Kans op tijdige terugkeer Aristide daalt

PORT-AU-PRINCE, 26 OKT. Alleen een wonder kan de verdreven Haïtiaanse president Jean-Bertrand Aristide aanstaande zaterdag nog terugbrengen naar zijn land, zoals was vastgesteld in het onder auspiciën van de Verenigde Naties gesloten akkoord over een herstel van de democratie in Haïti. Volgens de Amerikaanse ambassade, vrijwel aan de haven van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince, en vorige week nog een bolwerk van optimisme, heet het nu dat “de terugkeer van Aristide op 30 oktober steeds minder waarschijnlijk is”. Boven de hoofdstad, in de heuvels van Pétionville, zegt een woordvoerder van de speciale VN-afgezant Dante Caputo dat “als het niet de 30ste is, dan is het wel de 2de november, de 5de of de 10de. Als hij maar terugkomt”.

Caputo zelf riep gistermorgen gewezen presidenten en premiers van het Amerikaanse continent en Europa op “met spoed” naar Haïti te komen om ter plekke “waar te nemen wat er werkelijk in dit land gebeurt”. Caputo nodigde met name de Amerikaanse oud-president Jimmy Carter uit, alsmede de voormalige Canadese premier Brian Mulroney, de oud-presidenten Julio Maria Sanguinetti (Uruguay), Raúl Alfonsn (Argentinië) en José Sarney (Brazilië) en ex-premier Michael Manley van Jamaica. Zonder specifieke namen te noemen nodige de VN-afgezant ook “Europese leiders” uit voor een bezoek aan het Haïtiaanse politieke moeras. Gisteravond laat was alleen een eerste reactie bekend van oud-president Carter, die liet weten het voorstel “in overweging te nemen”.

Caputo's idee werd bekendgemaakt tussen twee rondes van besprekingen van de vorige maand door president Aristide benoemde premier Robert Malval met legerleider generaal Raoul Cédras in de zwaarbewaakte residentie van de eerste minister. De twee spraken elkaar dit weekeinde voor het eerst sinds 14 oktober, de dag waarop minister van justitie Guy Malary en drie medewerkers werden vermoord, vermoedelijk door aan de militairen loyale attachés ("hulppolitie').

Net als het gesprek van zaterdag liep ook een gistermiddag gehouden drie uur durende ontmoeting tussen Malval, Cédras en vertegenwoordigers van het parlement op niets uit. De door de regering-Malval gevraagde veiligheidsgaranties voor Haïtiaanse parlementariërs werden niet gegeven. Een woordvoerder van de generale staf liet slechts weten dat “er geen sprake is van een akkoord” en dat “het leger alle Haïtianen beschermt”.

Maar die woorden zijn onvoldoende voor de Aristide-getrouwe afgevaardigden en senatoren van het Haïtiaanse parlement. “Wat denkt u, als ze een minister van justitie kunnen vermoorden, zullen ze er heus niet voor terugdeinzen hetzelfde te doen met een paar parlementariërs”, zei senator Rony Mondestin, een voorstander van Aristide's terugkeer, gisteren voor de residentie van premier Malval. Leden van de regeringspartij - de facto de oppositie - zijn merendeels ondergedoken. Een aantal parlementariërs verblijft zelfs in het buitenland.

Het onvermogen van het parlement om bijeen te komen vormt het legalistische struikelblok in het afgebroken Haïtiaanse democratiseringsproces. Geen zitting van het parlement betekent geen amnestiewet, zeggen de militairen, dus we treden niet af en dus kan Aristide niet terugkomen. Voorstanders van de verdreven president wijzen erop, dat de militairen een vertragingstactiek uitvoeren en hopen op een voortijdig einde van wat in de wandelgangen het Akkoord van Governor's Island heet.

Het parlement zou vandaag bijeenkomen, maar gezien de zeer waarschijnlijke afwezigheid van de Aristide-getrouwen betekent dat niet veel. Cédras en Malval hebben woensdag weer een afspraak.

De Veiligheidsraad van de VN besloot gisteravond dat het embargo tegen Haïti kan worden uitgebreid tot andere goederen en diensten. De huidige sancties verbieden de levering van olie en wapens aan Haïti. Intussen eist het politieke geweld in het land opnieuw slachtoffers. Gisteren zijn volgens ooggetuigen, onder wie buitenlandse fotografen en cameramensen, de lijken gevonden van twee tot negen vermoorde mensen. In Miami, waar veel Haïtiaanse ballingen wonen, werd de Haïtiaanse presentator van een radioprogramma vermoord. Nog niet vaststaat of het hierbij om politieke motieven ging.