Historisch verleden

De Gids september 1993, (jaargang 156, nr 9), 74 blz., ƒ14,90; uitgever: Meulenhoff; jaarabonnement ƒ105,- (twaalf nummers).

Amerikanen spreken van de shit-threshold. In Nederland moeten we ons behelpen met het truttige "kwaliteitsdrempel'. Bedoeld is de verdedigingslinie die tijdschriften (en kranten) opwerpen tegen het popelend leger van stukjestikkers, gelegenheidspoëten, bevriende essayisten, en hoogleraren die niet genoeg krijgen van le plaisir de se voir imprimé. Verschanst achter hooggestemde maatstaven bewaakt de redactie de kwaliteit van haar blad tot de laatste druppel penne-inkt is vergoten - althans, dat is de bedoeling. Wat de "drempel' inhoudt, weet echter niemand, want shit is in the eye of the beholder. Alleen als het mis gaat, wordt dat ogenblikkelijk duidelijk.

Helaas is het enigszins misgegaan met het eerste deel van het dubbele themanummer van De Gids over Duitsland. Acht essays telt deze aflevering van het oudste algemeen-culturele tijdschrift van Nederland, en het zijn geen bijdragen van de eerste de besten. Zo vraagt de ambassadeur van de Duitse Bondsrepubliek Klaus Jürgen Citron nog eens om begrip van de Europese partners voor zijn "moeilijk vaderland' en waarschuwt de Amsterdamse hoogleraar Nieuwste Geschiedenis Maarten Brands dat het voor de wereld een regelrechte ramp zou zijn “wanneer Duitsland inderdaad weer door het eigen verleden ingehaald zou worden”. Voorts geeft bijzonder hoogleraar vredesvraagstukken aan de VU Herman de Lange een overzicht van de Duitse naoorlogse veiligheidspolitiek, om tot de slotsom te komen dat 1993 niet lijkt op 1933. Bovendien laat de Rotterdamse hoogleraar maatschappijgeschiedenis Henri Beunders zijn licht schijnen over het Nederlands nationalisme, dat zich uit in irrationele anti-Duitse sentimenten. Ten slotte biedt F.E. Frenkel een beschouwing over de strafrechtelijke aanpak van het neo-nazisme, en concludeert Micha Hilgers (“praktiserend en erkend psychoanalyticus in Aken”) dat “dissociale jongeren uit ontwrichte milieus en extreem-rechts georiënteerde ideologieën daarom zo goed "conveniëren', omdat personen met een identiteitsproblematiek en ernstige traumatiseringen in hun levensloop behept zijn met een nauwelijks tot ontwikkeling gekomen intrapsychische spanningstolerantie”. Waarvan akte.

De vraag die opdoemt na lezing van dit nummer van De Gids is of Nederlanders wel over Duitsland kunnen schrijven zonder gebruik van banale beeldspraken die als zilvervisjes massaal hun weg zoeken door de open deuren die ingetrapt worden. Het begint al in de redactionele voorrede, waarin gewag wordt gemaakt van "de stofwolken die opwoeien bij de val van de muur'. Daarna gaat het van kwaad tot erger. Er is in deze Gids geen "historisch verleden' of het is wel "loodzwaar beladen', geen extreem-rechtse groep of zij "schiet als een paddestoel uit de grond', en geen politieke bocht of zij is "glad en scherp'. Het grootste bezwaar is evenwel dat de bijdragen geen van alle uitstijgen boven de vele stukken over Duitsland die reeds overal in de kranten en weekbladen stonden - alleen waren die vaak beter geschreven, strakker geredigeerd, en zonder de apodictische ondertoon. Het oktobernummer zal, zo belooft de redactie "de meer culturele, cultuurhistorische en literaire aspekten' van Duitsland aan het licht brengen. Wij houden onze adem in.

    • Bastiaan Bommeljé