Ethiopië, Eritrea laken rol Boutros in Somalië

ADDIS ABEBA, 28 OKT. “Boutros- Ghali zou voor een boel zaken verantwoording moeten afleggen.” Abdulmejid Hussein, minister voor buitenlandse economische samenwerking van Ethiopië, valt Boutros-Ghali aan in ondubbelzinnig taalgebruik. Hij acht de secretaris-generaal van de Verenigde Naties verantwoordelijk voor de mislukking van de VN-missie in Somalië. Ethiopië en Eritrea zullen binnenkort bij de Veiligheidsraad voorstellen indienen om de Somalische impasse te doorbreken. Door hun voorstellen in te dienen bij de Veiligheidsraad en niet bij Boutros-Ghali hopen zij de invloed van de secretaris-generaal op het Somalië-beleid te verminderen.

Boutros-Ghali bracht zaterdag op bezoek bij de Ethiopische president Meles Zenawi. Hij kwam boos binnen bij de president en na twee uur vertrok hij nog bozer. “Er bestaan conceptionele meningsverschillen”, zo werd het diplomatiek omschreven in het communiqué. “Boutros en Meles vertrouwen elkaar niet. Het wantrouwen tussen Boutros en de Eritrese president Issayas Aferworki blijkt nog groter”, zegt een goed ingelichte diplomaat in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. “Boutros verzet zich tegen een bemiddelingsrol van Meles en Issayas in Somalië, zoals president Clinton wenst”, vervolgt de diplomaat. “Maar de Amerikanen steunen Meles en Issayas en Boutros zal dus wel door de knieën moeten.”

Minister Abdulmejid Hussein is afkomstig uit de door etnische Somaliërs bewoonde Ethiopische Ogaden. Hij is nauw betrokken bij de onderhandelingen over Somalië sinds Clinton eerder deze maand Eritrea en Ethiopië inschakelde om tot een politieke oplossing te komen. “We werden de laatste maanden door Boutros opzij gezet”, beschuldigt hij de secretaris-generaal. “Daarom stappen we nu naar de Veiligheidsraad, dan zou hij wel naar ons móeten luisteren. Als hij dat toch niet doet, nou, waarom zou je een secretaris-generaal niet kunnen afzetten?”

Ethiopië en Eritrea zullen aan de Veiligheidsraad aanbevelen een onafhankelijk en internationaal onderzoek in te stellen naar de dood van 24 VN-soldaten begin juni in Mogadishu. Niet alleen het incident zelf maar alle gebeurtenissen die er aan voorafgingen - dus in feite het gehele VN-beleid in Somalië - dienen te worden onderzocht. Verder moeten de VN worden verplicht zich te houden aan de resoluties van de in Addis Abeba gehouden vredesconferentie met alle Somalische partijen. De Somalische krijgsheer generaal Aideed - die Boutros wil uitsluiten van verder overleg - moet worden betrokken bij de besprekingen.

Eind volgende maand, vermoedelijk omstreeks 22 november, zal een nieuwe vredesconferentie worden gehouden in Addis Abeba of in Mogadishu en niet, zoals Boutros wenst, in Nairobi. Volgens Abdulmejid “moet de Veiligheidsraad er voor zorgen dat de VN-ambtenaren Somalië niet overnemen. De VN zijn een bezettingsmacht geworden. Eerst zijn de Somaliërs belangrijk, dan de landen in de regio, en dan pas de VN. De VN willen alles controleren, ze luisteren niet naar de Somaliërs, daarom ging het fout”.

Volgens hoge Ethiopische ambtenaren is er kwade opzet in het spel. Zij beschuldigen Boutros er van nooit te zijn uitgerezen boven zijn verleden als Egyptische minister. Hij zou nog steeds de belangen van Egypte behartigen, en die belangen liggen bij het Nijlwater dat goeddeels uit Ethiopië stroomt. Volgens deze gedachtengang zou Egypte er belang bij hebben wanneer in Somalië de chaos voortduurt en deze vervolgens overslaat naar de instabiele Ethiopische Ogaden. Een zwak Ethiopië zal niet in staat zijn het Nijlwater te gebruiken voor de eigen ontwikkeling, zodat Egypte verzekerd blijft van voldoende Nijlwater. Feit of fictie, deze analyse heeft postgevat in de hoofden van de Ethiopische machthebbers. Boutros-Ghali en de Egyptische president Mubarak zijn de boosdoeners.

Met de aangekondigde terugtrekking in de komende maanden van de Amerikaanse, Franse, Belgische en mogelijk Duitse en Italiaanse troepen lijkt het einde van de grootschalige VN-operatie in Somalië in zicht. Het in maart op de conferentie in Addis Abeba op gang gekomen vredesproces kan in zo'n korte tijd niet uitmonden in de vorming van een nationale regering. De naburige landen Kenia, Djibouti, Eritrea en Ethiopië moeten de rol van vredestichter overnemen. Voor Kenia, dat tijdens de Somalische burgeroorlog actief de Somalische krijgsheer generaal Morgan steunde, lijkt daarbij geen prominente rol meer weggelegd.

De huidige machthebbers in Eritrea en Ethiopië kregen toen zij nog rebellenleiders waren wapens van Somalië. Zij kennen daarom de hoofdrolspelers in het Somalische drama goed en willen nu iets terugdoen voor Somalië. Eritrea zou zelfs bereid zijn troepen te sturen. De belangen van Ethiopië zijn groot. Abdulmejid: “Op de middellange termijn staat het voortbestaan van Ethiopië op het spel. Het gevaar van de strijd tussen Somalische clans - en al deze clans leven ook in de Ogaden - is levensgroot voor ons. Daarom accepteren we niet dat verre buitenlandse machten zich zomaar in Somalische aangelegenheden mengen.”

Volgens Abdulmejid maakte Boutros een onvergeeflijke fout toen hij vorig jaar de speciale VN-afgevaardigde in Somalië, de Algerijn Mohamed Sahnoun, ontsloeg. Sahnoun toonde zich voorstander van langdurig politiek overleg met de Somalische facties om zo onderling vertrouwen te scheppen. “Praten, praten en nog eens praten, dat is de enige oplossing voor Somalië”, aldus Abdulmejid. “En kies nooit partij, zoals de VN deden door exclusief Aideeds troepen te gaan ontwapenen.”

Abdulmejid veroordeelt de klopjacht op Aideed. “De VN beschuldigden hem van de dood van de 24 Pakistanen, daarna stelden de VN het onderzoek in naar het incident en vervolgens voerden de VN de straf uit tegen Aideed. Dat is partijdig optreden, dat kan niet. En moet je je voorstellen, dan zetten de VN 25.000 dollar op het hoofd van Aideed. Slechts 25.000 dollar! Zo'n luttel bedrag werd als een belediging gezien door Aideeds Haber Gedir-clan.”

Abdulmejid gelooft dat door langdurig overleg de traditionele clan-oudsten weer aan invloed kunnen winnen, waarna de krijgsheren geïsoleerd raken. Voor deze krijgsheren heeft hij weinig goede woorden over. Het zijn in zijn ogen boeven en moordenaars die bijdroegen aan de vernietiging van Somalië. “Toen alle vijftien Somalische krijgsheren in maart in Addis Abeba verbleven voor de vredesconferentie heb ik tegen hen gezegd: "Eigenlijk zou ik jullie hier gevangen moeten zetten, dát zou de beste oplossing zijn voor de Somalië'. Het aardige was dat een krijgsheer dit voorstel serieus nam en zei het te ondersteunen. Maar helaas, zoiets kunnen we niet doen”.