Politici kritiseren veroordeling vroegere DDR-minister Mielke

BONN, 27 OKT. De veroordeling tot zes jaar gevangenis van de bijna 86-jarige vroegere DDR-minister voor staatsveiligheid Erich Mielke wegens moord op twee Pruisisch-republikeinse politiemannen op de Berlijnse Bülowplatz op 9 augustus 1931 heeft politici van alle grote Duitse partijen tot openlijke of nauwelijks verhulde kritiek gebracht.

Ook televisiecommentaren en landelijke kranten hadden weinig goede woorden voor het vonnis dat de Berlijnse rechtbank gisteren, na 86 procesdagen in 20 maanden, velde. Zowel politici als de media maken er geen geheim van te hopen dat het Berlijnse Constitutionele Hof het vonnis van gisteren op 9 november zal vernietigen of wat de strafmaat betreft rekening zal houden met de leeftijd en slechte gezondheid van Mielke, die in de DDR tussen 1957 en 1989 Stasi-minister was.

De kritiek richt zich vooral op het feit dat de verjaringstermijn voor moord volgens destijds geldend recht 20 jaar is en dat de rechtbank deze termijn tot 1993 heeft opgerekt. Dat was gedaan omdat Duitse rechtbanken tussentijds op last van de geallieerden waren opgeheven en nadien verhoren uit een proces in 1934 en andere bewijsmiddelen in Moskou of Oost-Berlijn onvindbaar of ontoegankelijk waren. Kritiek is er ook omdat Mielke nu wel is veroordeeld wegens een moord die hij 62 jaar geleden als jong communist (en in opdracht van de KPD) beging, maar processen wegens zijn Stasi-rol en zijn medeverantwoordelijkheid als top-SED'er voor het doodschieten van vluchtelingen aan de DDR-grens werden stopgezet, tussentijds, in verband met zijn slechte gezondheid.

Een derde bezwaar, dat Mielkes verdedigers ook al naar voren hadden gebracht, is dat gebruik is gemaakt van verklaringen van niet meer levende getuigen uit een proces van 1934. Dat wil zeggen een proces na de machtsovername door de nazi's (in 1933) waarin getuigen gedwongen kunnen zijn geweest om over de toen al naar Moskou uitgeweken KPD'er Mielke belastende verklaringen af te leggen. De Berlijnse rechtbank had dat bezwaar afgewezen; het achtte een verklaring uit 1934 van een getuige die Mielke en een mededader met getrokken pistool bij de doodgeschoten politiemannen had gezien, betrouwbaar. Ook had de rechtbank geoordeeld dat de vroegere Stasi-minister tijdens het proces een slechte gezondheidstoestand en psychische onbekwaamheid had gesimuleerd. Hij moet ondanks zijn hoger beroep “wegens vluchtgevaar” in hechtenis blijven, oordeelde de rechtbank.

Het Bondsdaglid Otto Regenspurger (CSU) noemt het vonnis van gisteren “onbevredigend”. Hem stoort dat een misdaad van de jonge Mielke is berecht en niet “de latere topman die zijn beroep maakte van vervolgen van mensen en daarbij talloze misdaden (..) heeft begaan”. Dat ziet de FDP'er Jürgen Schmieder ook zo. Hij oordeelt sceptisch over het Berlijnse proces en volgens hem “kan men over de strafmaat twisten”. Volgens Uwe-Jens Heuer (PDS, de opvolgster van de SED), was het proces in Berlijn “absurd”, vooral omdat gebruik is gemaakt van bewijsmateriaal uit 1934. Heuer constateert “politieke wil” achter een in de Duitse geschiedenis uniek vonnis wegens een moord van 62 jaar geleden, terwijl het Duitse gerechtshof (BGH) de rehabilitatie van de in 1929 veroordeelde pacifist Carl von Ossietzky “consequent weigert”.

Het omstreden proces-Mielke omspande niet alleen ruim zestig jaar Duitse geschedenis - van de republiek van Weimar naar Hitlers Derde Rijk, en van de DDR naar de Duitse hereniging in 1990 - maar was ook overigens uniek. Mielke en een partijgenoot hadden augustus 1931 in opdracht van de KPD een wraakactie uitgevoerd nadat de politie kort daarvoor tijdens aanhoudende vechtpartijen op de Bülowplatz tussen de KPD en Hitlers NSDAP een communist had doodgeschoten. Na de wraakactie had Mielke in opdracht van zijn partij de wijk genomen naar Moskou, waar hij schriftelijk vastlegde dat hij met een partijgenoot de beide politiemannen had geliquideerd.

Deze handgeschreven schriftelijke bekentenis werd zomer 1992, min of meer toevallig, door een Duitse onderzoeker gevonden in de archieven van de geheime dienst KGB en vervolgens door de Russische regering afgestaan aan de Duitse justitie. De Berlijnse rechtbank heeft deze archiefstukken toegelaten als bewijsmiddel. Een ander "toeval' was dat Mielke zelf van het Rode Leger in de DDR alle processtukken uit 1934, inclusief hem belastende getuigenverklaringen, had gekregen. Die werden gevonden in zijn persoonlijke safe in het Stasi-hoofdkwartier in de Oostberlijnse Normannenstrasse toen dat voorjaar 1990 door leden van Oostduitse burgerbewegingen tijdelijk bezet was.

Over die vondst zei de gehate ex-Stasichef zelf tijdens het proces dat hij dit materiaal zeker eerder zou hebben vernietigd als hij had kunnen vermoeden dat hij ooit nog eens voor de rechter zou moeten staan wegens de KPD-wraakactie in 1931. Hardnekkige geruchten willen trouwens dat Mielke in diezelfde safe in de Normannenstrasse jarenlang ook belastend materiaal bewaarde over andere SED-prominenten, bijvoorbeeld over DDR-staats-chef Erich Honecker. Mede daardoor zou zijn positie binnen het politburo van de SED onaantastbaar zijn geweest, zeker zolang Honecker daarin de eerste man was. Bij zulke geruchten paste dat de DDR-regering vrijwel direct nadat Honecker najaar 1989 ten gunste van Egon Krenz was afgezet als staats- en partijchef, Mielke zijn Stasi-ministerschap afnam ondanks diens vertwijfelde uitroep: Ich liebe euch doch alle.

    • J.M. Bik