G.M. VAN ASPEREN 1941-1993; Theoloog en filosoof

Niet ouder dan 52 jaar is prof.dr. G.M. van Asperen geworden. Vorige week overleed zij. Trudy van Asperen was sinds 1980 hoogleraar in de ethiek en in de inleiding tot de filosofie aan de faculteit der wijsbegeerte van de Universiteit van Amsterdam. Ze werd op haar 39ste in Amsterdam benoemd. Eerder was zij lector in de leer van de sociale ethiek aan de theologische faculteit van de Rijksuniversiteit in Groningen.

Geertruida Maartje van Asperen kwam uit een streng-calvinistische familie van de zwaar-christelijke Zuidhollandse eilanden. Na haar gymnasium-eindexamen ging ze theologie studeren in Utrecht, de studiestad van de zware theologen. In 1965 studeerde ze met lof af in de godsdienstwijsbegeerte. In Warschau en Jeruzalem zette ze haar filosofische studiën voort. Ook studeerde zij aan de Freie Universität van West-Berlijn. In Berlijn alsook gedurende de twee jaar dat zij medewerkster "vormingswerk' bij de universiteit in Utrecht was, werkte zij aan een proefschrift over Ernst Bloch, de Duitse "filosoof van de hoop', waarop zij in 1973 promoveerde.

Kort daarop werd Van Asperen docent in Groningen. Bij de aanvaarding van het lectoraat in de ethiek in 1977 sprak zij over de vraag of algemeen geldende ethische normen nog wel mogelijk zijn. Ze liet zich vooral leiden door de Duitse wijsgeer Jürgen Habermas volgens wie alleen in "gesprekken-zonder-machtsuitoefening' algemeen gerechtvaardigde ethische normen geformuleerd kunnen worden. Na haar komst als hoogleraar in Amsterdam in 1980 schreef Trudy van Asperen het veelgebruikte studieboek Tussen coöperatie en conflict en verscheen dit jaar nog haar bundel Het bedachte leven.

Als theoloog en filosoof bleef zij, hoe losgekomen ook, toch een calviniste in hart en nieren. Zo meende ze dat de naoorlogse "privatisering van de levensbeschouwing' niet alleen het positieve verschijnsel met zich mee bracht dat mensen zich weinig meer door anderen laten gezeggen, maar ook dat de mondig verklaarde mens met de mond vol tanden staat bij vragen van moraal en ethiek. Filosofen mochten zich naar haar oordeel niet onttrekken aan het maatschappelijk debat over de inrichting van de samenleving. Zelf werd zij een propagandiste tegen de egoïstische overdaad van onze tijd en voor een soberder levensstijl.

Ze was geen optimistische filosofe, zoals bleek in een interview in NRC Handelsblad in 1991 - voorafgaande aan haar J.M. den Uyl-lezing. Ze zei daarin dat in haar tijd de normen over goed en kwaad sterk veranderd en vervaagd zijn en dat het begrip "maatschappelijke solidariteit' nauwelijks meer bestaat. Wat dat betreft meende Trudy van Asperen dat de overheid een heel andere rol zou moeten spelen en niet alleen maar materiële kwesties moet regelen. De staat zou niet werkeloos moeten toezien hoe de mensen daardoor “wegzakken in een consumentistische houding” waardoor de culturele en spirituele aspecten van de samenleving helemaal uit het zicht verdwijnen.

    • Frits Groeneveld