Onze junta

De criminele infiltrant in de politiek blijkt een stroman te zijn van een Turks-Nederlandse heroïnesyndicaat. Hij had zich op de groslijst van de PvdA in stadsdeel De Baarsjes weten de plaatsen en werd een half jaar geleden ontmaskerd toen de politie daar het bendewezen ging oprollen. Moeten we ons daar druk om maken, rechtvaardigt dit de uitspraak van de Amsterdamse hoofdcommissaris E.E. Nordholt dat "de politiek' door de criminaliteit geïnfiltreerd wordt?

Zoals iedere grote stad heeft Amsterdam een "drugsprobleem' dat het eufemisme is voor een complex van illegale handel, onderlinge afrekeningen, verpesting van woonbuurten, diefstal, moord en doodslag. Voor een drugsbende kan het nuttig zijn, een afgezant in een deelraad te hebben, niet om dit orgaan in een bedenkelijke richting te sturen maar om beter te weten wat de overheid op het jachtterrein van plan is. Gedraagt die spion zich goed dan valt het in andere deelraden ook eens te proberen. Dat is het gewone scenario van iedere mafia, overal ter wereld, die zich met "de politiek' gaat bemoeien. Daarp volgen verleiding tot medeplichtigheid, het daarvoor zwichten, de chantage en de rest. Van dit scenario zijn hoofdcommissarissen beter op de hoogte dan deelraadbestuurders.

Had Nordholt dan "man en paard' moeten noemen zoals door verontwaardigde politici is geëist? Wat was er gebeurd als hij dat had gedaan? Dan had hij zich als ambtenaar werkelijk in de politiek gemengd in plaats van daarbuiten een algemene waarschuwing te laten horen. Nu was de PvdA de geïnfiltreerde partij zoals, gelukkig, door die partij zelf bekend is gemaakt. Als het Groen Links of de CD was geweest en Nordholt had "man en paard' genoemd: had het dan niet weer andere klachten geregend?

Toevallig of niet toevallig, maar juist deze week houden we ons weer bezig met een paar burgemeesters die het verkeerde pad op zijn gegaan. Tegen één van hen is een jaar gevangenisstraf geëist. De vijf grote partijen buigen zich over de vraag of er een "politieke code integriteit' moet komen, maar zijn het nog niet eens. Er wordt gewerkt aan een reorganisatie van het openbaar ministerie, onder andere om te voorkomen dat officieren van justitie ernstige vormfouten zullen begaan. De Amsterdamse hoofdofficier, mr. M.J. Vrakking, heeft bekendgemaakt dat er ook in de landelijke politiek één infiltrant is doorgedrongen, maar wil om dezelfde reden als Nordholt vermoedelijk, geen "man en paard' noemen. Minister Dales heeft een "pakket' naar de Tweede Kamer gestuurd. In dit pakket zitten de voorstellen tot maatregelen die corruptie in het openbaar bestuur moeten voorkomen. Codes, onderzoeken en pakketten. De kiezers hebben niets over hun bestuurders en politici te klagen.

Ook over Nordholt en zijn collega's R. Hessing (Rotterdam), J. Brand (Den Haag) en J. Wiarda (Utrecht) zijn dossiers. Die bestaan uit een berg kranteknipsels. Een groot deel van wat er de afgelopen twee jaar is bijgekomen heb ik gisteren gelezen - boeiende lectuur. Overwegend is het een verslag van een veldtocht die de hoofdcommissarissen in de loop van hun carrière tegen de verlammende bureaucratie hebben ontwikkeld, en tegen "de' politiek voorzover deze zich ondergeschikt heeft gemaakt aan de bureaucratie, niet door de witte vlag te hijsen maar langs een omweg, via overlegstructuren, consensuspolitiek, onderzoeken en rapporten, in de ongrijpbare taal die de Tarnkappe voor de persoonlijke verantwoordelijkheid is, of de "aanspreekbaarheid' zoals men graag zegt.

De vier hoofdcommissarissen hebben zich niet van deze taal bediend. Ik veronderstel dat daarvoor twee oorzaken zijn. De eerste is dat de vraagstukken waarmee zij dag in dag uit te maken hebben, zich niet voor een beschrijving in dit soort glibberig en mistig Nederlands lenen. De tweede is langzamerhand ontstaan, uit het wanbegrip dat aan "de' politiek ontstijgt, uit het daarop volgende begin van miskenning en uit hun ongeduld. Dit alles leidt niet tot een verfijning van diplomatiek gedrag.

Uit een portret dat Tom-Jan Meeus op 8 mei van dit jaar in deze krant schreef citeer ik een vraag en het antwoord daarop van G. Brokx, nu burgemeester van Tilburg. “Grijpen de politiechefs de macht?” Brokx: “Die lieden vormen een closed shop. (-) Ik heb ze een paar jaar geleden gezegd: jullie moeten oppassen, jullie dreigen in dezelfde positie terecht te komen als de generaals in de jaren zeventig.” In een andere beschouwing heet het dat de werkelijke baas in Amsterdam Nordholt heet en dat de burgemeester in zijn kielzog hoofdzakelijk voor de officiele verfraaiingen en alibi's zorgt.

In de dialoog tussen "de' politiek en de hoofdcommissarissen laten de laatsten zich niet onbetuigd, en misschien - dat is onder de gegeven omstandigheden een vruchteloze maar onvermijdelijke vraag - zijn ze wel "begonnen'. Nordholt rept van kamerleden "die een toontje lager moeten zingen', die "de ogen sluiten voor de maatschappelijke werkelijkheid' en dientengevolge veel "flauwekul' ten beste geven. Schrijver dezes kan het zich voorstellen dat de hoofdcommissaris zich zo uitdrukt. Een andere keer gaat het mis, zoals toen Wiarda zich liet ontvallen dat hij het denkbaar vond als een middenstander een honkbalknuppel onder de toonbank had. Dat is het argument waarmee sinds jaren in de Verenigde Staten de National Rifle Association de binnenlandse bewapeningswedloop bevordert.

Maar laten we niet op de betrekkelijke kleinigheden letten. De hoofdcommissarissen verdienen beter dan de halve beschuldigingen dat ze bezig zijn, een soort Nederlandse junta te formeren. Dit is geen land voor junta's. Het conflict waarin we verwikkeld zijn, gaat tussen een nog altijd relatief vriendelijke consensusmaatschappij en de onderwereld waarmee geen consensus valt te bereiken. Het is niet moeilijk te ontdekken, wie de bondgenoot van de burgerij is.

    • H.J.A. Hofland