De berm in

Een paar maanden geleden stuurde ik u een brief t.a.v. de redactie-AW, schrijft een lezer in Oost-, West- en Middelbeers aan deze krant. In die brief stond een vraag; een vraag op technisch gebied. Nadien heb ik nooit meer iets vernomen. Wat doet u met zulke brieven? Worden die gewoon in de prullemand gegooid? Met vriendelijke groet.

Het is niet voor het eerst dat lezers zich twee- of driemaal in successie tot de AW-redactie richten met het verzoek om nu toch eindelijk te reageren op een al zo lang geleden gestelde vraag. Postzegel bijgesloten en toch niets gehoord. Men kan wel blijven excuses maken, natuurlijk, maar beter is het waarschijnlijk om uit te leggen hoe het komt dat er zo vaak niet wordt geantwoord. Omdat er zoveel brieven komen.

En omdat zich in de inhoud van die brieven een opvallende verschuiving heeft voorgedaan. Werd aanvankelijk bijna uitsluitend gereageerd op eerder verschenen AW-afleveringen, waardoor de correspondentie ten minste een logische begrenzing had, in toenemende mate worden geheel nieuwe problemen en waarnemingen aangedragen. In de verwerking daarvan is een achterstand ontstaan die menselijkerwijs niet meer valt weg te werken. Een kleine selectie uit het aanbod maakt duidelijk waar de schoen wringt.

De keuken is het laboratorium van de gewone man en de dagelijkse voedselbereiding en -opname is zijn wetenschappelijk onderzoek. Veel waarnemingen worden dus in de buurt van aanrecht of ontbijttafel gedaan. De ene lezer vraagt zich af hoe het komt dat het water in een roestvrijstalen fluitketel veel luidruchtiger aan de kook komt dan in een aluminium ketel, de ander wil weten waarom een pan met kokend water pas echt goed gaat dampen op het moment dat men het gas uitdraait. Dat van die fluitketels moet wel haast liggen aan kookvertraging en de geringe warmtegeleiding van roestvrijstaal. Dat van die dampende pan - dat ook blijkt te gelden voor fluitketels - is ingewikkelder.

Dan is het pannekoekenprobleem eenvoudiger: hoe komt het dat de ene kant van een pannekoek er altijd volkomen anders uitziet dan de andere, wil een mevrouw weten. Waarom kun je, dagen na het bakken, nog vaststellen welke kant het eerst verhit werd. Wel, mevrouw, dat komt omdat de tweede kant altijd al half gaar in het vet gaat terwijl de eerste er volkomen rauw in gaat. In de eerste helft van het bakproces raken de krenten in het beslag gefixeerd zodat ze ver uit de laatst te bakken kant steken en bijgevolg aan die kant stelselmatig verkolen. Hoe het komt dat altijd, altijd, de eerste pannekoek mislukt (eigen waarneming), dat weet niemand.

Groot is de interesse voor culinaire explosies. De ene lezer vult zijn thermoskan met verse koffie en melkpoeder, sluit hem af en hoort hem binnen zijn omhulling exploderen. De ander ziet de dop van de fluitkelel wegschieten op het moment dat hij de ketel opppakt en de derde wordt bijna door het deksel van de braadpan geroffen als hij wat kokend water toevoegt aan de jus waarin een eend ligt te braden. Nummer vier wil weten of het echt waar is dat een vers ei in de magnetron ontploft. Het zal toch duidelijk zijn dat een herhaling van deze experimenten onder geconditioneerde omstandigheden enige tijd vergt.

Ook het proefondervindeljk onderzoek naar het maximum aantal tomaten (of aardappelen) dat men naar binnen kan werken voordat vergiftigingsverschijnselen optreden is nog niet van de grond gekomen. Of het kwik in het aardgas, in vis en in de vullingen van de kiezen, een bedreiging is van de gezondheid? Wie zal het zeggen.

En dan het dralon-ondergoed. Een kennis van een lezer voelt zich daar onprettig in, hij heeft het gevoel dat hij er sneller moe in wordt dan in gewoon ondergoed, en nu wil de lezer weten of deze klacht vaker gehoord wordt, en of het ook bij andere soorten kunststof te verwachten valt. Lezer: wij weten het niet! Wij willen het ook niet weten. Zoals wij niet willen weten hoe het komt dat een lezer een tinteling in zijn hand voelt als hij 's avonds zijn messing schermerlamp uitdoet. Het tikken van de centrale verwarming is een kwestie van uitzetten en krimpen, het brommen van de zee als er storm komt (maar nog niet is) lijkt ons suggestie of toeval, de lichtkrans die men om de schaduw van het eigen hoofd bij lage zonnestand in het natte gras ziet heet Heiligenschein. Waarom "verwassen' blauwe kledingstukken onder het strijken reversibel van kleur veranderen: ja, dat is nu eens een leuk probleem. Die komt binnenkort aan de beurt. Of het restje shampoo in een shampoo-fles sneller naar buiten komt als je de fles schuin ondersteboven houdt in plaats van vertikaal: die ook.

Weer minder zeker is dat met de vraag waarom roestig ijzer naar roestig ijzer ruikt en of het waar is dat fietsbanden vooral snel leeglopen als er niet met de fiets van die banden gereden wordt. Stuurt u toch bewijzen van de waarnemingen of resultaten van vergelijkend onderzoek. Zoals de lezer die vaststelt dat het lijkt alsof de auto's op foto's van auto's op een snelweg altijd scheef op die weg lijken te rijden, alsof ze zo de berm inschieten. Een blik op de foto en de conclusie is: het is waar.

De bijna dagelijks te bevestigen waarneming dat auto's veel eerder condens of rijp op hun dak ontwikkelen dan op de zijkanten heeft te maken met instraling vanuit de omgeving. Het vestigt de aandacht op een aardig probleem dat deze zomer werd aangekaart door een dakloze zwerver die niet in een stalen container wilde slapen omdat containers 's nachts kouder zouden worden dan de omringende lucht. De vraag is: kan dat? En kan dit: een zeppelin bouwen die zijn stijgvermogen ontleend aan hoogvacuum, dus alleen aan het wegpompen van lucht uit zijn starre omhulsel?

    • Karel Knip