SPD raakt verstrikt in eigen standpunten; Duits pokerspel over kolen en kernenergie

BONN, 27 OKT. Langdurige pogingen om tussen de grote Duitse partijen consensus over de toekomstige energiepolitiek te bereiken, zijn mislukt. Nu de SPD-top begin deze week na een heftig intern debat bleef bij haar afwijzing van alle vormen van kernergie en weigert om in beginsel ruimte te laten voor een nieuwe generatie extra beveiligde Frans-Duitse kerncentrales, is de kans op consensus weg. Dit zei de Duitse minister Klaus Töpfer (CDU, milieu) gisteravond voor de laatste gespreksronde met de SPD, die vandaag zou plaatsvinden.

De mislukking van vandaag betekent dat voorstellen van de regeringscoalitie om de subsidiëring van de Duitse kolenmijnen tot het jaar 2.000 te regelen nu in principe ook van de baan zijn. Vorige week had de coalitie voorgesteld om de prijs van dure Duitse kolen (200 mark per ton) kunstmatig te verlagen via een verhoging van de subsidie-opslag op de stroomrekening tot 1997 van 7,5 tot 8,5 procent en de electriciteitsbedrijven te verplichten jaarlijks 35 miljoen ton Duitse kolen te kopen. Daarna zou tot 2.000 een beperktere overheidssubsidie van maximaal 7 miljard mark 's jaars gelden, over de financiering daarvan moest later worden beslist.

Voorwaarde voor de coalitiepartijen was wel dat de SPD, die vooral in het Roergebied veel kiezers heeft in de kolen- en staalindustrie, haar afwijzing van kernenergie zou moeten opgeven. Daarop reageerde de nieuwe SPD-voorzitter en aspirant-lijsttrekker Rudolf Scharping vorige week al verontwaardigd: “De SPD laat zich zo niet naar instemming met kernenergie chanteren”.

De kwestie is voor de SPD zeer gevoelig, zeker nu het jaar 1994 met zijn 19 verkiezingen (daaronder die voor de Bondsdag) dichtbij komt. Enerzijds is de stemming onder werknemers in de noodlijdende Duitse kolen- en staalindustrie geladen wegens de grote ontslaggolven en de onzekere toekomstperspectieven, anderzijds heeft de afwijzing van kernenergie voor de linkervleugel van de SPD een hoge emotionele waarde. Een andere factor is dat de partij haar coalities met de Groenen op regionaal niveau (in Hessen en Nedersaksen bijvoorbeeld) in gevaar zou brengen als zij haar afwijzing van kernenergie intrekt of sterk zou relativeren. Bovendien zou zij dan zelfs al de theoretische mogelijkheid van toekomstige samenwerking met de Groenen in Bonn kunnen afschrijven.

De in de Bondsdag oppositionele SPD wijst sinds haar verkiezingsprogramma van 1987 kernenergie af en wil bestaande nucleaire centrales op zijn best tot het einde van hun levensduur laten draaien. Zij is sindsdien echter in steeds meer Westduitse deelstaten regeringspartij geworden (na gewonnen verkiezingen in o.a. Nedersaksen, Hessen en Rijnland-Palts) en heeft daardoor zelf meer te maken gekregen met het feitelijk beheer van kerncentrales en hun relatie met regionale electriciteitsproducenten.

Sinds de SPD'er Gerhard Schröder in 1991 in de deelstaat Nedersaksen premier van een rood-groene coalitie werd, probeert hij daarom met de regering in Bonn, de nucleaire industrie en elektriciteitsbedrijven tot een akkoord te komen over voorlopige handhaving van kernenergie met een optie op het uiteindelijk verlaten daarvan (motto: Ein Einstieg in den Ausstieg).

De pragmatische machtspoliticus Schröder, die deze zomer tegen Scharping de race om het partijvoorzitterschap verloor, wilde echter een “theoretische” uitzondering maken voor nieuwe “extreem beveiligde” toekomstige drukwater-kerncentrales. Hij probeerde tegelijkertijd om de kritiek van zijn woedende coalitiepartner in Nedersaksen (de Groenen) en de linkervleugel van de SPD te temperen door te verzekeren dat deze zogeheten “Referenzreaktoren” straks toch te duur zullen zijn of niet voldoende zullen voldoen aan zeer scherpe veiligheidseisen. Voor een voorstel op deze min of meer cynische basis wist Schröder in een urenlang heftig debat in het SPD-bestuur afgelopen maandag evenwel geen meerderheid te krijgen.

De Duitse regeringspartijen en de nucleaire industrie hebben dat interne SPD-debat met grote spanning gevolgd. Het Franse Framatome en Siemens willen zulke nieuwe centrales voor de export (na het jaar 2.000) samen ontwikkelen in hun joint venture NPI (Nuclear Power International). Voor Siemens, dat de verkoop van kerncentrales al enkele jaren ziet stagneren, is een absolute voorwaarde dat de “Referenzreaktor” ook in eigen land moeten komen te staan, wil er kans op export zijn. Voor de Duitse regeringscoalitie is nu een volgende ronde in het politieke pokerspel begonnen. Voor haar is nu de vraag of zij echt, en met verwijzing naar de gehandhaafde SPD-afwijzing van kernenergie, kan terugkomen van haar subsidievoorstellen voor de kolenindustrie.