Een leger van helden die nooit meer mogen winnen

Stalingrad. Regie: Joseph Vilsmaier. Met: Dominique Horwitz, Thomas Kretschmann, Jochen Nickel, Sebastian Rudolph, Dana Vavrova. Uitgebracht op video door Moviemax Home Video.

Begin dit jaar, precies een halve eeuw na de slag om Stalingrad, verscheen in de Duitse bioscopen een speelfilm over dit keerpunt van de Tweede Wereldoorlog. Regisseur Joseph Vilsmaier wist eerder een gevoelige snaar te raken met Herbstmilch, de verfilmde memoires van een Beierse boerin. Zijn Stalingrad trok ruim een miljoen bezoekers; misschien minder dan de producenten van de Bavaria Studio gehoopt hadden, maar gezien de huidige stand van zaken in de Duitse filmindustrie een zeer respectabel aantal.

In het buitenland bleek de belangstelling teleurstellend; het internationale succes van Das Boot (1981), waarin Wolfgang Petersen de wederwaardigheden van een onderzeeër van de "Kriegsmarine' schetste, bleef dit keer uit. Nu Stalingrad hier in de videotheek beland is, wordt ook duidelijk waarom. Beide films moesten behoedzaam omgaan met de beladen herinneringen aan het Duitse militaire verleden. In beide gevallen resulteert die poging om op politiek correcte wijze te appelleren aan de behoefte van het publiek de geschiedenis eindelijk eens onder ogen te zien, in een door clichés getekende tragiek.

Maar Das Boot was een veel virtuozer gemaakte film dan Stalingrad. Vilsmaier mist de visuele flair van Petersen, zodat slechts de harde kern van het door Johannes Heide geschreven scenario resteert: het tot mislukken gedoemde gevecht van de soldaten van het 336ste stormbataljon om het vege lijf te redden, de ontluistering van hun superioriteit, de door fanatieke officieren verhinderde verbroedering met de tegenpartij, daarna muiterij, desertie, opstand, ontreddering en ten slotte, een wisse dood in de sneeuw.

Van de kleine 400.000 Duitse militairen die in november 1942 een doorbraak trachtten te forceren bij Stalingrad, leefden er drie maanden later nog slechts 91.000, allen in krijgsgevangenschap. Van hen keerden er, jaren later, slechts 6.000 terug.

Vilsmaier vertelt het verhaal van zijn grotendeels door onbekende acteurs vertolkte helden vrij systematisch. Stalingrad rept nauwelijks van het krijgskundige verloop van de slag; de feitelijke gevechtshandelingen nemen maar een klein deel van de bijna twee en een half uur in beslag. Wel bouwt Vilsmaier zorgvuldig de psychologische en fysieke Werdegang van de Oostfrontstrijders op. In het begin houden de mannen verlof aan de Italiaanse Riviera, een beloning voor hun heldenmoed bij El Alamein. Halsoverkop worden ze naar Rusland gezonden. De aanblik van het appèl wijst op orde, discipline en macht, ook al laat Vilsmaier meteen al een enkel individu opvallen door zijn weerzin tegen de tucht. In de trein spreekt de jonge luitenant de hoop uit dat hij het respect van zijn mannen zal weten te verdienen. Een oude rot gaat een weddenschap aan wie van hen beiden de campagne overleven zal.

Na de volgens het boekje in beeld gebrachte eerste veldslag, waarvoor de opnamen in Tsjechoslowakije plaats vonden, ontwikkelt zich ook de ons uit zo veel oorlogsfilms bekende paniek en doodsangst. Op een handvol ijzervreters na, zou de gemiddelde Duitse soldaat niets liever willen dan met Iwan zijn laatste broodkorst delen. Protesten tegen de standrechtelijke executie van Russische krijgsgevangenen, de meesten nog jonger dan de leden van het vuurpeloton, worden onmiddellijk gesmoord met het dreigement dat wie mis schiet, naast de slachtoffers kan gaan staan. Een drietal militairen deserteert, steelt doktersbriefjes van gesneuvelden en tracht vergeefs het laatste vliegtuig naar huis te halen. De laatste overlevenden vriezen dood, terwijl ze herinneringen ophalen aan de hitte van de Noordafrikaanse woestijn.

Heldenmoed speelt in Stalingrad nauwelijks een rol. Het is natuurlijk ook de tragiek van Duitse oorlogsfilms dat die niet voor mag komen. Het moet immers voor iedereen duidelijk zijn dat deze soldaten voor een verkeerde, verloren zaak strijden, misleid door abjecte officieren. Wehrmacht-filmhelden mogen eigenlijk alleen als slachtoffer afgebeeld worden. Het is bijna onmogelijk dan een oorlogsfilm te maken zonder te struikelen over een loodzware constructie, die sympathie en identificatie van de toeschouwer bijna uitsluit. Alleen door de aandacht volledig te verschuiven van de oorlog naar de psychologische binnenwereld, valt het dilemma op te lossen, zoals Bernhard Wicki deed in Die Brücke (1959). Wie ook de "special effects', de explosies en de tanks, de vrieskou en de brandende slachtoffers, ruim baan wil geven, struikelt over het "prisoner's dilemma' van een leger dat nooit meer winnen mag.

    • Hans Beerekamp