De hartstochtelijke versierlust van Faberge; Een briljant eier- imperium

Gekreund van genot en begeerte wordt er, in het Musée des Arts décoratifs in Parijs. "Oeufs bonbonnières', gevuld met gouden koetsjes, een poppenhuis-replica van de tsarenkroon of - heel gewoontjes - een eenzame hamster met tranende oogjes van diamant en snorharen van platina: het 19de-eeuwse juweliersbedrijf Fabergé draaide er zijn hand niet voor om.

Tentoonstelling "Fabergé'. Tot 2 jan. Musée des Arts décoratifs, 107 Rue de Rivoli, Parijs (métro Palais-Royal). Di t/m za 12u30-18u, zo 12-18u.

Hij heeft er zelf geen vinger naar uitgestoken. Hij zette een schetsje op, gaf het aan een werknemer die het idee vakkundiger kon uittekenen en daarna gingen de èchte vakmannen aan de slag. Ze maakten met een loep en chirurgisch gereedschap de mooiste voorwerpen ter wereld, in goud en zilver en in al het andere dat zeldzaam en duur is. Alles wat hun werkplaats verliet kreeg de naam van de man die de ideetjes losjes op papier had gezet: Fabergé, hofleverancier van de tsaar en van nog veel meer vorsten.

Uit de totale produktie tussen 1870 en 1918 van zo'n honderdvijftigduizend unica's - juwelen, kleinoden en elegante gebruiksvoorwerpen - die pas na een grondige keuring van de ontwerper diens naam mochten dragen of anders anoniem in de handel terechtkwamen, heeft het Musée des Arts décoratifs in Parijs enkele honderden bijeengebracht. De Fransen staan er gelaten op een druilerige zondagmiddag voor in de rij op de Rue de Rivoli. Jassen en tassen afgeven graag, en uw kaartje behoeft een drievoudige controle, want wat daar in de verte, in zeskantige vitrines, stralend over zichzelf ligt op te scheppen, laat zich gemakkelijk per jaszak verhuizen.

Het museum heeft voor de gelegenheid de wanden wijnrood gesausd en aan het plafond kristallen kroonluchters met ontelbare elektrische kaarsen neergelaten. Elke bezoeker kan zich nu een beetje koninklijk verwelkomd voelen. Maar de koele waardering en de houding van vanzelfsprekende receptie der dingen die bij zo'n ambiance horen, brengen de meeste Franse dames niet op. Zelfs bij het waarnemen van een ineengedoken, eenzame hamster, gehakt uit beige gesteente en gesierd met tranende oogjes van diamant en met snorharen van platina, wordt zachtjes gekreund van genot en begeerte.

Aanvankelijk was het Huis Fabergé niets bijzonders. Gustaf Fabergé, telg van een Frans hugenotengeslacht dat wegens vervolgingen in de 17de eeuw naar Estonië uitweek, opende omstreeks 1840 een juwelierszaak op de Bolchaïa Morskaïa in het hartje van Sint Petersburg, de hoofdstad van het Russische rijk. Hij had het vak geleerd van een Duitse collega, een van de honderden Duitse goud- en zilversmeden die in de loop der jaren in diezelfde stad waren neergestreken.

Zoon Carl, die als kind al niets liever deed dan nieuwsgierig rondneuzen tussen de schappen, ging eerst op een "grand tour', naar Parijs en Florence. Hij maakte er kennis met antieke ornamenten, met stijlen als Louis XV en XVI, en het émaille cloisonné, een complex procedé waarin Fabergé later niet te evenaren was. Bij terugkomst mocht hij de zakelijke leiding van zijn vader overnemen. En onder zijn regime zou Fabergé uitgroeien tot de meest vooraanstaande juwelier van Rusland, met filialen in Odessa, Kiev en Londen.

Samen met zijn jongste, artistiek begaafdere broer Agathon bezocht Carl (1846-1920) regelmatig de Hermitage. Ze bestudeerden en kopieerden de bijoux van 18de-eeuwse voorgangers. Die kopieën, studiemodellen, waren zo gaaf dat buitenlandse antiquaires ze maar al te graag wilden opkopen om ze als authentieke juwelen uit de tijd van Elizabeth I van Engeland en Catharina II van Rusland voor grof geld van de hand te doen. Menig Fabergé zou jaren later in de gedaante van een Fauxbergé net zo gretig begeerd worden.

Mede dank zij Carls huwelijk met de dochter van een patriciër, mocht het Huis Fabergé al snel zijn diensten verlenen aan het hof van tsaar Alexander III. Een verloving van de tsarevitsj Nicolaas bracht 166.500 roebels in het laatje, de prijs van een collier met parels en diamanten. Voor een huwelijkscadeautje in dezelfde categorie moest 100.000 roebels méér neergeteld worden. En trok de tsarenfamilie op staatsbezoek naar Engeland of Denemarken dan kon de firma, die op het hoogtepunt van zijn roem vijfhonderd werknemers telde, de bestellingen nauwelijks bijbenen.

Een van die bestellingen, een geschenk voor de Deense koning, staat bij het begin van de tentoonstelling opgesteld. Een barok kinderbad, een baby-tjalkje lijkt het, groot genoeg om ook peuters in te laten spetteren. De achtersteven is kunstig gekruld tot een Atlantische golf, waarop een miniatuur zilveren olifant met drijver balanceren. Het blijkt een zogenaamde "kovsj' te zijn, een beker van massief verguld zilver, nog steeds in bezit van het Deense koningshuis. Het zou me niet verbazen als er op een zonnige zondagochtend tòch koningskinderen in hebben liggen kirren.

Het merendeel van de vorstelijke prullaria, petieterig van aard en afkomstig uit het bezit van onder anderen de Britse koningin, The Forbes Magazine Collection in New York en Russische musea, heeft een hoog kitsch-gehalte. Elk fotoportret hoorde thuis in een lijstje van goud, zilver of emaille, opgetuigd met strikken en guirlandes. Elke sigaret kwam in een met saffieren opgesmukte gouden etui terecht en elk nutteloos voorwerp verdiende blijkbaar een doosje met kostbare glittertjes. Voor de adellijke "letterbakken' sneed Fabergé uit het meest onwaarschijnlijk getinte half-edelgesteente, zoals jaspis, agaat, jade en obsidiaan, bijna de complete ark van Noach.

De kaviaar van de tsaar werd geserveerd vanuit de rug van een 60 centimeter lange zilveren steur, wiens beweeglijke staart en vinnen zo mooi zijn nagebootst, dat hij nog elk moment in een desperate opwelling van levenslust als een vis op het droge kan gaan spartelen. En men zou zweren dat die enkele takjes met laurierkers en katjes, samengesteld uit gepolijste roze, groene, witte en okere steensoorten, en in de museumzaal zorgzaam geëtaleerd in een borrelglas met water, net in de Jardin des Plantes zijn geplukt.

Of het nu een tafelklokje, een presse-papier, een schemerlampje of de poppenhuis-replica's van de tsarenkroon waren, Fabergé heeft zijn uitzinnige fantasie en hartstochtelijke versierlust in een mengeling van stijlen en van kostbare materialen als robijnen, diamanten, ivoor, schildpad, onyx en parels tot het uiterste kunnen opvoeren. De meeste kans daartoe werd hem geboden wanneer de Paasdagen naderden. Het volk stelde zich dik tevreden met een kippeëi, de tsaren Alexander III en Nicolaas II daarentegen bestelden voor hun echtgenotes een namaak-ei met verrassing, "un oeuf bonbonnière', gevuld met een gouden koetsje, een gouden hen, reliëf-portretten van de tsarenkinderen of de maquette van een paleiscomplex ter grootte van een flessedop.

Ongetwijfeld wensten de tsarina's en andere adellijke dames zich elke maand een Opstanding des Heren, want sommige in Parijs tentoongestelde exemplaren bevatten net zoveel dure steentjes als een set kroonjuwelen. Fabergé omwikkelde deze emaille-symbolen van wedergeboorte en vruchtbaarheid, met strengen parels en robijnen, dekte ze toe met een filigrain van goud of een netwerk van roze emaille-roosjes, gezet in edelmetaal. De eierdop kon bestaan uit drie wegvliegende adelaars of een gouden draaikolk vol briljanten schuimkoppen.

Bij één exemplaar, een Art Nouveau-schepping, cadeau gedaan aan tsarina Alexandra Fjodorovna, is in de Parijse museumzaal geen sprake meer van gekreun, maar van extase. We zien een ei van glanzend roze emaille, omwikkeld met snoeren diamanten. Op zichzelf niets bijzonders meer, ware het niet dat Fabergé het dit keer heeft laten verzinken in een bosje lelietjes van dalen, oftewel tientallen afgeknotte pareltjes met hartjes van briljanten, die elk aan gouden steeltjes met hun lichtgebogen kopje behoedzaam langs de eiwand houvast zoeken.

En alsof dat niet genoeg was, moesten er pal bovenop het ei ook nog drie, in diamanten gezette miniatuur-portretten van tsaar Nicolaas II en zijn twee oudste dochters verschijnen.

Met de tsaar, de tsarina, hun kinderen, en dus ook met Fabergé liep het slecht af. In 1917 werd de tsarenfamilie gevangen gezet. Een laatste Paasfeest zonder een "un oeuf bonbonnière'. Fabergé's "gewone' clientèle, de prinsen, groothertogen en de rest van de haute bourgeoisie nam veelal de wijk naar elders. De juwelier zelf vluchtte naar Zwitserland, waar hij in 1920 zou sterven. De 54 tsaren-eieren en vele andere Fabergé-creaties liet Lenin transporteren naar Moskou, vanwaar ze verspreid raakten over de wereld. De leiders van Rusland hadden op dat moment iets anders aan hun hoofd.

    • Marianne Vermeijden