Bonn en Parijs: meer buitenlands beleid van de EG

PAG.4 STOELENDANS OM DE EUROPESE INSTELLINGEN / HET LAATSTE GEVECHT VAN DELORS

BRUSSEL, 28 OKT. Duitsland en Frankrijk willen dat de lidstaten van de Europese Gemeenschap in vier gebieden snel gezamenlijk buitenlandse politiek gaan bedrijven. Bondskanselier Kohl en president Mitterrand stellen de lidstaten voor veel vaker in Brussel te vergaderen om het buitenlandse EG-beleid vast te stellen.

Dit blijkt uit een brief aan de Belgische premier en fungerend EG-"voorzitter' Dehaene voor de extra Europese top van morgen, die de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht moet markeren. Kohl en Mitterrand schrijven dat de EG “aan het begin van een nieuw tijdperk van Europese constructie” staat. De EG moet actief worden in het Midden-Oosten, Zuid-Afrika, Rusland en ex-Joegoslavië, zo menen de president en de kanselier. Zij denken aan hulp bij het vredesakkoord tussen Israel en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), de politieke integratie van de zwarten in Zuid-Afrika, de verkiezingen in Rusland en de onderhandelingen in ex-Joegoslavië. Tevens moet de EG een "stabiliteitspact' met Oost-Europa sluiten, ter verzekering van de vrede. Dit voorstel is ook bekend als het plan-Balladur. Kohl en Mitterrand menen dat Europa “een historische kans” moet grijpen.

Zij stellen voor om de EG-bewindslieden voor Europese zaken “zeer regelmatig” in Brussel het gezamenlijke buitenlandse beleid te laten coördineren. Het zou om wekelijkse of twee-wekelijkse bijeenkomsten van staatssecretarissen gaan. In Parijs zeiden hoge ambtenaren gisteren dat de Europese Commissie zo beter in toom gehouden kan worden. Bonn ziet het vooral als een manier om meer dynamiek in het Europese buitenlandse beleid te brengen.

De kanselier en de president schrijven dat de Europese Raad morgen “de landszetel” van het Europese Monetaire Instituut moet vaststellen. Daarmee bieden zij een uitweg uit een conflict met Groot-Brittannië, dat de bank niet in Frankfurt wil, maar alleen in Bonn. De Europese Raad kan dit morgen dus omzeilen door het bij de keuze voor een land te laten.

Behalve over buitenlandse politiek en de verdeling van nieuwe Europese instellingen over de lidstaten praten de EG-leiders over: De voorbereiding van het begin van de tweede fase van de Monetaire Unie op 1 januari.

De vaststelling van samenwerking op het terrein van asiel, uitwijzing, visa en drugs.

De institutionele gevolgen van de beoogde uitbreiding van de EG.

    • Folkert Jensma