Leeftijden

Thuis hing een groot verdriet. Haar moeder had borstkanker. Ze was behandeld en telde de jaren zonder uitzaaiingen. Vijf jaar, dan mocht je aannemen dat ze was gered. Bijna. Ze begon al naar een bontmantel om te kijken. En toen toch nog.

“Ze beleefde het biddend”, zegt Nini. “En dat mijn vader van ons was weggegaan, had haar juist extra vechtlustig gemaakt. Ze moest blijven leven tot ik zestien was. En er werd gelachen ook hoor. Ze had een geweldig gevoel voor humor. Cynisch waren we niet, maar het zat er wel een beetje tegenaan.”

“Mijn moeder”, zegt ze, “is 53 geworden. Ze kreeg kanker toen ze 38 was. Ik dacht: nou, dat zal ik dan ook wel krijgen. En nu ik 45 ben, zit ik toch nog met de vraag: is er leven na je 53-ste? Ik heb natuurlijk heel wat mensen meegemaakt die boven de 53 waren, maar geen ervan was mijn moeder.”

Een paar jaar terug was ze overwerkt. Haar lichaam begon vreemd te doen. Soms brak het zweet haar uit. Het gevoel dat niemand je helpt; dat je de trein voorbij ziet rijden, terwijl jij achterblijft op het perron.

“Toen was ik bang”, zegt ze. “En dan zeg ik dingen tegen God. Ik zeg ook dingen tegen mijn man, maar die wil ik niet altijd wakker maken, Ik bid en ja, dat denk ik wel, Hij hoort me.”

“Het ergste”, zegt ze, “heb ik nu wel achter me. Ik weet dat me in het hol van de leeuw niets zal gebeuren. Alleen de kinderen...dat zou me nog kunnen knakken.”

    • Koos van Zomeren