Flaneren in een ondergrondse winkelkathedraal; Parijs legt laatste hand aan Le Carrousel du Louvre

Of er nu een schoolklas frunnikend achter een juf aansjouwt, of een aarzelend stel vroeg gepensioneerden in zevenkleurig trainingspak de roltrap afdaalt, wie de glazen piramide van het Louvre binnengaat, ontkomt niet aan een gevoel van opgetogen nieuwsgierigheid. Frankrijks grootste schatkamer van kunst is uitgebreid met een ondergronds winkelparadijs. Stokbrood en karafjes wijn met pizza's en hamburgers. Franse grandeur ook op zondag.

Een licht autoritair bewind heeft voordelen. Toen president François Mitterrand in 1981 verkondigde dat het Louvre het grootste en het mooiste museum ter wereld moest worden, ging Frankrijk aan de slag. Geen prijsvraag, geen inspraak, geen tijdverlies. De Chinees-Amerikaanse architect Pei werd besteld. Het mocht wat kosten. Het werd wat meer, maar het resultaat is er naar.

Alle Fransen werken voor de president. De ruim twee miljard gulden die het Project Grand Louvre zeker gaat kosten, worden zonder morren opgebracht. Daarom schiet het goed op. Volgende maand, bij het tweehonderdjarig bestaan van het Louvre als museum, gaat de ingrijpend gerestaureerde Richelieu-vleugel open. Dezer dagen wordt geleidelijk een uitbreiding van het Louvre-als-vrijetijdscentrum in gebruik genomen, het Carrousel du Louvre.

Wie de laatste jaren niet in Parijs is geweest, herkent het stoffige, ontoegankelijke Louvre van vroeger niet meer. Hoogstens aan de buitenkant. Des te minder op het open binnengebied. Daar vormt een glazen piramide van Pei, met drie baby-piramides er omheen, sinds 1989 de spectaculaire entree van de schatkamer van Frankrijk. Ook wie alleen voor de Mona Lisa komt, wordt in het nieuwe welkomstgebied onder de piramides meegezogen naar de overige wereldwonderen.

Zelden hebben een architect en zijn opdrachtgever met zo veel durf en stijl een nationaal erfstuk toegankelijk gemaakt voor het grootst mogelijke publiek. Vorig jaar drongen via de piramide vijf miljoen mensen (60 procent buitenlanders) door tot het Louvre. Op top-dagen moesten zij wel eens een half uurtje buiten in de rij staan. Meestal verloopt de instroom soepel.

Het klinkt wat opgetogen, maar het overkomt me iedere keer weer. Zodra je de piramide binnen bent en afdaalt naar het onderaardse, is een gevoel van feestelijkheid moeilijk te onderdrukken. Of er nu een schoolklas frunnikend achter een juf aansjouwt, of een aarzelend stel vroeg gepensioneerden in zevenkleurig trainingspak de etalage van deze deftige culturele supermarkt verkent, bijna niemand ontkomt aan een zekere nieuwsgierigheid naar wat er allemaal te zien zal zijn. Dat was vroeger wel anders in het Louvre.

Het grootscheepse plan past binnen de gedachte dat het Franse openbaar kunstbezit wereldcultuur is. Het komt natuurlijk ook voort uit het ideaal van cultuurspreiding, waar het socialistische bestuur van de jaren tachtig veel geld voor over had. Soms leidde dat tot het omhelzen van betrekkelijk elitaire fratsen.

Met het Carrousel du Louvre, dat al open is maar nog niet echt af, is dat minder het geval. Dit nieuwste onderdeel brengt de discussie over de vulgarisering van Het Museum in een volgend stadium. Tussen cultuurspreiding, snobisme en pure commercie ligt een merkwaardig en smal wandelgebied. Sponsor-diners in zalen met oude meesters zijn al weer een decennium gemeengoed in musea met meer plannen dan geld. Hier gaat het om de vraag hoe ver een museum kan en mag gaan bij het exploiteren van zijn aureool als tempel van Hoge Cultuur. Dit Carrousel is geen winkel met replica's van beroemde werken. Dit is een winkelcentrum met het museum als status-etiket.

Het nieuwe Carrousel is een ondergronds complex van 35 hectare, gelegen tussen de twee hoofdpoten van het Louvre, richting Tuilerieën, Champs Elysées en Arc de Triomphe. Boven de grond is dit deel van het Grand Louve-project herkenbaar aan een tweede arc de triomphe. Ook die is opgepoetst. Er wordt met man en macht geschoffeld en bestraat om een mooi vervolg op het aangrenzende Piramide-plein van Pei gereed te hebben voor de viering van het tweehonderdjarig bestaan.

Onder de grond is een soort kathedraal gebouwd voor de vrijetijdsmens van de nabije toekomst. Ook daar heeft Pei de supervisie gehad. Met een kleinere, onderaardse, omgekeerde glazen piramide als monumentale knipoog naar zijn beroemde bovengrondse exemplaar. Het ding is "maar' zeven meter hoog - de grote 27 meter - en weegt 450.000 kilo. Op zonnige dagen wordt het licht hier in alle kleuren van de regenboog gereflecteerd.

Door Pei's hernieuwde betrokkenheid is een eenheid van stijl bereikt met zijn al vier jaar bestaande ontvangsthallen. Opgetrokken uit dezelfde bourgondische steen uit het gebied van Côtes-de-Nuits (bekend van de wijn) kan de Louvre-ganger hier urenlang flaneren door vorstelijke, zeven meter hoge winkelstraten. Van de entree-hal naar dit Carrousel kan men onder de grond doorlopen. Het Carrousel is ook te bereiken van de Rue Richelieu en direct uit het metro-station Palais Royal-Musée du Louvre.

In het hele project is de Franse fusie tussen voornaamheid en massacultuur voelbaar. Aanvankelijk had men, in het verlengde van de fluisterstille Louvre-sfeer een winkelparadijs in gedachten waar de shawls en de juwelen zo chic zouden zijn dat zij net zo goed in de museumvitrines hadden kunnen liggen. Maar de realiteit van een investering van 300 miljoen gulden is dat er verkocht moet worden. En dat het meer opbrengt als veel mensen iets minder komen uitgeven dan wanneer tientallen rijken der aarde anderhalve bontjas komen bestellen.

Maar Frankrijk zou Frankrijk niet zijn als acceptatie van het onvermijdelijke niet met behoud van enige waardigheid zou gebeuren. De grootste trekpleister van het Carrousel du Louvre wordt nu de tweede Virgin Megastore in Parijs. De eerste, op de Champs Elysées, trekt dagelijks evenveel bezoekers als het Louvre. Dit muziek- en boekenpaleis is bekend geworden door de strijd deze zomer van eigenaar Richard Branson voor zondagse openstelling. Wat voor hamburgers geldt, geldt ook voor mij, was zijn argument. Hier onder de grond bij het Louvre, heeft hij ronduit geweigerd te investeren als openstelling tegelijk met het museum - dus ook op zondag - niet bij voorbaat vaststond. Dat is gelukt. Enige voorwaarde: nadruk op klassieke en Franstalige platen.

Zonder Franse franje zou het een wat al te angelsaksische winkelweelde worden, met winkels als de Body Shop uit Engeland en Esprit uit Californië. Ook het eet- en drinkgedeelte is aanzienlijk internationaler dan in een ideaal francofiel schema zou passen. Een Canadese groep heeft nu het recht 1400 vierkante meter food court te gaan uitbaten. Met tex-mex, pizza's en een kiphoek. Maar de gasten zullen na de zelfbediening wel mogen zitten, en met wat stokbrood en karafjes zal een minumum aan stijl te redden zijn.

Het Carrousel is gebouwd door een combinatie waarin het zakenimperium van de Générale des Eaux de grootste is. De groep heeft het recht op exploitatie voor tachtig jaar gehuurd van de staat. Een mooi voorbeeld van public-private partnership.

Bij het graven van de bouwput stuitte men op aanzienlijke archeologische verrassingen. Op deze plek zijn veertiende-eeuwse verdedigingswerken gevonden, twee muren en een slotgracht van Charles V. Daar werden de plannen voor een ondergrondse parkeergarage (80 bussen, 600 auto's) voor aangepast. De muren vormen nu een integraal onderdeel van één van de royale ontvangsthallen. Zelden zal men aangenamer uit zijn geparkeerde voertuig kunnen wandelen.

Al die ruimtes zijn nodig omdat het Carrousel ook allerlei VIP-ontvangsten gaat herbergen, en het hart van de Parijse mode-wereld er moet gaan kloppen. De prêt-à-porter-shows zouden dit najaar al onder de grond worden gehouden, maar dat lukte net niet. Vanaf volgend jaar staan vier zalen (van 500 tot 1700 plaatsen) met flexibele vloeren, wanden en belichtings-consoles ter beschikking van ieder soort mode-, muziek- en conferentiegeweld.

Het Carrousel du Louvre wordt zeker chiquer dan het Forum des Halles, waar het boven de grond redelijk gezellig is, en zeker geen Hoog Catharijne snuifdoos. Voor dit leisure-paradijs is bovendien minder onvervangbaars afgebroken. Het kon alleen ook in Washington of Melbourne staan. Gelukkig komt er toch nog een Franse brasserie. Een handige herinnering aan Parijs, voor wie het vergeten was.

    • Marc Chavannes