Duits bedrijf kijkt zelden over grens

DEN HAAG, 28 OKT. Op hetzelfde moment dat Fokker-bestuursvoorzitter Erik Jan Nederkoorn gisteren voor een gehoor van de Haarlemse Kamer van Koophandel benadrukte dat Deutsche Aerospace (Dasa) voor Fokker de enige keus is geweest om als zelfstandig vliegtuigbouwer te overleven, hield Dasa-bestuursvoorzitter Jürgen Schrempp in Den Haag een identiek betoog voor het Nederlands Centrum van Directeuren en Commissarissen (NCD).

Schrempp was één van de prominente gastsprekers op een door het NCD in samenwerking met het instituut Clingendael georganiseerde "Duitslanddag', waarin niet alleen het eminente belang van de Duitse economie voor Nederland werd belicht, maar ook de wederzijdse economische betrekkingen werden doorgelicht. Nederlandse ondernemers konden zich tevens informeren over de kansen van de neigende Duitse economische expansie naar Oost-Europa voor hun eigen activiteiten.

Schrempp noemde het meerderheidsbelang dat Dasa in Fokker heeft genomen één van de weinige geslaagde voorbeelden in de Duitse economie, waarbij een Duits bedrijf verder dan de eigen landsgrenzen heeft gekeken. Hij constateerde een terughoudendheid in Duitsland bij zijn collega-ondernemers om internationaal de boer op te gaan en schreef dat gedeeltelijk toe aan het ontbreken van een gericht industriebeleid in Duitsland. Hij werd daar later op de dag in bijgevallen door dagvoorzitter Dr. J. M. Goudswaard (ex-Unilever) die constateerde: “Een hoop managers in Duitsland hebben wel een hoge rekening bij Lufthansa, maar een echt kader dat jarenlange werkervaring in het buitenland heeft, ontbreekt een beetje in het Duitse bedrijfsleven.”

Voor de overname van Fokker had Dasa in feite maar één echt belangrijke klant, de Duitse overheid. Maar na de val van de Berlijnse muur en de afschaffing van het communisme zetten de teruglopende defensieorders de resultaten van Dasa sterk onder druk. Door Fokker is Dasa, dat in verschillende joint-ventures al verwikkeld in de vliegtuig- en motorenbouw, in staat voor het eerst met de Fokker 100 een compleet eigen straalvliegtuig te leveren.

Prof. dr. A Szász (De Nederlandsche Bank) memoreerde aan het feit dat de Duitse bevolking 20 procent uitmaakt van die in de EG, het Duitse Binnenlandse Produkt is 30 procent van dat van de EG. In totaal gaat ongeveer 30 procent van de totale Nederlandse export richting Duitsland. De hoogleraar waarschuwde de overige EG-landen zich met hun monetaire acties niet teveel moeten vervreemden van Duitsland omdat dit land gezien zijn enorme economische macht altijd de mogelijkheid heeft om op eigen kracht alleen verder te gaan en uit de EMU te stappen.

Prof. dr C.W.A.M. van Paridon belichtte de dramatische terugval (min 23 procent in de eerste 7 maanden van 1993) in de Duitse autoindustrie, waarin één van de zeven mensen van de beroepsbevolking direct of indirect emplooi vindt. Ook de geldstroom uit Bonn van 170 miljard D-mark op jaarbasis naar de voormalige DDR verhit de Duitse economie, waar de troefkaart, de investeringsindustrie, met een daling van 16 procent sterk getroffen is volgens Van Paridon.

Maar juist omdat het oosten van Duitsland zo'n financieel sterke broer heeft zal het economische herstel zich in het voormalige Oost-Duitsland volgens Goudswaard veel eerder voordoen dan in een aantal andere Oosteuropese staten. Potentieel vormen zij enorm marktgebied. Ook voor het Nederlandse bedrijfsleven.