Kamer unaniem tegen spreiding van allochtonen

DEN HAAG, 27 OKT. De grootst mogelijke meerderheid in de Tweede Kamer is tegen een spreidingsbeleid bij de huisvesting van allochtonen.

Tegelijk is de vrees voor het ontstaan van eenzijdig samengestelde woonwijken zo groot, dat de Kamer is gaan twijfelen aan het doorstromingsbeleid van staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting).

Dat bleek gisteren bij de behandeling van de begroting van het ministerie van VROM. Waarschuwde in het verleden meestal alleen GroenLinks voor "segregatie' die het gevolg kan zijn van de doorstroming (waardoor de goedkoopste woningen voor de laagste inkomens beschikbaar komen) gisteren voegden zich daar de fracties van CDA en PvdA bij. D66 dringt aan op een snel onderzoek door het Sociaal en Cultureel Planbureau naar de oorzaken van de heftige protesten.

Het CDA noemt bij monde van Kamerlid Ramlal honderd procent doorstroming niet alleen praktisch onmogelijk, maar “eigenlijk ook onwenselijk”. Om gedifferentieerde woonbuurten in stand te houden is het volgens Ramlal “onvermijdelijk” dat voor een deel mensen met een relatief te hoog inkomen in goedkope woningen blijven wonen. PvdA'er De Pree zegt “steeds grotere vraagtekens” te zetten achter het doorstromingsbeleid waartoe Heerma gemeenten oproept. Het is volgens hem nodig “alle zeilen bij te zetten” om eenzijdig samengestelde buurten te voorkomen. Hij heeft daar ook een financieel argument voor: doorstroming leidt weliswaar tot een besparing op de huursubsidies, wanneer de vertrekkende huurder vervolgens een woning koopt, maar anderzijds is dat voor het rijk een “dure oplossing” met het oog op de fiscale aftrek van hypotheekrente.

Lankhorst (GroenLinks) wijst erop dat het kabinet zich - met een verwijzing naar de Grondwet - weliswaar tegen spreiding zegt te keren, maar dat de uitkomsten van het beleid in een andere richting wijzen. Het ontstaan van wijken met veel allochtonen is volgens hem te wijten aan het feit dat de overheid zich terugtrekt uit de volkshuisvesting. “Als woningbouwverenigingen in het geniep een spreidingsbeleid voeren, zijn we op de verkeerde weg. Wie een antwoord wil vinden op de spanningen in sommige wijken, moet een fundamenteel debat voeren over het volkshuisvestingsbeleid”.

Bijna alle fracties veroordeelden een spreidings- of concentratiebeleid bij de huisvesting van buitenlanders en in het bijzonder de gebeurtenis in de Tilburgse Veestraat, waar bewoners met racistische leuzen en vernielingen aan de woning de komst van een Antilliaans gezin wisten te verhinderen. GroenLinks en D66 deden een vergeefse poging ook Janmaat van de Centrum-Democraten tot een veroordeling van dat voorval te brengen. Janmaat vindt dat de bewuste woningbouwcorporatie verstandig heeft gehandeld door het Antilliaanse gezin uiteindelijk niet in de Veestraat te huisvesten en hij meent dat andere fracties te weinig begrip hebben voor de “sentimenten” onder de Nederlandse bewoners van de wijk.

Omdat er veel minder sociale woningen worden gebouwd dan door de lage rente mogelijk is, houden gemeenten geld over. CDA en PvdA vinden dat deze volkshuisvestingssubsidies desnoods gebruikt moeten worden om vervuilde bodems (bestemd voor woningbouw) schoon te maken. D66 meent dat dit geld meer in het algemeen moet worden gebruikt om in de stadsgewesten als “smeerolie” te dienen, zoals Kamerlid Versnel zei. De onderhandelingen tussen het ministerie en in het bijzonder de vier grote steden over woningbouwlokaties hebben namelijk nog steeds niet tot concrete afspraken geleid. De VVD denkt dat de miljoenen moeten worden besteed aan de huisvesting van vluchtelingen - bijvoorbeeld in lege kantoren - en aan achterstallig onderhoud aan rijksgebouwen.

Een royale meerderheid in de Tweede Kamer - CDA, PvdA, D66 - is er voorstander van de subsidieregeling voor duurdere koop- en huurwoningen te schrappen.