Het stamcafé

Het stamcafé is de voortzetting van het gezinsleven met spirituelere middelen en losbandigere uitverkorenen. Wij zoeken een aanvullende bestemming voor de vertrouwelijkheid die in de huiskamer en het bed weleens stagneert. Hoewel in onze verlichte samenleving ieder van ons in beginsel kan gaan en staan waar hij wil, ontbreken ons gewoonlijk de tijd en de middelen om onze stad, ons dorp of zelfs onze buurt al te vaak te verlaten. Onze ongedurigheid zoekt bevrediging in het café dat niet te ver van ons werk en ons huis is gelegen.

Ik ben te zeer een stadsmens om in een dorpscafé te kunnen aarden. De stad heeft alle nadelen die dorpsbewoners en natuurliefhebbers kunnen bedenken. Maar zij heeft het grote voordeel dat wij er nooit op onze soortgenoten uitgekeken raken en dat bijna elke voorbijganger een vreemdeling is. Aangezien wij in ons leven zelden meer dan een handvol mensen werkelijk leren kennen, is het gevaarlijk zichzelf te misleiden met de schijn van gemeenzaamheid die het dorpsleven ons voorspiegelt. In dat opzicht is de stad eerlijker dan het dorp. De stad veralgemeent onze ervaringen door ze te veroppervlakkigen, maar zij trekt een duidelijke scheidslijn tussen gemeenzaamheid en intimiteit. Drie huizen bij ons vandaan begint het buitenland.

Het stamcafé respecteert die scheiding, de enige die in onze tijd het vroegere standsverschil heeft vervangen. Ook al verkeren wij dagelijks binnen bereik van dezelfde tapkast, er hoeft tussen onze kleine vriendenkring en de andere bezoekers geen grotere saamhorigheid te bestaan dan dat wij dezelfde kelner bij zijn voornaam aanspreken en door hem met dezelfde vaak hondse vaderlijkheid worden bediend. Tussen ons tafeltje en de tafeltjes van de anderen, die wij sinds jaar en dag omstreeks hetzelfde uur in hetzelfde café zien neerstrijken, blijft de afstand gehandhaafd die voor ons zelfbehoud noodzakelijk is en waardoor het toeval ons van bijna al onze tijdgenoten verwijderd houdt. Het kan jaren duren voordat wij de naam te weten komen van de man die in de hoek bij het raam het glaasje brandewijn met suiker uitlepelt dat de kelner hem, gewoontegetrouw, verschaft. Het is mogelijk dat wij door een onvoorspelbare futiliteit, of juist door een natuurramp, met deze eenling in aanraking komen, maar de kans is niet groter dan dat wij op een wereldreis gaan om vriendschap te sluiten met een tegenvoeter. Ook het café heeft zijn meridianen en zijn parallellen. Niets kan zo moeilijk zijn als het eerste woord te richten tot iemand die wij dagelijks aanschouwen, nadat wij jarenlang hebben verzuimd het te doen. Een afstand wordt onoverbrugbaar wanneer wij hem steeds weer overzien.

Het is niet iets om bedroefd over te zijn. In het stamcafé ontmoeten wij onze drinkebroers, zoals wij ons thuis in een gezin mogen verheugen, zelfs wanneer het uit slechts één enkele persoon en een poes of een goudvissenkom bestaat. De anderen, met wie wij niet verkeren, tenzij op het oog, verdelen wij instinctief en dromerig in hen die ons aardig voorkomen en hen die ons vervelend lijken. Voor de vervelende blijven wij gespaard, en wat de aardigen betreft koesteren wij het telkens hernieuwde verlangen ooit hun vriendschap te winnen. Zij zijn zo onbereikbaar dat hun bekoring evenmin door nabijheid als door gewoonte kan worden versleten.

Deze terughouding naar twee kanten is slechts in het stadscafé mogelijk. In de dorpskroeg zou ze al gauw als hooghartigheid, misantropie of verouderd standsverschil worden uitgekreten. Alleen dronkenschap, een gevorderd uur of de luidruchtige komst van een allemansvriend, die zich in een handomdraai tot elk tafeltje toegang verschaft en met alle gasten op voet van gelijkheid verkeert, zijn in staat de scheiding te verstoren en de terughouding te ontregelen. Wanneer dat het geval is, breekt, als een storm in een glas jenever, een even rommelige als bandeloze broederschap uit. De terughouding verandert in een orkaan van vertrouwelijkheid. Het gezellige tijdverdrijf ontaardt tot een hel van vermaak. Wij zijn verder van huis dan voor onze gemoedsrust verdraaglijk is en dan van een stamcafé mag worden verlangd of geduld.