Voorspelbaar congres in Indonesië

JAKARTA, 26 OKT. De Indonesische regeringspartij Golkar, petekind van het leger en pupil van president Soeharto, wordt dikwijls voorgesteld als een "grote familie'. Het vijfde congres, dat gisteren werd afgesloten, bevestigde dat beeld, maar legde ook de spanningen bloot tussen de burger- en de militaire tak van de Golkar-clan. Minister van informatie Harmoko, de favoriet van Soeharto, werd de eerste burger-voorzitter, Ary Mardjono, een generaal-majoor b.d., werd partijsecretaris en twee presidentskinderen kwamen in het bestuur. Hoewel menigeen deze afloop had voorspeld, verliep een en ander niet zonder rimpelingen en, volgens ingewijden, ook niet schadevrij.

Tijdens het congres gaf Soeharto het aftredende bestuur onder leiding van luitenant-generaal b.d. Wahono een ongehoorde schrobbering. Deze veteraan uit de onafhankelijkheidsoorlog geldt al jaren als Soeharto-loyalist, maar werd door zijn patroon verantwoordelijk gesteld voor het lichte stemmenverlies bij de verkiezingen van vorig jaar. Soeharto legde dit uit als een “verwijdering ten opzichte van het volk”. De zondebok Wahono repliceerde - niet ten onrechte - dat zijn bestuur niets had ondernomen zonder consultering van Golkars machtige Raad van Curatoren, die sinds jaar en dag wordt voorgezeten door Soeharto.

De vernietigende kritiek van Bapak (vader) baande de weg voor een ingrijpende verjonging van de "familieraad'. Het 45 leden tellende bestuur bestaat voor driekwart uit nieuwkomers, onder wie de zakenvrouw Siti Hardiyanti Rukmana (44), de oudste dochter van Soeharto, en Bambang Trihatmodjo (40), de tweede zoon van de president. Mevrouw Rukmana, in de wandeling Tutut, wordt een van de acht vice-voorzitters en Bambang, president van het concern Bimantara Citra, wordt penningmeester. Het nieuwe bestuur telt verder een zoon van een Golkaroprichter, de zoon van een vorige voorzitter, de zoon van een voormalige opperrechter en de zuster van een zittende minister. Voorzichtige commentatoren reppen van een smalle top, meer uitgesproken sceptici van nepotisme.

Voorzitter Harmoko lijkt de steun te missen van een aantal provinciale Golkar-leiders, merendeels (ex-)militairen. Dit kan schadelijk zijn voor de interne samenhang en Golkar steun kosten in de provincies. Bij recente gouverneursverkiezingen, onder meer in Atjeh en de Molukken, bleken de kandidaten van het hoofdbestuur ter plaatse op weerstand te stuiten en kozen de afdelingen voor hun eigen man. Door de benoeming van Harmoko kan deze verwijdering doorzetten.

Golkar is een coalitie van elites en het congres was dan ook een schikking tussen deze "bloedgroepen'. In het nieuwe bestuur zijn ze allemaal vertegenwoordigd: de president (en zijn familie), de strijdkrachten (ABRI), de bureaucratie, het invloedrijke Verbond van Moslimintellectuelen (ICMI) en het "inheemse' (niet-Chinese) bedrijfsleven.

Hadji Ahmad Harmoko (54), een boerenzoon uit Oost-Java, is een voormalige journalist en krantenuitgever en geldt als een energieke politicus met redenaarstalent. Indonesiërs kennen hem vooral als woordvoerder van de president; dit voorjaar begon hij aan zijn derde ambtstermijn als minister van informatie. Verder geniet hij bekendheid door zijn "Ramadhan-safari's'. Tijdens de islamitische vasten brengt hij steevast een bezoek aan de provincie, waar hij de banden aanhaalt met plaatselijke religieuze leiders, in Indonesië invloedrijke makelaars tussen kiezers en machthebbers.

Hoewel sommigen de positie van Golkarvoorzitter als een springplank voor het presidentschap beschouwen, is het de vraag of Harmoko zijn patroon politiek zal overleven. Hij behoort tot een lichting politici die hun carrière vooral te danken hebben aan Soeharto en die daarom eerder "hangen' - opgetrokken door de eerste man - dan "staan', bij gebrek aan maatschappelijk grondvlak. Wil Harmoko in 1998 een kans maken, zal hij zich de komende jaren een eigen machtsbasis moeten verwerven.

Het is de vraag of Golkar zich onder het leiderschap van Harmoko zal ontwikkelen van een politieke machine tot een partij. Tot dusverre heeft Golkar vooral gefunctioneerd als apparaat dat de machthebbers bij verkiezingen aan de nodige legitimiteit helpt en de bevolking mobiliseert voor ontwikkelingsdoelen. Politiek van boven naar beneden, kortom. Golkar wordt pas een geloofwaardige intermediar tussen staat en burgers als het zich ontworstelt aan de voogdij van president Soeharto en de disciplinering door ABRI. Van zo'n dubbele emancipatie viel tijdens dit congres weinig te bespeuren. Aan de statuten is niets veranderd, de Raad van Curatoren blijft de dienst uitmaken en Soeharto werd zondag bij acclamatie herkozen als voorzitter van de Raad.

Tot voor kort was de voorzitter van Golkar een ex-militair en de partijsecrtaris een burger. Dat die rollen binnen de nieuwe tandem zijn omgedraaid, is aanleiding voor verhitte discussies. Sommigen zien in de opkomst van de burger-politici en de retirade van de militairen een positief tijdsverschijnsel. Anderen wijzen op een dreigende alleenheerschappij van Soeharto en betreuren het zwakke tegenspel van de huidige legertop. Zij zien in ABRI voorlopig de enige waarborg voor staatkundige samenhang en voor continuïteit van het landsbestuur na het verscheiden van Soeharto. De huidige chef-staf, de Noord-Sumatraan Feisal Tanjung, nadert de pensioengerechtigde leeftijd en in een politiek bestel waarin Javanen de toon aangeven ontbreekt het de Batak-generaal aan voldoende invloed.