Kunst tussen blote billen

Tussen alle boeken en tijdschriften die in de boekwinkel te vinden zijn is Snoecks altijd een opvallende verschijning. Alleen de geheel of deels ontklede dame op het omslag zorgt ervoor dat de consument er niet snel overheen kijkt. Wie het boekwerk openslaat en een soort Playboy verwacht, komt echter bedrogen uit. De lezer krijgt een curieus mengsel van literatuur, kunst, wetenschap en glamour, waarbij de tekst in vergelijking met de foto's duidelijk het onderspit heeft gedolven.

Een willekeurige greep uit het aanbod in de nieuwste editie levert het volgende lijstje op: "Literaire prijzen', een artikel over de Thyssen-Bornemisza kunstcollectie, een interview met Leon de Winter en 25 jaar Galerie Lieve Hemel. Maar ook "Niki Taylor, Amerika's nieuwste supermodel', "De zeerovers' en "Assepoester in spijkerbroek'. Assepoester blijkt een Playmate, maar in Snoecks wordt ze - hoewel in sexy pose - keurig gekleed afgebeeld.

Bijna even curieus als het blad zelf is de uitgever ervan. Serge Snoeck, want zo heet hij echt, zetelt in een statig maar sleets pand in het Belgische Gent. Met z'n zeventig jaar is deze enigszins sjofel geklede man, die is uitgerust met een gulle lach, precies even oud als het gelijknamige blad. Behalve uit hemzelf, bestaat de redactie uit z'n beide zoons en hoofdredacteur Joop Bromet. Actualiteit wordt niet nagestreefd, zo vertelt hij, wel is men uit op goed illustratiemateriaal. Snoeck: “Ik zeg altijd: doe geen voorstellen voor onderwerpen als ge ze niet goed kunt illustreren. Dit jaar heb ik twee artikelen moeten laten vallen omdat er geen goede foto's bij waren.”

Zeventig jaar geleden richtte z'n vader het blad op, als een soort voortzetting van een al 125 jaar door de familie Snoeck uitgegeven boekje à la de Enkhuizer-almanak. Zijn vader maakte er een echt boek van, maar het bleef een “zeer volks” produkt, aldus Snoecks, vooral gelezen door wat hij omschrijft als “een agrarisch publiek”. De betekenis van het blad was echter niet gering, voegt hij er onmiddellijk aan toe. “Veel mensen lazen in die dagen geen krant en dat boekje was de enige lectuur die ze een heel jaar lang onder ogen kregen. Het blad ging van boerderij tot boerderij. Schrijvers als Stijn Streuvels en Ernest Claes hebben ermee leren lezen.”

Toen Serge Snoeck direct na de oorlog de leiding van het blad op zich nam, schommelde de oplage zo rond de zeventigduizend. “Maar ja, toen kon je alles kwijt, want er was nog niks op de markt.”

De daarop volgende decennia liep de oplage langzaam maar zeker terug. Ook Willem Elsschot, die in die jaren de publiciteitsagent van Snoecks was, kon de gestaag neergaande lijn niet ombuigen.

In 1968 werden er nog geen 25 duizend exemplaren verkocht. Toen was voor Snoeck het moment aangebroken om het roer definitief om te gooien. De opmaak werd veranderd, de kwaliteit van de foto's verbeterd en er werd gesleuteld aan de inhoud. “Het moest een stuk aantrekkelijker worden, met veel foto's en dan kom je al gauw bij mooie dingen terecht. Kunst, film, mooie vrouwen, vreemde landen, prachtige gebouwen. En niet te vergeten: er werd een model op de cover gezet.”

Sindsdien is de redactionele formule niet meer ingrijpend gewijzigd. Een kunstblad wil Serge Snoeck het niet noemen, wel een cultureel blad. “Dat is breder. Er staat veel in dat niets met kunst te maken heeft, tenminste niet rechtstreeks. De grens is niet altijd even scherp te trekken. Denk maar eens aan mode. Onze invalshoek is niet specifiek kunstzinnig. We geven ook human interest-achtige informatie. De Thyssen-Bornemisza collectie, gaat ook over baron Hans Heinrich Thyssen. Wie is die man? Niet enkel als verzamelaar, ook als mens komt hij aan de orde.”

De in 1968 doorgevoerde veranderingen bleken een doorslaand succes. De oplage groeide met duizenden per jaar. Dit jaar gaan er 157.000 exemplaren over de toonbank: honderdduizend in België, de rest in Nederland.

Snoecks was 25 jaar geleden voor het eerst in Nederland te koop. Via een uitgever in Breda werden duizend exemplaren uitgezet; die waren binnen een mum van tijd uitverkocht. Het daaropvolgende jaar werden er vijfduizend exemplaren naar Nederland gestuurd, maar de Bredase uitgever was inmiddels overleden en z'n zaak was overgedaan aan een ander. Snoeck: “Dat was een uitgeverij die enkel in de religieuze boeken deed. De uitgever belde me in paniek op toen die vijfduizend Snoecks arriveerden. Wat hij ermee moest? Ik raak ze niet kwijt, zei hij, ik verkoop enkel catechismussen en zo. We hebben toen snel iemand anders gevonden, een uitgeverij in het noorden van Nederland, Triton. Maar die verkochten voornamelijk pornografische boeken.” Om van alle problemen af te zijn, doet Snoeck tegenwoordig de distributie zelf.

Met name uit Nederland komen elk jaar opnieuw veel reacties. Het gaat zelden over de inhoud van de artikelen of over de foto's, men vraagt vooral waar het blad te krijgen is. Negatieve reacties zijn er zelden geweest. Snoeck: “Een paar keer van wat feministes. Dat het schanddalig was met al dat bloot enzo.”

Wie leest het blad anno 1993? Snoeck: “De gewone arbeider, de handarbeider leest Snoecks niet. Die is meer geïnteresseerd in voetbal, wielrennen, biljart en duiven. Iemand die Snoecks koopt moet toch wel een beetje gestudeerd hebben, op z'n minst wat jullie HAVO noemen.”

En het geheim van Snoecks? “Het geheim van Snoecks? Er is geen geheim. Iedereen kan zo'n blad maken.”