"NAVO moet eisen nieuwe leden definiëren'; VS leren Slowaken hoe leger in democratie moet opereren

Net als Polen, Tsjechië en Hongarije wil ook Slowakije lid worden van de NAVO. Het samenwerkingsakkoord dat onlangs met Rusland werd gesloten is niet tegengesteld aan dit streven, legt de Slowaakse minister IMRICH ANDREJCAK uit. Slot van een serie over de NAVO en het Oosten.

BRATISLAVA, 27 OKT. Het nieuwbakken ministerie van defensie van Slowakije houdt het monotone midden tussen een kazerne en een schoolgebouw. En eigenlijk was het dat ook precies, vroeger, voordat Slowakije zelfstandig werd. Hier was de pedagogische militaire academie gevestigd, een van de elf militaire scholen die Slowakije telde. Voor het overige beschikt het land over één - verouderde - luchtmachtbasis. Maar aan militaire infrastructuur is dat is dan ook eigenlijk alles wat Slowakije - de minstbedeelde van de twee republieken die begin dit jaar het licht zagen na de splitsing van het federale Tsjechoslowakije - heeft geërfd.

Natuurlijk, zegt luitenant Anton Fillo van de voorlichtingsafdeling van het ministerie, net als bij de rest van het federale bezit heeft Slowakije eenderde aan militair materieel uit de federale boedel gekregen, maar Tsjechië is, omdat het voor het Warschaupact een veel strategischer ligging had, duidelijk in het voordeel wat betreft legerplaatsen, legerinstallaties en vliegvelden. Veel van de militaire scholen in Slowakije worden nu als kazerne gebruikt, om huisvesting te bieden aan de ongeveer 50.000 militairen die Slowakije heeft.

Onder hen zijn ook de ruwweg 600 Slowaakse officieren die in Tsjechië woonden, daar hun leven hadden opgebouwd met vrouw en kinderen en naar Slowakije moesten verhuizen. Per 1 januari moet die verhuizing zijn voltooid, maar de meeste militairen wonen nog in barakken, omdat er geen goede flats zijn. Ja, er zijn wel flats, achtergelaten door de soldaten van het Rode Leger die naar hun land zijn teruggekeerd, maar die zijn zo uitgewoond en van zulke bedroevende - want Russische - kwaliteit, dat de Slowaken liever wachten tot er nieuwe flats zijn gebouwd.

Imrich Andrejcák, vroeger minister van defensie van het federale Tsjechoslowakije, nu minister van defensie van de Slowaakse republiek, heeft er een praktische oplossing voor gevonden: het ministerie van financiën stelt geld beschikbaar voor de bouw van de flats, defensie staat garant voor de rente.

Andrejcák heeft op de dag van mijn bezoek nog wel meer aan het hoofd dan dat soort huishoudelijke aangelegenheden: op het parkeerterrein van het ministerie staat een UNPROFOR-jeep, met een delegatie van het Slowaakse contingent in Bosnië die hij te woord moet staan, er staat een gesprek op het programma met een NAVO-delegatie - zijn kamer lijkt op een duiventil.

Dat de minister vorige maand een samenwerkingsakkoord met zijn Russische collega heeft gesloten over onder andere “het geven van inlichtingen over nieuwe types wapens en technologie”, ziet Andrejcák niet als tegengesteld aan het Slowaakse streven om mettertijd lid van de NAVO te worden. “Die overeenkomst toont veel gelijkenis met de overeenkomsten die Polen en Hongarije met de Russen hebben gesloten. We hebben nu eenmaal veel Russische wapens. Als we die niet goed gebruiken en onderhouden worden we alleen maar armer. Bovendien, er staan in die overeenkomst geen punten die ons verbieden eventueel lid van de NAVO te worden.”

Wat betreft de brief van Jeltsin over de onwenselijkheid van uitbreiding van de NAVO zegt Andrejcák dat moeilijk te bepalen is of de veranderde houding van Jeltsin “strategie is of alleen een tactische stap”. Hij geeft er de voorkeur aan de zaak “met enige reserve” te bekijken en rekening te houden met de situatie in Rusland. “Slowakije verandert overigens zijn houding niet, wij willen nog steeds naar de NAVO, bij voorkeur tegelijkertijd met de andere Visegrád-landen (Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije). ”

De stelling van sommige Westerse politici dat het maar beter zou zijn als de NAVO blijft zoals ze is en dat de Oosteuropese landen zelf meer moeten samenwerken om het veiligheidsvacuüm te vullen noemt Andrejcák “nonsens”. De Slowaakse minister denkt dat het een voordeel is voor Europa als de NAVO wordt uitgebreid. “Wij moeten zoveel mogelijk doen om ons aan te passen”, meent hij, “maar het gaat er vooral om het bestaande goede veiligheidssysteem dat de NAVO is verder te verbeteren.” Voorwaarde daarvoor is volgens de Slowaakse minister wel dat de VS en Canada blijven meedoen.

“Voor onze jonge staat zou het het beste zijn om de kosten voor defensie te verlagen”, zegt Andrejcák, “maar zolang er zoveel onrust is op de Balkan is de situatie er te onveilig voor.” De minister hoopt dat legers in Europa er in de toekomst alleen nog maar hoeven te zijn “om te oefenen en te paraderen”.

De vraag hoe het toch staat met de conversie van de wapenfabrieken in Slowakije vervult Andrejcák met bitterheid. “De kater na al het mooie praten is nu wel voorbij”, zegt hij, “maar de Slowaakse wapenindustrie is in feite kapot. Van de oorspronkelijke produktie is nog maar acht procent over. De faciliteiten zijn ontmanteld, de fabriek in Martn werkt nog wel door aan oude contracten, maar plannen voor technologische hulp uit het Westen zijn niet vervuld. Dat is geen conversie, maar vernietiging. Mooi voor de concurrentie, maar slecht voor Slowakije.” Concurrentie is er vooral van de vroegere Warschaupactlanden die vergelijkbaar materieel produceren, zoals de T-72 tank. Slowakije hoopte vorig jaar daarvan 300 aan Pakistan te verkopen, maar dat feest ging niet door omdat de Polen de order kregen. “Waarschijnlijk zijn dat betere handelaars”, verzucht de minister.

Slowakije, dat op tal van punten de meeste moeite lijkt te hebben met de overschakeling naar een democratische samenleving, doet actief mee aan alle activiteiten van de NASR, de samenwerkingsraad voor Oosteuropese landen en voormalige Sovjet-republieken van de NAVO, en is eveneens ingeschakeld bij de VN-acties in Joegoslavië. Daarnaast bestaat er een nauwe bilaterale samenwerking met de VS op defensiegebied. Permanent aanwezig op het ministerie is bijvoorbeeld een vier man sterk Amerikaans liaison-team, onder leiding van kolonel Gary Anderson, een tot in de puntjes verzorgde luchtmachtofficier. Vier man zitten telkens voor een periode van zes maanden in het ministerie in Bratislava en zijn vooral bedoeld, zoals Anderson zegt, “om te demonstreren hoe een militair apparaat opereert in een democratische maatschappij”.

“Eigenlijk”, zegt kolonel Anderson, “werken we hier als een soort reisbureau: we zorgden ervoor dat groepen Slowaakse militaire experts naar seminars of opleidingen worden gestuurd in West-Europa of de VS, en omgekeerd, dat Westerse militaire specialisten hierheen komen. We hebben bijvoorbeeld Slowaakse militairen naar Garmisch laten gaan voor een cursus militair recht, die zeer goed ontvangen is.”

Het project voor hulp aan Slowakije, in het kader van het "Military to military contact program', is een strikt Amerikaanse aangelegenheid, maar wat er onderwezen wordt loopt geheel parallel met de NAVO-maatstaven “zodat ze later niet meer iets anders hoeven te leren”, zegt Anderson. “De NAVO zelf moedigt de bilaterale contacten ook aan, want dat werkt beter. Ik hoef maar verantwoording af te leggen aan één superieur, maar bij de NAVO rapporteer je in feite aan zestien mensen!”

Anderson noemt de klus die hij hier voor zes maanden doet “een unieke uitdaging”: “Je hebt te maken met een nieuw land en een nieuw leger. Hoe moet je dat van de grond krijgen. Wij laten ze alle manieren zien om dingen te organiseren. We laten zien hoe iets gedaan kan worden, maar we dringen niets op.”

Als wordt gesproken over de NAVO-top van januari toont de Slowaakse minister zich een realist. Andrejcák: “Er zal wel een aanbeveling worden gedaan voor verdere samenwerking, maar tot een besluit over toekomstig lidmaatschap zal het, gezien de Russische reserves, waarschijnlijk niet komen. Maar ik zou wel graag willen dat de NAVO de voorwaarden definieert waaraan nieuwe leden moeten voldoen. Dan weten we tenminste waar we aan toe zijn.”

    • Frits Schaling