Limburg bezorgd over werkloosheid

MAASTRICHT, 27 OKT. Nederland bevindt zich (nog) in een economische recessie. In een van 's lands ontwikkelingsgebieden, Limburg, is dat duidelijk te voelen. Tenminste 6000 banen staan er op het punt te verdwijnen bij de automobielfabriek NedCar, de chemische industrie van DSM en bij de rijksdiensten als Algemene Inspectiedienst (AID), het Burgerlijk Pensioenfonds en het Centraal Bureau voor de Statistiek.

“Het gaat”, zegt plaatsvervangend voorzitter W. Friedrichs van de Raad van Commissarissen van het ontwikkelingsmaatschappij LIOF in Maastricht, “helemaal niet zo goed met Limburg. Ogenschijnlijk is de werkloosheid nu op landelijk niveau. Maar de verborgen werkloosheid doordat er vooral na de mijnsluitingen zoveel mensen in de WAO zijn gedropt en vrouwen niet aan de bak kunnen komen is ontieglijk groot. Daardoor komen we tenminste 20.000 arbeidsplaatsen tekort. Dus de zaak is na de herstructurering helemaal niet afgehandeld. De werkgelegenheidsgraad ligt met 44,8 procent na die van Drenthe en Friesland het laagst. Het is dan ook een schandaal dat de Investerings Premie Regeling is afgeschaft en het subsidie aan het LIOF zwaar dreigt te worden gekort”.

Directeur ir. F.H.J. Koelman van het LIOF (Limburgs Instituut voor Ontwikkeling en Financiering) is over de toekomst iets minder pessimistisch: “We hopen in 1994 uit het dal te kunnen kruipen”. Onmiddellijk voegt hij er echter aan toe: “Maar de werkloosheid zal blijven toenemen”.

Het LIOF is dezer dagen in gespannen afwachting van wat staatssecretaris mr. Y. van Rooy (economische zaken) zal besluiten over de toekomstige financiering van de Nederlandse ontwikkelingsmaatschappijen in het algemeen en van het LIOF in het bijzonder. Vast staat in ieder geval dat ze gekort zullen worden. Economische Zaken geeft nu nog per jaar 5,5 miljoen gulden aan het LIOF als tegemoetkoming in de apparaatskosten, die in totaal 8 miljoen gulden belopen. De provincie en het LIOF willen van die apparaatskosten best zelf een groter deel gaan dragen (in 1991 maakte het instituut een winst van 5 miljoen gulden, in 1992 zelfs 8 miljoen gulden) maar, aldus Koelman “Economische Zaken mag de subsidie niet met meer dan 50 procent gaan korten. Want dan vinden we Van Rooy, over wie we heel content zijn als stimulerende staatssecretaris, niet meer zo leuk. Het is van groot psychologisch belang dat het ministerie betrokken blijft bij wat er hier gebeurt”.

Achtentwintig jaar nadat de toenmalige minister van Economische Zaken drs. J. den Uyl in de schouwburg van Heerlen het begin van de mijnsluitingen aankondigde, ziet de economische situatie in de provincie er ontegenzeggelijk heel wat beter uit. Het industriële patroon is stukken veelzijdiger geworden, de infrastructuur is aanmerkelijk verbeterd. Het LIOF dat destijds als ontwikkelingsmaatschappij werd opgericht is steeds meer van blusser van branden een echte ontwikkelingsmaatschappij geworden, die bestaande bedrijven met raad en daad terzijde staat bij hun streven naar innovatie. Mede dankzij het LIOF werd een groot aantal, vooral buitenlandse bedrijven naar Limburg gehaald.

De grootste vis van de laatste tijd is de Amerikaanse maatschappij Mobil Plastics, die zich in Kerkrade heeft gevestigd en waarvan de nieuwbouw vorige week werd geopend. Die firma zal uiteindelijk aan 600 mensen werk gaan bieden. Een ander succes is het juist op het nippertje wegkapen voor de ogen van de Fransen van de Amerikaanse firma Kelsey-Hayes, die ABS (anti- blokkeringssystemen) voor auto's gaat maken op het industrieterrein De Beitel in Heerlen met 160 arbeidsplaatsen.

Verliezen

Maar aan de andere kant staat het verlies van 2000 arbeidsplaatsen bij NedCar, van 2000 arbeidsplaatsen bij DSM en van mogelijk eveneens 2000 bij de rijksdiensten, de zogenoemde schrijftafels die uitgerekend in de herstructureringsperiode naar Limburg werden gehaald om de vrijkomende arbeidskrachten uit de mijnindustrie aan nieuw werk te helpen. Friedrichs: “Terwijl was afgesproken dat het aantal te vervallen arbeidsplaatsen bij de rijksdiensten overal 10 procent zou zijn, komt het in Limburg uit op 37 procent. Met de 2000 te vervallen arbeidsplaatsen bij AID, CBS en ABP zijn we er nog niet: het multiplier-effect zal nog eens 1300 zijn”.

Friedrichs, tot begin dit jaar voorzitter van de FNV in Limburg, meent dat de behandeling van Limburg door het kabinet sporen draagt voor wat hij noemt het Randstaddenken. “Driekwart van het universitaire budget gaat naar de universiteiten in de Randstad. Leiden heeft vier rijksmusea tegen Brabant en Limburg niet één. Vijfenzeventig procent van de cultuuruitgaven van het rijk gaat naar de Randstad, terwijl daar maar 47 procent van de bevolking woont. Dat heeft te maken met het feit dat we in de cultuurmininister d'Ancona geen Nederlandse maar een Amsterdamse minister hebben. De vier grote steden dicteren het hele land. Het beleid dat daar wordt gevoerd wordt automatisch van toepassing verklaard op alle Nederlandse gemeenten met voorbijgaan van regionale verschillen. Als ze in de Randstad klagen over te weinig overheidsgeld dan zegt niemand dat ze moeten ophouden met huilen, maar als die geluiden uit Limburg of voor mijn part uit Groningen komen hoor je al vlug: daar heb je die zeurkousen weer”.

“Er wordt al tien jaar gepraat over de rijksweg 73 tussen Venlo en Roermond. De baanverlegging en uitbreiding van Maastricht Airport wordt steeds maar op de lange baan geschoven. Natuurlijk moet je oog hebben voor het milieu, maar dan ook overal in Nederland hetzelfde. Terwijl Schiphol in een ontzagwekkend tempo wordt uitgebreid, blijft Maastricht Airport maar sleuren”.

Koelman deelt de kritiek van Friedrichs ten dele. “Het zou in de Randstad ondenkbaar zijn dat er een autoweg met stoplichten, zoals de rijksweg in Maastricht, dwars loopt door een woongebied. Dat kan alleen maar in de "periferie', voor zover je gezien de ligging van Limburg in Europa nog over de periferie kunt spreken. Maar anderzijds valt niet te ontkennen dat de rijksoverheid in de afgelopen jaren een geweldige hoeveelheid geld in Limburg heeft gestopt. Daarmee hebben we de voorwaarden kunnen scheppen voor een gedegen economisch beleid. Ik spreek dan ook liever van een achterstand dan van een achterstelling”.

Innovatie

In een rapport dat het provinciaal bestuur van Limburg het bureau Berenschot liet maken als vervolg op een onderzoek van het ministerie van economische zaken naar het functioneren van alle regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) werd geconcludeerd dat het LIOF zich positief onderscheidt van de andere ROM's wat betreft het verstrekken van risicodragend kapitaal. LIOF heeft een eigen vermogen van 117 miljoen gulden en is daarmee een van de grootste ROM's. Van dat eigen vermogen was eind 1991 73 miljoen gebruikt voor deelnemingen in bedrijven. Met 60 procent participaties in startende bedrijven zit het LIOF ver boven het door de andere ROM's behaalde gemiddelde. In ongeveer de helft was sprake van een uitgesproken innovatieve investering. Dat ligt boven het landelijk gemiddelde van 40 procent.

“We zullen onze in de toekomst”, aldus LIOF-directeur Koelman, “steeds meer gaan richten op het stimuleren van innovatie. Daarmee immers worden de groei en de gezonde structuur op de lange termijn bepaald”. Veel aandacht zal daarbij het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) krijgen. In een onderzoek naar 1200 bedrijven in deze sector bleek dat slechts 30 procent ervaring had met innovatieve projecten, terwijl 50 procent te kennen gaf behoefte te hebben aan deskundig advies bij innovatieprojecten. “Het MKB leeft te veel van de ene dag op de andere”, aldus Koelman “daarin willen we als LIOF verandering brengen”. Een van de middelen daarbij is het zogenoemde spiegelproject, dat wil zeggen het voorhouden van een spiegel en daarmee de sterke en zwakke punten ontdekken. Daarbij zal de afdeling research van DSM worden ingeschakeld “Ons instituut zal ook financieel een handje helpen. Ik denk dat onze aanpak interessant is als voorbeeld voor het hele land, want dit is pas echt industriebeleid. Hiermee wordt de Industriebank LIOF de enige echte onwikkelingsmaatschappij in ons land”, aldus Koelman.

    • Max Paumen