Gergjev geeft gestalte aan Tsjaikovski's nood

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Krystian Zimerman, piano. Programma: B. Bartók: Eerste pianoconcert; P. I. Tsjaikovski: Vierde symfonie. Gehoord: 27/10 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 28/10, Amsterdam.

Een concert dat om tien uur is afgelopen lijkt op een boek in luxe editie met een paar lege pagina's. Voor dirigent Valery Gergjev en het Concertgebouworkest was de inhoud van het programma gisteravond belangrijker dan de tijdsduur, en met een fors gebaar zetten zij de twee grote contrasterende werken zonder aanvullend liflafje tegenover elkaar. Bartóks Eerste pianoconcert met zijn weerbarstige kaalheid en Tsjaikovski's heftige egodocument, de Vierde symfonie, werden in hun volle grootsheid belicht.

Bij Bartók stonden de schijnwerpers milder afgestemd dan verwacht, en de felle dialoog tussen pianist en orkest leek hierdoor bekleed te zijn met een fluwelen randje. Pianist Krystian Zimerman houdt teveel van de romantische pianoklank om bij het hamerende martellato tot op de bodem van zijn instrument te gaan. Hierdoor had Zimermans Bartók een zekere elegantie, zijn virtuoze techniek is nu eenmaal op klank gericht en hij deinst terug voor een slagwerk-achtige benadering van het klavier.

Met simpele en duidelijke gebaren wist Gergjev een maximum aan helderheid te bereiken. Bij Tsjaikovski laaiden de emoties hoog op, maar met een enorm vermogen tot coördinatie hield hij steeds greep op het geheel. De Grote Zaal was geheel gevuld met een intens zingende orkestklank en elke frase ademde met zo'n grote natuurlijkheid dat Tsjaikovski's noodkreet direct uit de ziel van het orkest leek te komen. De kleine, regelende man op de bok trok op geen enkele manier de aandacht terwijl hij gestalte gaf aan een grandioze Tsjaikovski. De stroom van de muziek bleef gekanaliseerd terwijl het gevoel buiten de oevers trad.

    • Katja Reichenfeld