Het laatste gevecht van Jacques Delors voor Europa

BRUSSEL, 28 OKT. Jacques Delors, de visionair uit Brussel, is bezig met zijn laatste gevecht voor Europa. Een frustrerend gevecht, want anders dan bij zijn aantreden in 1985, toen hij - voortglijdend op een aanzwellende golf van hoogconjunctuur - de EG bevrijdde uit haar toestand van 'Eurosclerose', resteren hem nog maar weinig tijd en mogelijkheden om Europa er weer boven op te helpen.

De interne markt is er begin dit jaar gekomen, maar de zegeningen ervan zijn gesmoord in een economische recessie die alle groeiverwachtingen heeft doen omslaan in donkere scenario's van almaar oplopende werkloosheid en verlies aan concurrentiekracht in de wereld. Over twee maanden gaat de tweede fase van de Economische en Monetaire Unie (EMU) in, maar de economieën van de 12 lidstaten zijn het afgelopen jaar verder dan ooit uit elkaar gegroeid en de munten zijn op drift geraakt.

Als de bevlogen voorzitter van de Europese Commissie volgend jaar terugtreedt, is de kans levensgroot dat hij La Grande Europe in dezelfde miserabele toestand achter moet laten als hij de EG aantrof bij zijn intrede in Brussel. Dit is geen tijd voor feest, zo gaf de Belgische minister Claes van buitenlandse zaken deze week de stemming in Europa weer. “Overal heerst dezelfde misère”, aldus Claes. “Er is geen enkele reden om champagne te drinken of om taart te eten.”

Maar Delors zou Delors niet zijn als hij zich niet met hand en tand zou verzetten tegen zo'n roemloos afscheid van Europa. Zoals hij in de jaren tachtig met zijn "Europa 1992' en met zijn concept voor de EMU de Europese samenwerking in een stroomversnelling bracht, probeert Delors nu uit alle macht het economische en vooral psychologische tij van verval te keren - met een persoonlijke inzet die bij vriend en vijand in Brussel bewondering afdwingt. De 68-jarige Fransman analyseert en waarschuwt, hij moppert, dreigt, irriteert, bruskeert, en hij spuit ideeën, veel ideeën. “Het is ook de taak van de voorzitter van de Commissie om de lidstaten wakker te schudden”, beschrijft een diplomaat de natuurlijke rol die Delors binnen de institutionele verhoudingen in Europa speelt.

Delors' Grote Offensief tegen de recessie en de onrustbarend snelle stijging van de werkloosheid moet zijn weerslag vinden in een Witboek over economische groei en werkgelegenheid dat de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EG, in december wil presenteren. Delors' ambities reiken tot ver over zijn "regeerperiode' heen: tegen het jaar 2000 moet de werkloosheid met ongeveer de helft zijn verminderd tot zo'n 5 procent. Dat vereist dat de komende 6 à 7 jaar 20 miljoen nieuwe banen worden geschapen in de Gemeenschap. Aan de EG-regeringsleiders om op hun topontmoeting in december de weg daar naartoe uit te stippelen.

Maar Delors wil niet lijdzaam afwachten tot december. Hij heeft de afgelopen tijd bij verschillende gelegenheden gezegd, dat de regeringsleiders uit de 12 lidstaten ook morgen op hun extra top al een duidelijk politiek signaal moeten afgeven dat de strijd tegen het spook van de werkloosheid de hoogste prioriteit heeft op de Europese agenda. De EG moet nu aan haar burgers tonen wat zij waard is, vindt Delors.

Die rusteloze opstelling tekent de tomeloze inzet van de voorzitter van de Europese Commissie. Maar dat houdt nog geen garantie in voor succes. Naarmate hij zich geprononceerder uitspreekt, wordt duidelijker dat Delors stuit op de grenzen van zijn mogelijkheden om Europa naar zijn hand te kneden. Delors mag dan wikken, het zijn nog steeds de individuele lidstaten die beschikken. Geen enkele hoofdstad voelt er voor om zaken als deregulering van de arbeidsmarkt, bezuinigingen in de sociale zekerheid, loonmatiging en werktijdverkorting - allemaal elementen die in het komende Witboek zullen worden genoemd - voortaan in Brussel te laten bepalen.

Bovendien tonen de lidstaten wel waardering voor de heldere analyses van Delors over het verminderde concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven en over de noodzaak van verlaging van de loonkosten, maar staan ze lang niet allemaal te juichen bij de oplossingen die hij vervolgens in gedachten heeft. Net als Den Uyl in de jaren zeventig in Nederland wordt de socialist Delors door velen in Brussel gezien als een volstrekt integer politicus, maar ook als een verstokt gelovige in de "maakbaarheid' van de samenleving. Een "interventionist' van de oude stempel die klem is komen te zitten in de smalle marges tussen politiek idealisme en economische realiteit.

Het kernprobleem is natuurlijk het ontbreken van geld in de lidstaten om snel banen te scheppen. Verder oplopende staatsschulden en financieringstekorten bieden de regeringen in de verschillende lidstaten geen ruimte om een indrukwekkend werkgelegenheidsbeleid te voeren: via het scheppen van banen in de kwartaire sector, het verlagen van sociale premies van de werkgevers, het op poten zetten van grote investeringsprojecten of hoe dan ook. De afgelopen maand hebben de lidstaten hun bijdragen aan het Witboek van Delors afgeleverd. Die oogst komt in feite neer op een verzameling "open deuren' en "goede bedoelingen' waar in Brussel een nietje doorheen is geslagen.

Geheel in lijn met de ijzersterke formule die zegt dat als er in de lidstaten geen geld is, de Europese Gemeenschap maar moet zorgen voor "de relance van de conjunctuur' besloten de EG-regeringsleiders vorig jaar in Edinburgh om - op voorstel van Delors - een Europees "groei-inititief' te lanceren. Om het "vertrouwen' van de Europese burger in de economie te herstellen. Vijf miljard ecu (bijna 11 miljard gulden) werd beschikbaar gesteld aan leningen voor investeringen in grote infrastructurele werken, energieprojecten en milieu. Afgelopen zomer deden de regeringsleiders in Kopenhagen daar nog eens 2 miljard ecu bij, plus 1 miljard voor rentesubsidies in het midden- en kleinbedrijf.

Delors zou graag zien dat het bedrag voor die psychologische oppepper wordt verdubbeld door de regeringsleiders. Maar hij is er niet gerust op dat dat ook inderdaad gebeurt. Eerder deze week lieten de ministers van financiën duidelijk weten dat ze niets voelen voor een financiële uitbreiding van het "groei-initiatief'. En ook de idee om rentesubsidies te geven aan kleine ondernemers verwerpen ze vooralsnog.

Geen wonder dat Delors de afgelopen dagen nogal bitter was gestemd. Een “vruchteloze” discussie, blikte hij terug op de bijeenkomst met de ministers van financiën. Ongetwijfeld zal hij proberen morgen alsnog zijn gelijk te halen bij de regeringsleiders.