Shell-topman: heffingen op brandstoffen niet misbruiken

ROTTERDAM, 26 OKT. Nieuwe belastingen en heffingen op brandstoffen die bedoeld zijn om het milieu schoner te maken moeten alleen dàt doel dienen. Ze mogen niet door regeringen worden misbruikt om hun financiële tekorten weg te werken.

Dit pleidooi hield de directievoorziter van de Koninklijke Shell/Groep, drs. C.A.J. Herkströter, gisteren op de conferentie Oil and Money in Londen. Nieuwe belastingen en heffingen zijn volgens hem alleen gerechtvaardigd als ze de concurrentieverhoudingen niet verstoren, als ze een duidelijk milieu-doel dienen en als ze volledig "inkomsten-neutraal' zijn.

Met dat laatste punt bedoelt Herkströter dat een energiebelasting de vorm van een regulerende heffing moet krijgen, waarvan de opbrengst volledig via andere belastingen aan de burgers en ondernemingen wordt teruggegeven. Met die aanpak kan wel een zuiniger gebruik van energie worden bevorderd, en kan de toepassing van nieuwe technologie voor schonere verbranding financieel aantrekkelijker worden.

Volgens Herkströter moet er in het milieubeleid rekening mee worden gehouden dat de vraag naar energie over de hele wereld nog vele decennia zal stijgen en dat fossiele brandstoffen de grootste rol blijven spelen. Verreweg het grootste deel van de stijging in het verbruik zal zich voordoen in de ontwikkelingslanden, waar de vraag volgens de jongste ramingen in dertig jaar tijd zal verdubbelen. In die zelfde periode kunnen alternatieve, vernieuwbare energiebronnen als zon, wind, water- en getijden-kracht en biogas zelfs in het meest optimistische scenario nog niet de rol van de fossiele brandstoffen (olie, kolen an aardgas) overnemen, vooral niet in het transport, verkeer en als grondstof voor de petro-chemische industrie.

Nieuwe technologie kan ervoor zorgen dat de schadelijke emissies die bij het verbruik van fossiele brandstoffen ontstaan verder afnemen, zei Herkströter. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld, is het bruto nationaal inkomen de laatste honderd jaar met 400 procent toegenomen, maar de emissies van het broeikasgas kooldioxyde stegen slechts met 15 procent. In West-Europa is de uitstoot van zwaveldioxyde uit de produktie en het verbruik van olie-brandstoffen gedaald tot 40 procent van het niveau van 1979, aldus de Shell-directeur. Dit is bereikt door het overschakelen op duurdere, zwavelarme oliesoorten, ontzwaveling en het terugwinnen van zwavel in raffinaderijen. En sinds 1979 is in West-Europa, bij een stijging van het benzineverbruik met gemiddeld 35 miljoen ton per jaar, het loodgehalte in deze brandstof gedaald met 50.000 ton.

De technologie kan worden ontwikkeld om ook de kleinste hoeveelheden vervuiling te verwijderen, maar volgens de Shell-topman moet de vraag onder ogen worden gezien of “het werkelijk het beste gebruik van onze grondstoffen is om deze reiniging tot de grenzen die de technologie stelt, op te voeren”. Hij pleitte voor diepgaande kosten-baten analyses en een zorgvuldige timing van nieuwe maatregelen, in het bijzonder als het gaat om beperking van de uitstoot van kooldioxyde.

“Wetenschappelijke onzekerheid blijft heersen omtrent het grootste dilemma, de klimaatverandering. Maar de consequenties kunnen zeer ernstig zijn en het is begrijpelijk dat regeringen voorzorgsmaatregelen willen nemen. Het lijkt verstandig aanpassingen te realiseren die de grootste verbetering opleveren tegen zo laag mogelijke kosten. Anderzijds kunnen verkeerde maatregelen ernstige consequenties hebben.”