Aga Khan raakt hotel-paleizen in Europa kwijt

Wie mag de rijken laten slapen in de grand hotels van Europa, de Aga Khan of de Engelse-Italiaanse emigrantenzoon Rocco Forte? Rocco kreeg vorige week de belangrijkste troeven in handen, maar of hij ze winstgevend kan uitspelen is de vraag. Achter de monumentale façades van Europa's mooiste hotels hoopt zich stof op: zelfs de beau monde kan zich geen grandeur meer veroorloven.

Het Amsterdamse grachtenhotel Pulitzer lijkt in de ban van The Golden Age. Met een flinke dosis Rembrandt moet deze Amsterdamse manifestatie deze winter toeristen naar de hoofdstedelijke hotels lokken en wat is er mooier dan te bivakkeren in één van de 24 herenhuizen die samen het Pulitzer vormen?

De marketing is in volle gang. Maar achter de fraaie gevels heerst onrust. Pulitzer's moedermaatschappij Ciga, ofwel de Compagnia Internationale Grandi Alberghi, heeft financiële problemen. Dat is wel het laatste waar de medewerkers van Pulitzer aan dachten toen het hotel drie jaar geleden onderdeel werd van de keten van superhotels, Ciga, die in handen was van legendarisch rijke Aga Khan. 'Ricco come l'Aga Khan' roepen Italianen als ze een loterij winnen: zo rijk als de Aga Khan. Zijn vermogen werd onlangs nog door het Amerikaanse weekblad Fortune nog geschat op 1,4 miljard dollar. Maar geld rolt soms snel in een verkeerde richting.

Onder begeleiding van de klanken van Vivaldi's Quattro Stagioni spreekt de Milanese Ciga-directeur Claudio Miorelli van "zeer serieuze problemen'. “De intentie is dat Ciga onder beheer komt van hotelketen Forte.” Forte is in Nederland bekend door het hoofdstedelijke zakenhotel Crest Forte Apollo. Miorelli wil de Aga Khan buiten beschouwing laten: “Hij is aandeelhouder en zijn holding Fimpar wil geen geld meer in Ciga steken.”

Ook Pulitzer-directeur C. Masselink probeert de rol van de illustere Aga Khan niet te overdrijven. “De Aga Khan had altijd grote interesse in ons hotel, maar hij stelde zich altijd op als aandeelhouder, niet als manager.” Menigmaal begroette hij de Aga Khan in het Pulitzer, één van de goedkopere hotels van de Ciga-keten, maar wel goed voor vijf sterren. Ciga doet niet voor minder. De gemiddelde Ciga-klant betaalt gauw duizend gulden of meer per nacht, bij Pulitzer kan men al voor een derde van dit bedrag terecht.

Masselink vertelt dat de 58-jarige Karim Aga Khan in Amsterdam kwam zonder groot gevolg. “Hij houdt absoluut niet van circus.” Zijn voorouders gedroegen zich meer als vorst, maar nog steeds is hij leider van de Ismaili moslims. Dit is een geloofsgroep die zich in de achtste eeuw afsplitste van de Shi-ieten en circa 15 miljoen aanhangers telt. Invloedrijk zijn deze gelovigen vooral in India, Kenya en Pakistan. De overleden Pakistaanse president Zia-ul-Haq stond de Aga Khan altijd bij het vliegtuig op te wachten en dat is niet alleen omdat hij geldt als een directe afstamming van de profeet Mohammed. De Aga Khan Foundation financiert 300 scholen, 200 ziekenhuizen en een universiteit.

De Aga Khan is allesbehalve een Khomeiny-achtige iman. Zijn donker maatkostuum geeft hem eerder het voorkomen van een bankier, dan van een geestelijk leider. Hij laat zich aanspreken met His Highness, een aanspreektitel die de koningin van Engeland ook gebruikt. De relatie tussen het Britse Koningshuis en de familie is hecht sinds de vorige eeuw, toen de Britten overhoop lagen met de Perzisch sjah. Toen koos de Ismaili-iman partij voor de Britten en uit die tijd stamt ook de naam "Grote leider' of te wel Aga Khan. Die keuze gaf politiek overigens geen houvast: de familie moest vluchten. De familie dook op in Kairo, Karim werd geboren in Zwitserland en zijn jeugd bracht hij door in Kenya.

In 1957 kreeg Karim Aga Khan van zijn grootvader, sultan Mohamed Shah Aga Khan, op twintigjarige leeftijd het bewind over de moslimgroep. Zijn vader Aly Khan werd overgeslagen omdat omdat hij te weinig vorst en te veel playboy was. De Aga Khan studeerde toen nog op de Harvard universiteit in het Amerikaanse Manchester. Voor Iran nam hij deel aan skiwedstrijden tijdens Olympische Winterspelen in Innsbruck. Om naast zijn religieuze- en financiële besoignes nog te kunnen trainen, had hij zijn hoofdkantoor in die tijd verplaatst naar het Zwitserse Sankt Moritz.

Pag.20: Europa's mooiste hotels hebben schuld van ruim miljard gulden

's Zomers kiest hij vaak voor het zeilen op de Middellandse Zee. Dat bracht hem ertoe om in 1962 op Sardinië het toerisme te ontwikkelen: hij stichtte de Costa Smeralda, een aantal luxueuze hotels en aanverwante jachthavens en golf- en tennisbanen met een geschatte waarde van een kleine miljard dollar. Sinds de bemoeienis van de Aga Khan lokt het Italiaanse eiland in toenemende mate de happy few weg van de Rivièra. Zijn Sardijnse investering leverde hem een hechte vriendschap op met Fiat-eigenaar Giovanni Agnelli.

Wanneer de Aga Khan niet het zeil hijst of op de lange latten staat, is hij te vinden tussen de paarden, een eeuwenoude hobby van de familie. Met zo'n 500 volbloeds is hij één van de belangrijkste personen in de wereld van de paarderennen. Voorpagina-nieuws was de "ontvoering' in 1983 van zijn paard Shergar waarop een bod van 30 miljoen dollar was gedaan. Hij schokte de Britten in 1990 door negentig paarden terug te trekken uit de Britse rensport, omdat de Jockey Club zijn paard Aliysa had gediskwalificeerd wegens doping. De vorst kondigde onlangs aan dat zijn kleuren groen en geel volgend jaar weer op de Britse renbanen te zien zullen zijn.

De problemen rond de volbloeds waren kleinigheden vergeleken bij de financiële drama's die zich deze maanden rond de Aga Khan aftekenen. Bankier Baron Edmund de Rothschild relativeerde in een vraaggesprek met Time nog zijn situatie: “Karim is net zoals veel anderen getroffen is door de zwaarste downturn in het na-oorlogse Europa.” In de New York Times zei de vooraanstaande Milanese broker Albertini echter: “De Aga Khan heeft in de afgelopen jaren series slechte beslissingen genomen en nu betaalt hij de prijs. Zijn domste beslissing was volgens Albertini zijn stap om Ciga-hotels te kopen "uitgerekend op een moment dat steeds minder mensen zich dergelijke hotels kunnen permiteren'.

Ciga is een van de meest aristocratische hotelketens van de wereld. Het hotelconcern is in 1906 opgericht door de Venetiaanse graaf Giuseppe Volpi. Hij transformeerde het palazzo van de doge Dandolo tot het beroemde hotel Danieli. In de jaren twintig werden nog meer dogenpaleizen in Venetië in hotel veranderd. Sindsdien vertoeft de beau monde bij Ciga. Wie wil zonnebaden kan zijn intrek nemen in klassieke "grands hotels' als Excelsior en Des Bains op het Lido dat uitkijkt op de Venetiaanse lagune. Des Bains was het decor voor Visconti's melodrama Death in Venice.

In de jaren dertig begon Ciga met de verovering van de rest van Italië. Le Grand en Excelsior in Rome, het Grand Hotel in Florence en Pricipe di Savoia in Milaan werden aan de keten toegevoegd. Na de tweede wereldoorlog werd la dolce vita opnieuw populair en kon de groep verder expanderen. Nadat de Aga Khan in 1985 de meerderheid in Ciga had verworven ging het concern op jacht naar op erfenissen uit de Belle Epoque buiten Italië. Meurice in Parijs, het Palace Hotel in Madrid en als toegift het 17e eeuwse Pulitzer in Amsterdam werden Ciga-hotels evenals het Imperial in Wenen en Goldener Hirsch in Salzburg.

Tijdens de Italiaanse euforie van het wereldkampioenschap voetbal in 1990 voegde de Aga Khan bovendien nog eens twee Milanese hotels aan zijn collectie toe. Zijn verzameling Europese hotelpaleizen kwam daarmee op 36. De schuldenlast nam echter navenant toe: in het afgelopen jaar stond 670 miljoen dollar uit (1,25 miljard gulden). De winsten veranderden na het voetbalkampioenschap in verliezen: in 1991 verloor Ciga 80 miljoen dollar, in het afgelopen jaar was dat meer dan verdubbeld tot 173 miljoen dollar (330 miljoen gulden). De hotels bleken precies op het verkeerde moment te zijn gekocht. Uitgerekend in Italië waar de meeste Ciga-hotels zijn, trekt de Europese crisis de diepste sporen: de cliëntèle kan zich de sjieke hotels niet meer permitteren. Bovendien is de waarde van de lire ten opzichte van de dollar bijna gehalveerd, zodat Ciga minder dan ooit met de inkomsten dollarleningen kan afbetalen.

Pogingen van de Aga Khan om op de beurs in Milaan geld aan te trekken van beleggers mislukten. Sommige beursanalisten menen dat dit komt omdat hij zich wegens het doorsluizen van privé-bezit naar Ciga onpopulair gemaakt heeft, anderen denken dat hij te weinig contacten heeft in de Italiaanse financiële wereld. Zijn steun en toeverlaat Agnelli gaf bovendien niet thuis: Fiat heeft problemen genoeg. Voor het eerst stonden de banken bij Aga Khan's holding Fimpar op de stoep. De Aga Khan moest zelfs in de Wall Street Journal een reclamepraatje houden dat Ciga niet failliet zou gaan omdat de waarde van de panden veel groter was dan de schulden.

Ciga zicht zijn heil bij de familie Forte. De nu 84-jarige Charles Forte beproefde als Italiaans jongetje van vijf zijn geluk in Groot-Brittannië. Terwijl de grootvader van de Aga Khan zijn gewicht uittelde in diamanten, kon Forte in 1935 met moeite een lening van 2000 pond Sterling loskrijgen. Inmiddels heeft de oude Forte echter Lord voor zijn naam staan en staat zijn 48-jarige zoon Rocco aan het hoofd van een in Londen ter beurze genoteerd hotelimperium dat zijn gelijke in de wereld niet kent. Dat is niet zozeer kwantitatief - al schaart de groep zich met 850 hotels in 35 landen in de top - maar vooral door de kwaliteit. Sommige hotels overtreffen zelfs het prestige van de bezittingen van de Aga Khan. Zo telt de Forte-collectie de Ritz in Madrid, het Parijze George V, het Plaza Athénée in New York, het Grosvenor House en Hyde Park in Londen.

Forte was de favoriet van Margaret Thatcher, maar haar steun en zijn in 1982 verkregen lordstitel waren niet voldoende voor het blauwe Britse bloed om hem te accepteren. Dat bleek toen Forte het Savoy wilde overnemen. Savoy-chairman Sir Hugh Wontner sprak zijn veto uit - de emigrant mocht er niet met de parel van Londen vandoor gaan. Forte heet sinds de vete in Savoy-kringen Little Chef, een verwijzing naar zijn postuur en naar de gelijknamige cafetaria-keten die ook tot het Forte-concern behoort. Hoewel Forte een meerderheid van de aandelen in Savoy bezit, heeft hij door een beschermingsconstructie een minderheid in de zeggenschap.

Sinds 1992 staan ook bij Forte de resultaten onder druk. Vooral de tophotels op het Europese continent maken grote verliezen. In Londen weet Rocco Forte door te stunten met prijzen de bedden vol te krijgen, maar ten koste van de marge. Rocco bezat echter nog wat tafelzilver. Zo haalde hij vorig jaar 164 miljoen pond Sterling (458 miljoen gulden) binnen door Gardner Merchant te verkopen, een horecabedrijf waartoe ook het grootste Nederlandse cateringbedrijf Van Hecke behoort.

Forte bleef echter kampen met hetzelfde probleem als Ciga: de rentelasten zijn te hoog. Van elke verdiende gulden moet bij Forte 56 cent naar de bank. Op de vraag was hoe Forte de Ciga-groep kon helpen bedacht de Milanese bank Mediobanca de oplossing. Mediobanca bestuurt namens tientallen banken Ciga zolang de hotelgroep de rente op de schulden niet kan betalen. De partijen bereikten in de afgelopen weken een vernuftig principe-akkoord, al waarschuwde Rocco dat er nog een onderzoek naar de boeken van Ciga moet volgen. “Het is de bedoeling dat de hotels van Ciga vanaf de eerste dag winst maken. Dat kan ook want ze hebben de afgelopen twintig jaar geen professionele leiding gehad,” zo sprak Rocco Forte optimistisch. De ferme taal werd op de Londense beurs beloond met een koersstijging van het Forte-aandeel.

Afgesproken is dat Forte voor de inlijving van de Ciga-hotels 33 miljoen pond in contanten betaalt, een kleine honderd miljoen gulden. Dat is bij wijze van spreken de waarde van de aanlegstijger van Danieli aan het Canal Grande in Venetië. Voor een keten met de mooiste hotels die volgens de Aga Khan een veelvoud van de schulden van meer dan een miljard gulden waard is, lijkt dat een koopje. Forte schuift echter tegelijk 125 miljoen pond (340 miljoen gulden) aan waarde van eigen hotels door naar Mediobanca. Forte kan door het geringe bedrag in contanten en het afschuiven van vastgoed de schuldpositie gezond houden, maar krijgt wel de meerderheid van de aandelen in het afgeslankte Ciga.

Het vastgoed van de Italiaanse hotels blijft echter buiten de transactie. Voor Forte is dat misschien wat zuur. Wontner van Savoy haalde in het verleden wonden open door Lord Forte af te schilderen als een typische hotelmanager, iets anders dan een eigenaar. Forte is nu een beetje Ciga-manager. Pleister op de wonde is dat de andere Europese hotels van Ciga, waaronder het Pulitzer, wel geheel in zijn handen komen.

Voor de Aga Khan zijn de druiven zuurder. Hij raakt zijn Italiaanse hotels kwijt aan de banken en de Europese kroonjuwelen aan Forte, maar misschien is dat maar goed ook. In een van zijn spaarzame vraaggesprekken zei hij tien jaar geleden in Time: “Eigenlijk ben ik geen entrepeneur. Ik ben in de eerste plaats een geestelijk leider.”

    • WABE van ENK