Algerijnse elite geeft de strijd op

Het Algerije dat de waarden van het Westen wilde volgen, staat op instorten. Honderden Algerijnse intellectuelen, kunstenaars, journalisten en schrijvers zijn hun land al ontvlucht - naar Frankrijk, Canada en diverse Franstalige Afrikaanse staten. Onder hen bevinden zich hoofdredacteuren en toonaangevende commentatoren van de belangrijkste kranten. Zij hebben de strijd tegen de moslim-extremisten opgegeven, hoewel zij dat nog niet openlijk toegeven.

Anderen proberen alsnog van kamp te wisselen; enerzijds roepen zij op tot “dialoog” en “verzoening” met de Strijders voor God, anderzijds klagen zij in steeds heftiger bewoordingen de overheid aan, die links en rechts om zich heenslaat om het duizendkoppige monster van het terrorisme de baas te blijven. Zij die voldoende geld of relaties in het buitenland hebben om ijlings het vliegtuig te pakken, wachten - steeds pessimistischer, maar zich nog steeds voedend met ijdele hoop - het ogenblik af waarop zij op de vlucht moeten slaan. Onder hen bevinden zich volgens "radio-Trottoir', de geruchtenmachine die nu steeds meer op hol slaat, een groot aantal ministers en zeer hoge ambtenaren. Een hoge Algerijnse regeringsfunctionaris die dezer dagen Parijs bezocht, vertelde dat zeker 300.000 van zijn landgenoten die nu nog in Algerije zitten, zich van Franse visa hebben verzekerd voor het geval dat...

Want de intellectuelen, de technocraten en de middenklasse in Algerije - en in de allereerste plaats de Franstaligen, kortom allen die niet gediend zijn van de fundamentalistische Godsstaat - beseffen dat zij letterlijk ten dode zijn opgeschreven, zodra het FIS (het Front van de Islamitische Redding) direct of indirect de macht grijpt. Zij hebben daarvoor gegronde redenen. Een aantal schrijvers, artsen, journalisten en professoren werd sinds begin dit begin jaar in aanwezigheid van hun kinderen vermoord.

En de islamitische strijders passen voortdurend nieuwe methoden toe. De afgelopen twee maanden werden ten minste vijf kinderen ontvoerd. Vervolgens kwam er een telefoontje naar de familie dat zij zouden worden vrijgelaten als de vader hen op een bepaalde plek afhaalde. Zo niet, dan zouden ze worden gedood. De vaders in kwestie, twee legerofficieren, een communist en twee industriëlen die hadden geweigerd zich door de FIS-strijders te laten chanteren en geld voor Gods strijd ter beschikking te stellen, bleef niets anders over dan naar de aangegeven plek te gaan, waar zij ter plekke werden vermoord. Dat bleek buitengewoon effectief te werken; diverse mensen die vervolgens een briefje kregen dat hun kinderen het volgende doelwit waren, vluchtten overhaast naar een veraf gelegen streek of naar het buitenland.

De anti-terrreurpolitie en het leger zijn niet in staat gebleken tegen dit soort geweld iets te doen. Want veel gewapende groepjes werken autonoom, zodat zij nauwelijks door de inlichtingendiensten van de strijdkrachten geïnfiltreerd kunnen worden. Bovendien blijken zij hun verliezen met het grootste gemak te kunnen aanvullen. De martelaren voor het geloof worden snel door familieleden vervangen, die wraak willen nemen op “de honden” en die toch al werkloos zijn.

Als hun emir (leider) wordt neergeschoten, neemt een andere emir zijn plaats in. Dat het FIS onder die omstandigheden in maximaal één tot anderhalf jaar aan de macht zal komen, staat voor de meesten wel vast, alle stoere verklaringen van de politieke- en de legerleiding ten spijt dat de strijd tegen het terrorisme onvermoeibaar doorgaat. Zoals een van de aspirant-vluchtelingen opmerkt: “De rot is nu tot volle rijping gekomen. De slag om ons soort mensen uit te roeien is al lang begonnen.”

Pag.5: Algerijnse staat brokkelt in snel tempo af

Officieel is er nog hoop, omdat de autoriteiten een "nationale verzoeningsconferentie' hebben uitgeroepen, te beginnen op 15 november. Het is de zoveelste vergadering die naar oplossingen moet zoeken om het land uit de politieke crisis te helpen. Alle politieke groeperingen, met uitzondering van het illegaal verklaarde FIS, zijn uitgenodigd. Ook dr. Said Sadi, de leider van de vooral in Kabylië gevestigde en streng seculiere partij RCD en een van de nog zeer weinige politici die nog steeds een compromisloze oorlog tegen de fundamentalisten en hun leer proclameren omdat “het fundamentalisme hetzelfde is als de dood. Wie dat wil uitproberen, moet beseffen dat daarvan geen terugkeer meer mogelijk is”.

Ondanks de voortreffelijke relaties die dr. Sadi met de legerleiding onderhoudt, kan ook deze zijn veiligheid niet garanderen. Hij leeft dus sinds vele maanden half-ondergedoken. Gewapende bescherming van de overheid krijgt hij niet omdat het leger en de antiterreureenheden uitgeput zijn, niet in staat om wie dan ook effectief tegen het snel wassende terrorisme af te schermen. Het verzoek van de Europese Gemeenschap aan de Algerijnse overheid om de buitenlanders beter te beschermen is dan ook een slag in de lucht.

Dr. Sadi heeft van de legertop te horen gekregen dat zijn verzet tegen een toekomstige pro-FIS-coalitie zinloos is. Want het leger wil thans koste wat het kost onderhandelen met het FLN (de vroegere, tot op het bot corrupte regeringspartij), met het FFS (de voornamelijk in Kabylië gevestigde partij van de "historische leider' Ait Ahmed), met Hamas en Ennadha (de legaal gebleven fundamentalistisch-islamitische partijen die vrijwel hetzelfde programma nastreven als het FIS, maar dat programma in zachtere bewoordingen propageren) en met het MDA van de vroegere en nu vrijwel vergeten oud-president Ben Bella. Al die partijen zijn bereid het FIS verregaand tegemoet te komen. Zij zijn zelfs in het buitenland al besprekingen begonnen met diverse leiders van het FIS. Maar dat nemen de militaire machthebbers op de koop toe. Want als zij met die partijen tot overeenstemming kunnen komen, hopen zij daarmee de basis van hun machtsstructuur te verbreden en daarmee de basis van de gewapende oppositie te ondermijnen. Dat kan uitsluitend door die politieke partijen die met FIS zaken willen doen, een aandeel te geven in de macht en in de daarmee gepaard gaande repressie.

Het besef dat de strijd tegen de fundamentalisten onmogelijk kan worden gewonnen, heeft bij de werkelijke machthebbers van Algerije, de kolonels en generaals, tot de consensus geleid dat smartelijke compromissen onvermijdelijk zijn. Een halfjaar geleden waren er binnen de legertop nog ernstige spanningen tussen de "onverzoenlijken' en de "verzoeners'. Daarop besloot men de "onverzoenlijken' een kans te geven en hun de leiding van de strijd tegen het terrorisme toe te vertrouwen. Zij gingen er keihard tegen aan. Er werd van overheidswege meer dan ooit gemarteld en het aantal snelle doodvonnissen, uitgesproken door militaire rechtbanken met speciale volmachten steeg drastisch, evenals de willekeurige moorden op barbus (de bebaarde aanhangers van het FIS). Zij werden gewoon op straat door onbekenden neergeschoten.

Volgens de versie van de autoriteiten gaat het om interne afrekeningen tussen de moslim-extremisten. Maar de politieke waarnemers geloven dat niet zomaar. Zij zijn verdeeld over de identiteit van deze moordenaars; sommigen denken dat zij familieleden van vermoorde militairen en politiemannen zijn, anderen vermoeden dat een kern van de "onverzoenlijken' binnen de strijdkrachten zelfstandig tot dit soort acties heeft besloten om elke nationale dialoog onmogelijk te maken. Als dat hun bedoeling was, hebben zij tot dusverre weinig succes geboekt; volgens de krant Al-Massa heeft een lid van het voorbereidende comité voor de nationale verzoeningsconferentie zelfs al contact gezocht met Abdelkader Hachani, een van de belangrijkste FIS-leiders, die in gevangenschap zit.

Ook buitenlandse waarnemers die zich nog maar een paar maanden geleden voorspiegelden dat de strijd tegen het FIS misschien toch nog niet helemaal verloren was, hebben nu de moed opgegeven. Zelfs het economische programma van de vorige maand in dienst getreden regering van premier Malek biedt geen hoop op de zo noodzakelijke snelle resultaten. De regering neigt er nu toe, zeggen de diplomaten, om haar nationale trots in te slikken en eindelijk akkoord te gaan met een herschikking van de nationale schuld aan het buitenland ten bedrage van 25 miljard dollar. De jaarlijkse rente en aflossing van deze schuld bedraagt 7,5 miljard dollar, terwijl de import van de allernoodzakelijkste voedingsmiddelen en machinerieën 8 miljard dollar kost. De minimumuitgaven van Algerije bedragen dus 15,5 miljard dollar. Daar tegenover staan de inkomsten voor olie- en gasleveringen van tien miljard dollar. Het gigantische gat is alleen maar door een herschikking van de schuld te dichten, die nu onder een andere naam aan de bevolking verkocht wordt - "herprofilering' van de schuld.

Maar dat betekent dat hoe dan ook binnen maximaal een halfjaar de verlieslijdende staatsondernemingen, die in feite niet anders zijn dan sociale werkplaatsen, gesloten moeten worden - met als gevolg dat er opnieuw meer dan een half miljoen mensen werkloos worden. "Herprofilering' van de schuld betekent namelijk sanering van deze geld opslokkende monsters uit een stalinistisch verleden. En als de regering wederom aarzelt om met de buitenlandse schuldeisers tot een akkoord te komen is er op z'n laatst in april of mei van komend jaar geen dinar meer voorhanden om de steeds grotere verliezen van de staatsondernemingen te subsidiëren. Want ook de binnenlandse schuld is tot ondraaglijke proporties opgelopen.

Intussen staat het leven vrijwel stil. Op sociaal en cultureel gebied is er in heel Algerije niets meer te beleven, dat is veel te gevaarlijk. Men waagt zich 's avonds niet meer uit zijn huis. Tienduizenden mensen spelen verstoppertje. De Strijders Gods, die zich officieel sinds kort onder een gemeenschappelijk opperbevel hebben geplaatst en vanuit de maquis naast de overheidsfunctionarissen en de politie ook de intelligentsia vermoorden. En de duizenden intellectuelen en overheidsfunctionarissen, die sinds enkele maanden niet meer op normale tijden naar huis durven te gaan en elke avond een andere slaapplaats zoeken. De mensen van de gendarmerie (de rijkswacht) overnachten al sinds meer dan een jaar in hun kazernes.

De staat en alles wat die vertegenwoordigt, brokkelt onder de meedogenloze aanvallen van de islamitische strijders in snel tempo af. Eerst werden de gemeentehuizen aangevallen, toen de burgemeesters en de politiecommissarissen, vervolgens de telefooncentrales. Daarna werden de staatsfabrieken en werkplaatsen in brand gestoken, machines gesaboteerd en auto's onklaar gemaakt of geroofd. Winkels die videocassettes of alcohol verkochten zijn in grote getale na dringende “waarschuwingen” van de Strijders Gods gesloten, evenals vele dameskappers en badhuizen.

Sinds september zijn nu ook de staatsscholen het doelwit van de Strijders Gods. Zij worden in brand gestoken. Vele mensen zijn het daarmee eens omdat “op die scholen de Koran niet onderwezen wordt en de onderwijzers toch alleen maar communisten zijn”. Volgens goed ingelichte bronnen vallen er thans gemiddeld zo'n twintig doden per dag als gevolg van het terrorisme en de onderdrukking. Daarover mogen de media slechts mondjesmaat rapporteren.

Het aantal dagelijkse doden als gevolg van het geweld zal zeer waarschijnlijk in snel tempo oplopen, nu het "Leger van God' sinds 21 september de strijd nog verder heeft opgevoerd. Ook buitenlanders zijn nu mikpunt, die werden ontvoerd en met afgesneden keel teruggevonden. Daarmee wordt de laatste hoop van de regering op investeringen en financiële steun, die noodzakelijk zijn voor een economisch herstelprogramma, gekeeld. De Duitse kolonie is, zonder dat daaraan enige ruchtbaarheid werd gegeven, al grotendeels vertrokken. De Fransen kunnen elk moment hun voorbeeld volgen. En de Amerikaanse oliemaatschappijen hebben het grootste deel van hun werknemers al discreet teruggetrokken.

Ook Anouar, een van de talloze Algerijnse journalisten die op de dodenlijst van het FIS staan, maakt zich op om zijn land definitief te verlaten. Nog een jaar geleden sloeg hij een goede aanbieding af om in het buitenland te werken, omdat hij getuige wilde zijn van het drama in zijn land, maar vooral omdat hij nog steeds de flauwe hoop koesterde dat het mogelijk moest zijn de moderne krachten te mobiliseren tegen de golf van archaïsch geweld, dat God, de Profeet en de islam in zijn vaandel voert.

Hij gaat allang niet meer naar zijn krant; dat is veel te gevaarlijk. Op zijn draagbare computer schrijft hij zijn ongesigneerde artikelen. “Ik bericht over de langzame desintegratie van een staat en een samenleving”, zegt hij droogjes. “Meestal worden mijn berichten gecensureerd door de overheid of door de eindredactie die doodsbang is. Een zinloze exercitie, want wie Algiers uitgaat, richting Blida, ziet al snel wat er aan de hand is. De hele streek wordt in feite door de terroristen gecontroleerd. Niet voor niets wordt het daar Peshawar genoemd en nog een paar kilometer verder, waar je alleen nog maar uitgebrande auto's ziet bij een paar puinhopen, Kabul.”

Hoe bang is hij? “Ik was er heel erg aan toe toen ze begonnen mijn vrienden te vermoorden en de overheid in feite niets daartegen ondernam. Ik heb een revolver gekocht en ik leef als een bedoeïen. Mijn vrouw en kinderen heb ik al naar Frankrijk gestuurd naar familie, na dreigbriefjes dat onze kinderen iets zou overkomen. Maar je past je snel aan - zelfs aan een hopeloze situatie. Ik ben dan ook nu heel rustig. Want ik weet dat er binnen afzienbare tijd voor mij niets meer te berichten is. Dan valt het doek voor vele, vele jaren over Algerije.”

- : The Lost World of the Kalahari. New York.

    • Michael Stein