Rabin tracht Shas te paaien als opponent van het varken

TEL AVIV, 26 OKT. De Israelische premier Rabin is woedend op het Hooggerechtshof in Jeruzalem, dat vorige week een bommetje heeft geplaatst onder zijn toch al wat wankele regeringscoalitie. Voor de wat autoritaire ex-opperbevelhebber is het nog steeds moeilijk te doorgronden dat in de Israelische rechtsstaat het Hooggerechtshof het laatste woord heeft in het interpreteren van de wet, wat de politieke gevolgen er ook van mogen zijn.

Rabins woede geldt het besluit de import van vlees aan staatscontrole te onttrekken, waarmee de opperrechters de grenzen van het joodse land openden voor de invoer van varkensvlees en eveneens voor treife, dat wil zeggen niet kosher geslacht vlees.

Varkensvlees, het zwarte schaap in de joodse godsdienst, wordt allang, en steeds meer, in Israel gegeten. Vooral de Russische immmigranten zijn er gek op, wegens de smaak en de prijs, maar ook veel hier geboren Israeliërs trekken hun neus er niet voor op. Per jaar gaat er meer dan 10.000 ton varkensvlees over de toonbanken, in winkels die rabbinale controle weigeren. Dit binnenlandse varkensvleescircuit is een aanvaard feit, ook al wordt het met lede ogen door de religieuze partijen aangezien. Maar dat Israel volgens de uitspraak van het Hooggerechtshof zijn grenzen voor de import van onder andere varkensvlees moet openen is voor de rabbijnen en vrome joden zoiets als een doodzonde. Ze griezelen ervan dat Gods gebod zich van het eten van varkensvlees te onthouden, met medewerking van de soevereine joodse staat wordt geschonden.

Wat Rabin persoonlijk van een lekkere "witte biefstuk' denkt, zoals hier in restaurants een varkenslapje nogal eufemistisch wordt genoemd, is onbekend. Maar hij weet wel dat de uitspraak van het Hooggerechtshof de terugkeer van de ultra-orthodoxe Shas-partij in de regeringscoalitie duizendvoudig heeft bemoeilijkt. Juist de stemmen van de zes parlementariërs van deze partij heeft hij hard nodig om zijn vredespolitiek met zelfvertrouwen door de Knesset, het parlement, te kunnen manoeuvreren.

De Shas-leiding heeft Rabin al te verstaan gegeven dat er geen kijk op is dat de partij in de regeringscoalitie terugkeert als de uitspraak van het Hooggerechtshof blijft staan. Rabin heeft zijn ministers daarom bevel gegeven zo snel mogelijk een wetsontwerp door de Knesset te jagen dat invoer van treife, onrein, vlees verbiedt. Zolang Israel geen grondwet heeft zijn dergelijke manoeuvres mogelijk.

Rabins poging om als tegenstander van het varken in een goed blaadje bij de Shas-rabbijnen te komen, heeft hem in scherp conflict gebracht met de linkse en zeer progressieve coalitiepartner Merets. “Zo'n knieval voor religieuze chantage is strijdig met het coalitieakkoord tussen de Arbeidspartij en Merets”, klinkt het verontwaardigd in deze kringen. “Wij stemmen tegen.” Rabin kan deze uitdaging van links wel met enig optimisme tegemoet zien omdat Merets het vredesproces zeker niet wil laten stranden op de varkensvleesproblematiek. De Merets-politici hebben terwille van de kans op vrede wel meer kikkers geslikt, zoals een Israelische spreekwoord zegt. Rabin heeft dus wel coalitieproblemen gekregen, maar zijn regering zal er toch niet over struikelen.

Natuurlijk is het al dan niet eten van varkensvlees in de joodse staat goed voor een emotioneel debat. In een populair tv-debat vlogen voor- en tegenstanders elkaar gisteravond in de haren. De grappenmaker in dit programma, Tommi Lapid, suggereerde dat als de “vromen een wet tegen de invoer van varkensvlees willen, er ook een wet tegen zelfbevrediging moet komen, omdat God ook tegen zaadverkwisting is”. Een serieuzere toon sloeg Avraham Burg aan, een religieus Knesset-lid van de Arbeidspartij (zoon van dr. Josef Burg, de vroegere leider van de Nationale Religieuze Partij). Hij concludeerde dat nog eens duidelijk wordt dat synagoge en staat in Israel moeten worden gescheiden. “Ik ben ertegen dat mijn godsdienst door de staat aan anderen wordt opgelegd”, zei hij.

    • Salomon Bouman