Zelfvertrouwen

Twee keer in een en dezelfde week heb ik Louis van Gaal nu meegemaakt. Eerst bij een bijeenkomst van Sparta, in welke Rotterdamse club hij destijds voetbalde. Zes dagen later op de persconferentie na Ajax-Feyenoord. Ook bij het feest van Sparta kwam hij weer bloedserieus over. Voor de zoveelste keer onderstreepte hij hoe eerlijk, hard en consequent hij is. De uitspraak dat de consequentie van het altijd consequent willen zijn ertoe leidt dat men uiteindelijk bij de duivel te biecht moet, is kennelijk niet aan hem besteed. Hij kwam bij Sparta over alsof hij is gezegend met een mateloos zelfvertrouwen, maar ik krijg meer en meer het (vooralsnog vage) gevoel dat hij zijn zelfvertrouwen meer speelt, dan dat hij het bezit. Wat ik met geen mogelijkheid bij hem kan ontdekken is een vleugje humor. Zou dit te veel zijn gevraagd, laat hij het dan eens in de ironie zoeken - ook een wapen in het debat dat hij voortdurend moet voeren zodra Ajax niet wint.

Het valt niet te ontkennen dat een club als Ajax zijn coach wekelijks onder succesverplichting houdt. Van Gaal is aan zijn derde seizoen bezig. Hoewel hij over kapitale spelers beschikt, is hij twee seizoenen achtereen geen kampioen geworden, terwijl hij in zijn huidige, derde poging opnieuw tegen een achterstand aankijkt. Gezien dit feit, plus het verloop van de strijd tegen Feyenoord waarin Ajax pas op het laatste moment langszij kwam, zou men een opgeluchte Van Gaal bij de pers hebben verwacht. Het tegendeel was het geval. Eerst leek hij zich te beperken tot een nietszeggende tirade, maar gelijk Napoleon een veldslag zelden afdeed zonder een krachtig woord achteraf greep de Ajax-generaal de microfoon nogmaals en barstte nu los in bittere verwijten aan de vaderlandse scheidsrechters in het algemeen en aan de fluitist bij Ajax-Feyenoord, John Blankenstein, in het bijzonder.

Natuurlijk floot Blankenstein niet volstrekt foutloos. Wie zou zo'n beladen duel, geheel opgezet en uitgevoerd volgens de moderne methoden waarbij armen, benen en opzettelijke imitaties van stervende zwanen voortdurend aan de orde zijn, zonder enig mispassen hebben kunnen leiden? Persoonlijk wacht ik nog op de arbiter, die het opzettelijk ter aarde storten met een gele kaart bestraft. Dat kan men ook Blankenstein verwijten. Mij irriteerde hij pas toen ik naar Studio Sport keek en een bedenkelijk tafereel aanschouwde: John de Wolf met zijn arm om de schouders van de scheidsrechter. Het zal allemaal wel onschuldig worden uitgelegd, maar een arbiter hoort boven de partijen te staan en in die context past geen omarming. En al helemaal niet voordat er is afgetrapt.

Maar er is één onderdeel van de klassieker van eergisteren waarin Van Gaal de meerdere van Van Hanegem was: hij verscheen tenminste op de persbespreking, terwijl de Kromme zijn assistent had gestuurd. Een assistent bovendien, die geen poging deed iets anders te zeggen dan waarheden als koeien. Het kan humor zijn als Van Hanegem zich op de rug van een olifant vertoont en wij zouden dergelijke spektakels - mits met mate opgevoerd - niet willen missen, maar waar hij in de eerste plaats hoort te zijn is op een persconferentie na een belangrijke wedstrijd van zijn club. Waarom verplichten de Feyenoord-bestuurders hun werknemer niet dit onderdeel van zijn taak uit te voeren?