Hof verwerpt plan voor compensatie bij BCCI

LUXEMBURG, 27 OKT. De schuldeisers van de twee jaar geleden gesloten Bank of Credit and Commerce International (BCCI) krijgen voorloig geen schadevergoeding.

Een hof van beroep in Luxemburg haalde vanmorgen een streep door een compensatieplan waarbij zij nog dertig tot veertig procent van hun totale tegoeden van 9,25 miljard dollar terug zouden zien. Het crediteurenplan werd vorig jaar oktober door de goedgekeurd. Daarin stond dat de grootaandeelhouder van de bank, de sjeik van Abu Dhabi, een bedrag van 1,7 miljard dollar beschikbaar zou stellen. De sjeik had echter wel een aantal voorwaarden aan het plan verbonden. Zo dienden de schuldeisers af te zien van verdere claims tegen de sjeik. Het hof besliste echter dat de curatoren van de bank niet gerechtigd zijn een overeenkomst aan te gaan met de heersers van Abu Dhabi. De rechter bepaalde bovendien dat niet alle schuldeisers in het compensatieplan gelijk worden behandeld. Ook leverde hij kritiek op de voorwaarde van de sjeik de schuldeisers voor een deel tegemoet te komen als zij zouden afzien van verdere vervolging. Door de uitspraak hoeven de schuldeisers voorlopig niet te rekenen op een vlotte afhandeling van hun schadeclaims. Georges Baden, een van de BCCI-curatoren, zei dat “in de komende tien jaar” nog niets zal worden uitgekeerd. Vestigingen van BCCI over de hele wereld werden in juli 1991 door een gezamenlijke bliksemactie van centrale banken gesloten. De bank bleek onder meer betrokken te zijn bij het witwassen van crimineel geld.