Christine Pascal met verrassende kroniek van een aangekondigde dood; Subtiel drama over ongeneeslijk ziek kind

Le petit prince a dit. Regie: Christine Pascal. Met: Richard Berry, Anémone, Marie Kleiber. In: Amsterdam, Cinecenter; Den Haag, Filmhuis; Utrecht, 't Hoogt.

Tegen melodrama's heb ik geen bezwaar. Het genre geldt in Nederland bijna als scheldwoord en ze worden hier ook zo goed als nooit gemaakt. Zwelgen in heftige emoties, nog versterkt door meeslepende beelden en dito muziek, het past waarschijnlijk slecht bij onze landsaard.

Het gegeven van Le petit prince a dit, een Zwitsers-Frans-Italiaanse coproduktie geregisseerd door Christine Pascal, zou zich heel goed lenen voor een melodrama. Een tienjarig meisje heeft een kwaadaardige hersentumor en moet binnenkort sterven. Alle energie die ze over heeft richt ze op het herenigen van haar gescheiden ouders. Dat melodrama had ik graag gezien.

Maar de verrassing is dat Le petit prince a dit elke uitvergroting van emoties juist uit de weg gaat. Pascal, bekend geworden als actrice in de films van Bertrand Tavernier, maakt kamermuziek van deze kroniek van een aangekondigde dood. Samen met haar Zwitserse echtgenoot, de producent Robert Boner, schreef ze een scenario dat precies, zakelijk en droog is. Er komen grote emoties in voor, maar die ontwikkelen zich vanzelfsprekend en realistisch, dus vaak geblokkeerd door ongeloof en onmacht.

Alles aan Pascals film is sympathiek, bescheiden en discreet. Het begint al met de innemende persoonlijkheid van de hoofdpersoon, gespeeld door de jonge Marie Kleiber: geen schattige kinderactrice, maar een weerbarstig, ernstig en intelligent meisje, dat te veel eet en vaak dingen uit haar handen laat vallen. Haar vraatzucht is de tegenhanger van de anorexia uit Pascals debuutfilm Félicité (1978); de belofte van dat debuut wordt in de vierde film van de regisseuse eindelijk ingelost in een verhaal dat weer eten en drinken als essentiële 'facts of life' beschouwt.

De vader (Richard Berry) is een bioloog en een binnenvetter. Hij zorgt voor zijn dochter, die hij adoreert; haar weekje logeren bij zijn ex-vrouw (Anémone), een beetje geëxalteerde en in ieder geval veel minder gedisciplineerde actrice, doet hem echt pijn.

Toch is het de moeder die een afspraak maakt met de dokter, wegens de steeds terugkerende hoofdpijn van het kind. Pascal filmt het hele onderzoek, een klinische, bijna didactische scène, waarin heel veel gebeurt als je goed let op het gezicht van de arts. Als het vonnis is geveld, aarzelt de vader geen moment. Hij haalt zijn dochter onder de scanner vandaan en ontvoert haar ver van ziekenhuizen, chemotherapieën, nieuwe onderzoeken en slecht-nieuws-gesprekken op een reis naar het zuiden.

Deze radicale keuze voor het leven is minder kortzichtig en egoïstisch dan verstandig ouderschap zou kunnen suggereren. De reis, die van Lausanne over een hoge bergtop naar regenachtig Milaan voert, en dan verder, via Genua naar het buitenhuis van de familie in de Provence, bereidt beiden beter voor op de dingen die komen dan welke stervensbegeleider ook maar zou kunnen.

Er wordt weinig gesproken tussen vader en dochter. Hun onderlinge begrip is impliciet en intuïtief. Ze zingen samen het aftelliedje, waar de film zijn titel aan ontleent, en hij legt haar uit dat je soms voor mensen die je dierbaar zijn, dingen doet die niet mogen. De symboliek van de taal in dit gesprek, dat steeds verwijst naar het overschrijden van grenzen, is de enige zwaarwichtige toon in de film. Maar de transparantie van de natuur, een nadrukkelijke tegenspeler, compenseert veel. Bovendien is voor Franstaligen dit soort spelen met taal nu eenmaal een tweede natuur.

Steeds dichter nadert het moment dat de realiteit benoemd moet gaan worden. Als het meisje eindelijk durft te vragen hoe lang ze nog te leven heeft, antwoordt de vader met een college over zich snel vermenigvuldigende cellen. Weinig later realiseert hij zich de ontoereikendheid van dit antwoord en dan triomfeert, subliem, de stilte.

Het antwoord van de inmiddels ook in het landhuis gearriveerde moeder is adequater. Ze lokt het zich verstoppende meisje met geflambeerde bananen, onder het bloemrijk prijzen van uiterlijk en smaak van die lekkernij. Op het moment dat het kind te voorschijn komt, realiseer je je de onverwoestbare kracht die een moeder een kind kan meegeven, alleen door precies te weten waar het van houdt.

De feitelijke verzoening tussen de beide ouders wordt meer gesuggereerd dan getoond. Pascal heeft die wel gefilmd, maar besloot de beelden niet te gebruiken. Ook het slot, waarin het meisje in een felle overbelichting verdwijnt, is een wondertje van terughoudendheid.

In een Nederlandse film, zoals bij de verkeerd begrepen, moeizaam voortploegende melodramatiek van De kleine blonde dood, is een kind pas dood, wanneer er onder veel misbaar in beeld gestorven wordt. Tegenover zoiets vormt Le petit prince a dit een monument van eenvoud, geserreerdheid, menselijkheid en grote kleine filmkunst. Christine Pascal weet uit bijna onwaarneembare details subtiel drama te creëren, dat ook een Nederlands publiek moet kunnen bekoren.

    • Hans Beerekamp