Computertechniek doet dienst als fraai pakpapier bij IRCAM

Concert door Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard met Harrie Starreveld, fluit. Alain Damiens, klarinet. Sjef Douwes, klarinet en Taco Kooistra, cello. Werken van Manoury, Essl, Boulez, Lindberg en Hurel. Gehoord: 26/10 Paradiso, Amsterdam. Verder: 29/10 Kunsthal, Rotterdam; 1/11 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht; 3/11 Centre Pompidou, Parijs en 6 en 7/11 Konzerthaus, Wenen. Uitzending: Radio 4 door Vpro 1/11

Gisteravond stonden er in Paradiso meer geluidsboxen dan bij een heavy metal popconcert in een voetbalstadion: het Institut de Recherche et Coordination Musique Acoustique (kortweg het IRCAM) uit Parijs was op bezoek met een vrachtwagen vol geavanceerde apparatuur. In het kielzog arriveerden drie componisten en zes technici, want Amsterdam was uitgekozen als lieu de création voor gloednieuwe werken van Karlheinz Essl en Philippe Hurel.

Een technisch snelle ontwikkeling van het instrumentarium zoals bij IRCAM biedt het gevaar, dat een compositie als UR van Magnus Lindberg uit 1986, nu alweer verouderd aandoet. Goede muziek echter, zoals bijvoorbeeld Gesang der Jünglinge van Stockhausen veroudert niet, ondanks een fossiele techniek. Nog zo'n gevaar: nogal wat IRCAM-werken klinken wat de noten zelf betreft veel minder geavanceerd. De techniek dient dan als fraai pakpapier, mooier dan het cadeau zelf, als een glanzende vernislaag die de aandacht afhoudt van het werkelijke componeren.

Zo vond ik Philippe Manoury's Jupiter interessanter vanuit technisch dan muzikaal standpunt. Een snelle computer die 566 verschillende opdrachten kan realiseren, hercomponeert in "real time' een fluitsolo tot onherkenbaar toe en kan ritmische figuraties opsporen om deze te transformeren van onregelmatig in regelmatig. Een hele uitdaging voor fluitist Harrie Starreveld, want op een licht onzuivere, laat staan foutieve noot weet de machine niet hoe hij moet reageren.

Karlheinz Essl's Entsagung, een opdracht van het IRCAM in de bezetting van fluit, basklarinet, piano en slagwerk is gebaseerd op 25 uitgecomponeerde klankstructuren in een levendig discours van instrumenten en elektronika, waartegen de instrumentalisten het uiteindelijk moeten afleggen, gevat in een theatraal spel met onmiskenbare sfeer, maar te uitgesponnen en als er 'echte' noten in het geding zijn, toont Essl zich bepaald veel minder creatief dan in die filmische ruisaspecten.

En eigenlijk zijn ook de gewone noten bij Philippe Hurel (in Leçon de choses voor een klein kamerensemble) eveneens vele malen minder interessant dan het totale spectrale klankbeeld, en ik ben bang dat vooral hier een op zichzelf niet oninteressant programma verhullend werkt op de nauwelijks aanwezige muzikale inhoud.

Ook de bijdragen van Magnus Lindberg hielden niet over, maar ik vind hem wel iemand met compositorische flair en durf. Lindberg kan als geen ander verduidelijken wat het betekent om een kind van zijn tijd te zijn.

Dat wil bij hem zeggen: hoogst complexe high-tempo events. Maar gold voor UR, zijn eerste IRCAM-compositie, dat hij als een wilde punker tekeer kan gaan, in het meer recente Duo Concertante sloeg het postmodernisme toe, middels een mengsel van strenge serialiteit, Klangfarbenmelodik en minimal music. Het bleef "high speed', maar het materiaal is nu doorzichtiger en zelfs iets expressiever uitgewerkt.

De figuraties van de centrale piano - die de computerpartij aanstuurt - zijn steeds dezelfde: razendsnel vanuit het centrum omhoog of omlaag en soms allebei tegelijk, steeds zacht beginnend en knetterhard eindigend. Hoe veeleisend ook, het Nieuw Ensemble loste de problemen spelenderwijs op, en veel heb ik genoten van de fluwelen toonvorming en strikt egale legato van klarinettist Alain Damiens in Boulez' Dialogue de l'ombre double, elegant post-debussyiaans als compositie in dit gezelschap strikt hors concours.