Philips-Rabo constructie

Wekenlang heeft een uitgelekte koop/huurconstructie van Philips en de Rabobank de aandacht getrokken.

De veel besproken opzet leidde tot een vertrouwelijk spoeddebat in de Tweede Kamer en wist zelfs buitenlandse bladen als de Wall Street Journal te bereiken. Op het bekend maken van de constructie in het VPRO-radioprogramma Argos, reageerde minister Andriessen (economische zaken) laconiek. De zegen van de fiscus was slechts een steuntje in de rug voor Philips waar hij ook een steentje aan had bijgedragen. De voor belastingzaken verantwoordelijke staatssecretaris Van Amelsvoort zou naar zijn zin te lang hebben geaarzeld bij het accepteren van de opzet. Onlangs presenteerde minister-president Lubbers evenwel een beeld waarin geen heldenrol voor Andriessen voorkomt.

Philips heeft een deel van haar patenten en licenties verkocht aan de Rabo-bank en die rechten op hetzelfde moment in exclusieve huur van de bank teruggenomen. Omdat werd geopperd dat de fiscus door deze opzet miljoenen guldens aan belastinggeld zou mislopen, vroeg de VVD in de Tweede Kamer een spoeddebat aan. Daarin stelde Van Amelsvoort dat de toegepaste constructie niet nieuw is. Zij bestaat al jaren in de onroerend-goedsfeer. Deze zogenaamde sale-and-lease-back is aantrekkelijk omdat de balans van een bedrijf er beter uit komt te zien. Het nieuwe van de opzet die Philips koos, is dat het niet om een gebouw gaat, maar om geestelijk eigendom. Er heerste volgens Lubbers in het Financieele Dagblad van afgelopen donderdag, zowel bij Andriessen als bij Van Amelsvoort 'wat nervositeit' rondom de plannen van Philips. Lubbers deelde de gemoedstoestand van zijn collega's niet. Hij blijkt dit soort constructies prima te vinden. Sterker nog, hij meent dat ze voor navolging in aanmerking komen. Wel stelt hij als voorwaarde dat het niet mag gaan om een puur financiële transactie zonder ondernemersrisico. Afgaande op Lubbers' mededeling dat er in het geval van Philips aan de door hem gestelde voorwaarden is voldaan, is er fiscaal gezien niets aan de hand.

Voor zover Philips de fiscus een voet dwars zet, is dat bij het frustreren van een erkend onredelijke belastingregel: een beperking in de verliescompensatie. Normaal gesproken belast de fiscus bij een bedrijf het verschil tussen opbrengsten en kosten: de winst. In principe wordt de belastbare winst per boekjaar bepaald. Zijn er in een bepaald jaar evenwel meer kosten dan opbrengsten, dan telt het verliessaldo mee in een ander, wel winstgevend jaar. Maar als dat niet snel genoeg gebeurt, blokkeert de wet deze compensatie. De fiscus incasseert dan een fiscaal voordeel dat volstrekt niet past in de systematiek van onze belastingwetgeving. De Tweede Kamer wil overigens af van de beperking in de verliescompensatie, mede omdat men die in België en Duitsland ook niet kent. Staatssecretaris Van Amelsvoort voelt daar evenwel niets voor vanwege een verlies aan belastingopbrengst van 25 miljoen gulden per jaar en het feit dat de Nederlandse regeling internationaal gunstig afsteekt. Vanuit het Philips-standpunt is het gebruik van de sale-and-lease-backconstructie al met al om verschillende redenen begrijpelijk. Aan de zijde van de Rabobank worden fiscale voordelen vermoed die gewoon lijken voort te vloeien uit de toepassing van aanvaarde boekhoudtechnieken.

Lubbers ziet in de constructie een goede methode om de researchresultaten als waardevol bedrijfsactief tot zijn recht te laten komen. Feitelijk wordt er geld geleend op onderpand van de octrooien en licenties zonder dat de balans door een schuld wordt ontsierd. Dat Lubbers op navolging van de constructie door andere bedrijven hoopt, moet een verrassing zijn voor de VPRO-programmamakers die een stuitende fiscale truc dachten te onthullen. Het paradoxale is dat als gevolg van hun onthulling, de Tweede Kamer er bij Van Amelsvoort op heeft afgedwongen dat openbaar wordt wat hij Philips heeft toegestaan. De bekendmaking van dit anders geheim gebleven beleid maakt de weg vrij voor het op ruime schaal toepassen van de sale-and-lease-backconstructie bij octrooien en dergelijke. Misschien loont het voor Lubbers de moeite na te gaan welke andere voor het bedrijfsleven interessante constructies buiten de aandacht van de media gehouden zijn. Ook de publikatie van de daarbij door de fiscus ingenomen standpunten kan menig bedrijf tot navolging inspireren. Per slot van rekening is er veel mogelijk in de omgekeerde wereld waarin de VVD de aanval op de inventiviteit van Philips opent, de VPRO de bodem legt voor de erkenning en verspreiding van een fiscale constructie terwijl de minister-president de verantwoordelijkheid neemt voor de juiste interpretatie van de belastingwet.