Ontslag voor 550 werknemers; United Bus en dochters in faillissement

EINDHOVEN, 27 OKT. Autobusconcern United Bus en twee werkmaatschappijen, Den Oudsten in Woerden en Daf Bus in Eindhoven, zijn vandaag failliet verklaard.

De circa 550 werknemers van deze bedrijven hebben door curator mr. H.I. Prinsen ontslag aangezegd gekregen.

De banken hebben geweigerd een boedelkrediet te verlenen waardoor een faillissement onvermijdelijk was geworden. Vorige week vrijdag kregen de ondernemingen uitstel van betaling.

Toeringcarfabrikant Bova in Valkenswaard en de buitenlandse dochters van United Bus blijven voorlopig buiten het faillissement. Bova maakt een goede kans op korte termijn te worden verkocht aan twee ex-directeuren. Daarbij zouden 320 van de 480 banen behouden kunnen blijven. Ook voor Daf Bus en Den Oudsten zijn gegadigden, maar de verkoop (van onderdelen) van die bedrijven zal volgens mr. Prinsen meer tijd en ook veel arbeidsplaatsen kosten.

United Bus (in totaal circa 1900 werknemers) ontstond in 1989 uit een fusie van Daf Bus en Bova. Het jaar daarop werd Den Oudsten (openbaar-vervoerbussen) aan de combinatie toegevoegd. Na een voorspoedige start liep de afzet van zowel touringcars als stads- en streekbussen fors terug. In 1992 leed United Bus een verlies van 5 miljoen gulden op een omzet van ruim een half miljard en de vooruitzichten voor het lopende jaar waren nog veel slechter. De voorraad nam sterk toe en veel bussen kwamen terug van klanten die niet konden betalen. Het eigen vermogen van United Bus, vorig jaar nog 126 miljoen gulden, smolt weg.

Vorige week weigerden de huisbankiers (Rabobank, Nationale Investerings Bank en ABN Amro) 35 miljoen gulden op tafel te leggen voor een saneringsplan. Na de surséance op vrijdag waren de banken evenmin bereid een boedelkrediet te verlenen.

De Industriebond FNV verdenkt de directie van United Bus ervan de laatste tijd op onoirbare wijze met geld te hebben geschoven. Bestuurder H. Wijninga zegt over aanwijzingen te beschikken dat de laatste weken “op onduidelijke wijze is geschoven met 30 miljoen gulden aan intercompany-leningen”. Ook zou 1,2 miljoen gulden aan de boedel van de moedermaatschappij zijn onttrokken door reisbusproducent Bova, de dochter die aan de surséance en het faillissement ontkwam.

Pag.23: FNV overweegt procedure

Van het begin af aan vonden de vakbonden het een vreemde zaak dat één dochtermaatschappij buiten de surséance van betaling bleef. De Industriebond FNV wil onderzoeken of hij een enquêteprocedure zal aanspannen bij de rechtbank in Amsterdam. De bond wil helderheid “of onze vermoedens juist zijn dat er sprake is geweest van een vooropgezet spel dat veel mensen onnodig hun baan gaat kosten”.

Gisteravond bevestigde (toen nog) bewindvoerder Prinsen dat er grote geldstromen via de holding United Bus zijn geleid. “Ik heb echter geen enkele aanleiding om te denken dat daarmee iets onrechtmatigs is gebeurd.”

Prinsen verwacht dat het een "juridisch hoogstandje' zal worden om Bova uit het geheel van United Bus te ontvlechten. Er doemen daarbij volgens hem allerlei problemen op: met de fiscus, met de banken en door de kruisverbindingen met andere concerndelen. Over de kans op verkoop van Bova aan de vroegere directeuren W. Lijmer en P. van Doorne, die het bedrijf met steun van Vado-beheer (de beleggingsmaatschappij van de familie Van Doorne) willen overnemen, toonden zowel Prinsen als de vakbonden zich redelijk optimistisch. Ook de banken zouden positief staan tegenover die transactie. Wel heeft mr. Prinsen deze gegadigden gezegd dat hun bod nog niet hard genoeg is. Prinsen: “Ik heb op twee bruiloften gedanst.”

De bewindvoerder heeft de optie voor de verkoop van Bova aan concurrent Berkhof uit Valkenswaard niet bij voorbaat afgewezen. Juist de belangstelling van Berkhof was voor de werknemers van Bova maandag aanleiding het bedrijf te bezetten. Het personeel was bang dat de rivaal alleen uit was op bedrijfsgeheimen en op krenten uit de pap.

Over het uitblijven van een boedelkrediet toonde mr. Prinsen zich niet al te rouwig. “Ik beschouw een boedelkrediet als een soort doodvonnis. Als je daarmee de zaak drie weken aan de gang houdt, kost het veel geld en ook in dat geval lopen de orders weg.” Prinsen zal de hoogste prioriteit geven aan de verkoop van Bova en eventueel delen van Den Oudsten en Daf Bus. “Mijn stelling is: als het niet vlug gaat, lukt het niet.”

Het aanvragen van een faillissement was volgens Prinsen nodig om de lonen voor het betrokken personeel over de maand oktober veilig te stellen. De bedrijfsvereniging stelt zich hiervoor nu garant tegenover de banken.

Zowel voor Daf Bus als voor Den Oudsten zijn verschilende gegadigden in de markt. Mr. Prinsen weigerde te zeggen wie dat zijn. Bestuurder G. van Os (Unie BHLP) meent te weten dat voor Daf Bus een Nederlandse en twee Britse potentiële kopers zijn. Voor Den Oudsten hebben zowel het huidige management als buitenstaanders belangstelling getoond. Volgens de bonden kunnen als het meezit bij Daf Bus 120 van de 160 banen behouden blijven en bij Den Oudsten 200 van de 350 arbeidsplaatsen.