Buba verrast financiële markten

AMSTERDAM, 27 OKT. Omdat in Duitsland de inflatie nog 4 procent bedroeg en de geldgroei nog 7 procent (dus boven de doelzone van 4,5 - 6,5 procent) werd vorige week niet op een verlaging van de officiële rentetarieven gerekend.

De verrassing was daarom groot, toen de Bundesbank zowel het disconto als het Lombardtarief werden met een half procentpunt verlaagd tot resp. 5,75 en 6,75 procent. Het Repotarief (vergelijkbaar met het beleningstarief) werd met 0,3 procentpunt tot 6,4 procent verlaagd. De Bundesbank rechtvaardigde de versoepeling door te wijzen op het verder vertragende inflatietempo (vanmorgen werd bekend dat de inflatie tot half oktober 3,9 procent bedroeg) op de teruglopende geldgroei en kredietverlening.

In reactie hierop verlaagde DNB haar tarieven met 0,25 procentpunt en het beleningstarief met 0,3 procentpunt. Thans ligt de voorschotrente (5,75 pct) op hetzelfde niveau als het Duitse disconto (beide fungeren als bodem voor de korte geldmarkttarieven). Het beleningstarief (6,1 pct) ligt nog 0,3 procentpunt onder de Duitse tegenhanger. De voorzichtige houding van DNB - voor de tweede achtereenvolgende maal volgde zij de Bundesbank maar half - lijkt niet te rijmen met de aanhoudende kracht van de gulden. Al geruime tijd fluctueert de D-mark tussen 1,1230 en 1,1250 gulden, dus onder de spilkoers. Opgemerkt kan worden dat DNB voor wat betreft renteverlagingen 'een voorsprong ten opzichte van de Bundesbank had opgebouwd' en dat de sterke positie van de gulden in het EMS (als enige via de smalle band gekoppeld aan de D-mark) tot voorzichtigheid maant.

De tariefsverlaging door DNB werkte door in de geldmarkttarieven. Vandaag moest voor driemaands interbancaire deposito's 6,10 procent worden betaald tegen 6,30 een week geleden. Afgezien van de tariefsverlaging was er in de verslagweek aanvankelijk sprake van ruime geldmarktverhoudingen. De daggeldrente daalde tot onder de voorschotrente, daar de banken aan het einde van de contingentsperiode hun toelaatbare beroep (tegen de relatief voordelige voorschotrente) wilden opmaken. In de eerste dagen van de nieuwe contingentsperiode (ingegaan op vrijdag jl.) verkrapte de geldmarkt, waardoor de banken een kleine ontsparing op het toelaatbare beroep genereerden. De verruimende werking van overheidsbetalingen werd door DNB afgeroomd door een verhoging van de geldmarktkasreserve en door krappere beleningen.

Met ingang van 29 oktober zal voor een periode van 10 dagen een nieuwe kasreserve gelden, die 10 miljard lager ligt dan de huidige. Dit hangt samen met de verkrappende werking van de gebruikelijke eindemaands belastingafdrachten. De mutatie in de weekstaat van de post "vorderingen buitenlands geld' aan de actiefzijde en de tegenpost "herwaardering' aan de passiefzijde, beide met circa 0,5 miljard gulden, vloeit voort uit de stijging van de dollarkoers.

Bron: Economisch Bureau ING Bank