebben altijd carrièrebanen. Alle drie hebben een baan zonder. Hun concern had tot nu toe alleen niet-carrière banen voor vrouwen, maar is dit jaar voor het eerst met carrièrebanen begonnen. Het besluit dateerde nog uit de hoogconjunctuur van de bubble-economie. “Ons bedrijf wilde met de trend meedoen”, meent Namiko. Waarschijnlijk nog dit jaar wordt het besluit teruggedraaid. Door de recessie neemt hun bedrijf steeds minder vrouwen aan, dit jaar nog maar een derde vergeleken met vorig jaar.

Namiko wilde na haar studie eerst naar een ander groot bedrijf, een concurrent, maar dat nam geen vrouwen zonder connecties aan. Mannen hebben daar geen last van, die hoeven geen connecties te hebben die een goed woordje voor ze doen. Twintig bedrijven schreef ze aan. Dat is nog niet veel, zegt ze, want haar zusje, dat dit jaar afstudeerde, schreef een veelvoud aan en heeft nog steeds geen baan en blijft nog maar een jaartje haar vader helpen in de zaak - wachtend op de nieuwe sollicitatieronde die elk jaar plaatsheeft in Japan. Met tien had ze een vraaggesprek. Yayoi, haar vriendin, vertelde haar aanstekelijk over het bedrijf waar zij werkte, een van de tien. Ze werd bij de multinational aangenomen, als eerste vrouwelijke afgestudeerde zonder voorspraak. Maar ze krijgt als universitair geschoolde hetzelfde salaris als een vrouw die van college komt.

Yayoi en Ryoko waren bij het concern terechtgekomen omdat hun college hen introduceerde. Anders dan een universiteit, helpt een college afgestudeerden bij het vinden van een baan. Het vertelt welk bedrijf hoeveel mensen nodig heeft. Op een universiteit moet je het zelf uitzoeken.

Elke dag moeten Yayoi en Namiko drie uur forenzen, Ryoko twee uur. Nu door de recessie overwerk op het hoofdkantoor is afgeschaft, werken ze acht uur per dag. Dat scheelt hun aanzienlijk in salaris, want ze maakten wel 24 overuren per maand, hoewel ze nu harder moeten werken, zeggen ze. Want voor 24 overuren is er nu te weinig werk, voor geen enkel overuur te veel. Er is een personeelsstop, collega's die worden overgeplaatst worden niet vervangen. Namiko, die als assistent op de exportafdeling werkt voor het Midden-Oosten en Iran en Libanon doet: “Hoe gek het ook klinkt, door de recessie is er op mijn afdeling een personeelstekort”.

Gelukkig is op de afdelingen waar zij werken de theetijd afgeschaft, zeggen ze. Nu staan overal automaten en moet iedereen voor zichzelf zorgen. Voorheen moesten de vrouwen thee zetten en serveren voor iedereen. Dat wordt de vrouwen ook geleerd tijdens de introductiedagen. “Thee serveren, telefoon bedienen, dat soort dingen”, zegt Namiko. Alle drie volgden ze een week lang een introductiecursus van het concern. Voor vrouwen die een carrièrebaan hebben, geldt een cursus van vijf maanden intensieve training, waarbij de cursisten zo veel mogelijk afdelingen doorlopen - precies dezelfde cursus als voor alle mannen.

Wel worden ze nog vaak door hun mannelijke collega's gevraagd klusjes te doen, zoals faxen bedienen en prullenmanden legen. Ryoko: “Mij wordt dat niet meer gevraagd, mijn jongere collega moet dat nu doen, maar ik moet mijn eigen prullenmand wel zelf legen”. Yasoi zegt dat vrouwen tegenwoordig meer bereiken. Op haar afdeling vormden de vrouwen een comité dat de mannen verzocht te stoppen met roken in een land waar wordt gerookt alsof het leven ervan afhangt. Ze hadden succes. Niemand rookt er meer.

Per jaar hebben ze achttien dagen betaalde vakantiedagen, die ze mogen opsparen tot maximaal zestig dagen. Ryoko had er zestig gespaard en is dit jaar twee weken met vakantie geweest naar Amerika. Yayoi en Namiko vierden dit jaar tien dagen vakantie in Europa. Hoewel ze een vijfdaagse werkweek hebben, moeten ze eens in de twee maanden ook op zaterdag werken. Ryoko lost die af met haar gespaarde vakantiedagen. Ze doet naast haar werk nog zoveel dingen, zoals aerobics, een cursus Engels, en ze heeft dan ook vrijwel geen tijd om 's avonds nog met de collega's op stap te gaan. Nee, ze is niet getrouwd en heeft dan ook geen kinderen.

Yayoi en Namiko weten het nog niet. Namiko, aarzelend: “Als je trouwt, word je overgeplaatst, krijg je simpel werk te doen en dat zou ik niet willen. De meeste vrouwen die trouwen zeggen hun baan op. Maar door de recessie stellen vrouwen trouwen uit en getrouwde vrouwen willen pas later kinderen”.

Raakt, behalve de recessie, ook de ingrijpende politieke verandering in Japan hun leven? Ryoko houdt als oudste een ernstig betoog. Volgens haar is de nieuwe regering nog niet zo goed als ze wel zou wensen, “maar in elk geval beter dan wat we hadden”. “Japanners moeten nu leren zeggen wat goed is en wat slecht is en niet langer zaken verzwijgen of een verkeerde voorstelling van zaken geven en maar doen alsof”, zegt ze. Ze had bij de laatste verkiezingen op de Komeito gestemd, de aan de boeddhistische beweging gelieerde partij die nu in het kabinet zit. Namiko op de socialisten. En Yayoi? “Op een persoon, maar ik ben zijn partij vergeten”.

    • Paul Friese