Spaarloon belastingvrij tot 2.800 gulden

DEN HAAG, 27 OKT. De mogelijkheden voor belastingvrij spaarloon, winstdeling, premiespaarloon en aandelenopties worden vanaf 1 januari verruimd. De Eerste Kamer heeft gisteren ingestemd met een iniatief-wetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Vermeend (PvdA) en Vreugdenhil (CDA).

Werknemers kunnen met ingang van 1 januari jaarlijks 2.800 gulden belasting- en premievrij aan loon en winstuitkering ontvangen. Dit was 1.300 gulden. Van het bedrag van 2.800 gulden moet 2.500 gulden worden gestort op een spaarrekening die voor vier jaar wordt geblokkeerd. De rente over deze spaarrekening wordt belastingvrij om te voorkomen dat werknemers extra belastingbiljetten moeten invullen.

De senatoren Boorsma (CDA), Schinck (PvdA), Hilarides (VVD) en Schuyer (D66) drongen bij staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) aan op een verhoging van het maximumbedrag dat belastingvrij kan worden gespaard. Met een verwijzing naar de situatie in het buitenland zei Van Amelsvoort dat een verhoging van de bedragen niet is uit te sluiten.

Volgens Vermeend en Vreugdenhil kan het wetsvoorstel een bijdrage leveren aan een matiging van de loonontwikkeling. Het kabinet praat binnenkort met werkgevers en werknemers over een vrijwillige loonmatiging. Als dit niet lukt, overweegt het kabinet via een loonmaatregel direct in te grijpen, zowel in de lopende als in de nog af te sluiten contracten. Minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) ging vanmorgen op een spreekbeurt in Rotterdam nog een stap verder door bij CAO-partijen aan te dringen op loonsverlagingen als de gang van zaken in bedrijven daar aanleiding toe geeft.

Met name het spaarloon (tot 1.500 gulden per jaar belastingvrij) en het premiesparen (de werkgever mag de besparingen van de werknemer tot 1.000 gulden per jaar belastingvrij verdubbelen) lijken een aantrekkelijk alternatief voor loonsverhogingen in 1994.

De Vries heeft al een concept-wetsvoorstel klaar liggen om de lonen en salarissen in 1994 te bevriezen. De belastingvrije spaar- en premiespaarloonregelingen, inclusief nieuwe afspraken die daarover in 1994 worden gemaakt voor dat lopende jaar, zullen echter niet door zo'n ingreep worden getroffen. Dat heeft een woordvoerder van Sociale Zaken bevestigd.

Uit rekenvoorbeelden die Vermeend en Vreugdenhil gisteren presenteerden, blijkt dat werknemers die de mogelijkheden voor belastingvrij spaarloon en premiesparen maximaal benutten een rendement kunnen behalen dat bij sparen bij de bank niet haalbaar is. Met een eigen inleg van vier jaar achtereen 1.000 gulden (bovenop het maximum van vier keer 2.500 gulden op de geblokkeerde spraakrekening) en tegen een rente van zes procent, zal er na die vier jaar circa 16.000 gulden op de gecombineerde spaarloon- en premiespaarloonrekening staan.