Heimwee naar een ongebleekt badkamerleven; Kranen met krullen op pootjes

De alles-wat-je-in-een-badkamer-nodig-hebt-winkels schieten uit de grond. Je vindt er baden met pootjes, en kranen met een rond wit plaatje met "W' of "K', en douchekoppen met ivoorwitte handvaten. Vaste wastafels en verscholen tl-buizen boven enorme spiegels: dat kan echt niet meer.

Wonen is in. Niet zo maar zo'n beetje voor je uit wonen temidden van willekeurige meubels, maar bewust wonen, met design en antiek en gedrapeerde stoffen, met grillige lampen en kasten die uitpuilen van begerenswaardig linnengoed. Daar bestaan meer bladen dan ooit voor, en woonbeurzen en -tips, en winkels vol ontworpen meubels en geestige kunst waar een lampje in zit. Het wonen van nu is enigszins overdadig, de tijd dat je een kanon af moest kunnen schieten in je woonkamer zonder daarbij iets te raken, is voorbij. Strak en recht en leeg en wit met grijs: dat hoeft allang niet meer.

Wie modern woont, houdt van warm, van geruit en gebloemd naast elkaar, van sofa's met gekrulde poten, van scheeflopende kersenhouten kastjes met veel laatjes erin. Een raadsel hoe modieuze mensen die dingen allemaal meteen in huis kunnen hebben terwijl ze daarvoor toch ook meubels hadden staan. Gooien trendy woners elke twee jaar hun hele interieur weg? Menigeen moet toch nog zo'n zwarte of grijze kast met een rolluik ervoor bezitten, want die waren op een gegeven moment een must. Maar ze combineren beslist niet met het nieuwe kersenhout en de warme gordijnstoffen en de gietijzeren café-stoeltjes.

De woonkamer was altijd al de plaats waar de veranderingen zichtbaar werden. Een jaar of tien geleden kwam de keuken sterk in de belangstelling te staan en nu moet ook de rest van het huis eraan geloven, vooral het bed- en badgedeelte. De slaapkamer is al lang niet meer die zakelijke vlakte met dat strakke bed van witte kunststof.

De slaapkamer heeft een houten bed, of een van ijzer met krullen, waarop veel meer dan twee kussens liggen die allemaal met ruches en extra randen zijn vervrolijkt, de zon schijnt er altijd door de ramen naar binnen, het is niet broeierig maar gezond en landelijk romantisch in onze slaapkamers. Slapen is heel erg in.

Het allerinst is baden. De ene badkamerwinkel na de andere schiet uit de grond. In een woonblad las ik dat nu ook Groningen in het gelukkige bezit is van een alles-wat-je-in-een-badkamer-nodig-hebt-winkel, want het was daar een onhoudbare toestand geworden omdat iedereen voor zijn badkamer naar de Randstad moest. Dat betegelde bad, die vaste wastafels en de achter matglas verscholen tl-buis boven een enorme rechthoekige spiegel, dat kan allemaal beslist niet meer. Daarin voelt een moderne Groninger zich niet langer gelukkig. Baden is een manier van leven geworden, een manier die ouderwetse degelijkheid en ouderwetse luxe dient uit te stralen, gecombineerd met een modern eco-gevoel.

Modern en eco is men door de heerlijke dikke gekleurde handdoeken te vervangen door grote grauwe lappen van wafeldoek. Wafeldoek. Jawel. Het was helemaal uitgestorven behalve als keukendweiltje, en niet ten onrechte, want prettig waren linnen of katoenen baddoeken nooit. Niet voor niets is de badstof uitgevonden. Maar nu schijnen ze bij nader inzien toch heel fijn te zijn. Wie er zich ooit mee heeft geprobeerd af te drogen en dan zo'n kille doorweekte lap overhield weet wel beter, maar de badkamerwinkel zegt dat het moet en dus vliegt het wafeldoek weg. Dat leggen we in grote stapels op verchroomde trolleys, want de nieuwe badkamer is enorm tegen ingebouwd. Het bad staat op eigen pootjes, de wastafel staat op eigen pootjes, de kastjes staan op de grond of rijden in het rond. Zelfs de wasmand gaat het liefst op wieltjes.

Het ouderwetse luxe idee komt vooral tot uitdrukking in de kranen en de douchekop. Ook daar is de krul en de uitstulping terug. Kranen waren in de loop der tijd steeds meer nog nauwelijks van inkepingen voorziene kegels geworden, nu hebben ze weer vier flinke uitsteeksels en liefst middenin een rond wit plaatje waar W of K op staat. De douchekop is weer een echte kop met een slank halsje en een ivoorwit handvat; het geheel ligt op een zeer aanwezige houder met lange ondersteunende armen.

Is dit nu allemaal mooi. Zijn we reuze blij dat we van al die nare strakke spullen af zijn en weer terug mogen naar zwier. Hebben we bloemengordijnen jarenlang helemaal verkeerd beoordeeld. Voelden we ons ten onrechte prettig en schoon in onze glanzend witbetegelde badkamer met stevige mengkraan, bij onze blinkende spiegelkastjes. Blijkbaar. We willen weer struikelen over de zwervende spullen. We willen romantiek en warmte en ongebleekt katoen. Misschien willen we dat wel echt graag, want dat hele witte, hele kale was inderdaad nogal ongezellig. Maar afdrogen met wafeldoek, nee. Dat willen we nooit meer.

    • Marjoleine de Vos