Dorrestijn draait nu in Noodweer de rollen om

Voorstelling: Noodweer. Tekst: Hans Dorrestijn. Regie: Arie Kant. Decor: Merel van Meurs. Spel: Sjoerd Pleysier, AnneMieke Ruyten, Camilla Braaksma, Filip Bolluyt. Gezien: 26/10 Het Nieuwe de la Mar Theater, Amsterdam. T/m 6/11 aldaar. Daarna tournee t/m 29/1/94.

Sommige van de mannelijke personages in het oeuvre van de schrijver, dichter en kleinkunstenaar Hans Dorrestijn zijn dermate ongelukkig dat alleen de gedachte aan moord het leven enigszins draaglijk voor hen maakt. Hun wraakzuchtige verlangens gaan altijd uit naar hun naaste bloedverwanten of naar hun echtgenote.

De man in het toneelstuk Noodweer heeft geen tijd te verliezen. Al in de eerste seconde vermoordt hij zijn vrouw Hilde ("een betonblok met een rokje aan'), zijn schoonmoeder en zijn rode lapjeskat. De moordenaar kijkt het publiek recht in de ogen en zegt dan dat zijn daad het logische gevolg is van een rampzalig huwelijk. Hij heeft uit noodweer gehandeld en iedereen zou in zijn situatie hetzelfde hebben gedaan.

Een Man Uit het Publiek, die ontsteld het podium heeft bestormd, wil geen argumenten, maar bewijzen. Dus roept de toneelschrijver zijn familie weer tot leven. Hilarische scènes bevestigen zijn gelijk: Hilde lijdt inderdaad aan schoonmaakwoede en haar moeder blijkt een stokerige mannenhaatster. Voor de tweede keer worden moeder en dochter om het leven gebracht, ditmaal door de Man Uit het Publiek, die hun aanwezigheid niet langer kan verdragen.

Hier eindigde Noodweer vier jaar geleden, toen het stuk werd gespeeld als lunchvoorstelling. Nu is er een tweede deel aan vastgeplakt, waarin de auteur, vermoedelijk om de schijn van rechtvaardigheid te wekken, de rollen heeft omgedraaid. Leefde Hilde aanvankelijk slechts in de fantasie van de toneelschrijver, nu moet de toneelschrijver zich aan hààr verbeelding onderwerpen.

Het paar is inmiddels gescheiden en de man is aan de drank geraakt. Hij heet nu niet meer Slik, maar Slok en hij verlangt erg naar zijn Hilde. God, die zijn gebed verhoort, stuurt Hilde naar hem toe - als boze fee en wraakgodin. Zij verandert zijn kamer in een oerwoud, helpt hem aan een mooie vriendin en laat dan Sloks vader komen, een stoere zeeman, die er direct met de vriendin vandoor gaat. De kat achter de kamerplanten neemt de gedaante aan van een tijger die met zwavelgele ogen door het gebladerte loert. Met de toneelschrijver loopt het slecht af, want "wie het bestaan een jungle noemt, wordt door de tijger verslonden.'

Of lijkt alles gevaarlijker dan het is? Baden de spelers in bloed of tomatenketchup? Het ver doorgevoerde spel met de botsende werkelijkheden binnen en buiten het theater geeft Noodweer iets fascinerends. Bovendien is het prettig om naar vier spelers te kijken die zich helemaal uitleven zonder in platvloersheid te vervallen. Sjoerd Pleysier, de schrijver, oogt als een ouwelijk ventje, dat in het tweede deel opeens, heel ontroerend, kopjeduikelt van verliefdheid. Camilla Braaksma speelt zowel de schoonmoeder als de vriendin, een even doortrapt als sprookjesachtig wezen, dansend met rinkelende belletjes om haar enkels. Minder opvallend maar goed genoeg zijn AnneMieke Ruyten als de bakvisachtige huisvrouw Hilde en Filip Bolluyt in diverse rollen.

De avondvullende voorstelling Noodweer lijkt ontsproten aan het brein van een auteur die bijzonder bang is voor vrouwen. Zijn bepaald niet rechtvaardige fantasieën over de guerillaoorlog tussen de seksen irriteren soms behoorlijk, maar ze vervelen geen moment, dankzij de snelle regie van Arie Kant, het smeuïge decor van Merel van Meurs en de geloofwaardige galgehumor van Hans Dorrestijn.

    • Anneriek de Jong