Harde strijd over afkoeling van Chinese economie

PEKING, 26 OKT. Drie maanden afkoelingsmaatregelen hebben een hoeveelheid lucht uit de hete ballon van de Chinese economie geperst, maar hoe krachtig en hoe lang de afkoeling nog moet doorgaan is een omstreden zaak.

Het Staatsbureau voor de Statistiek maakte onlangs bekend dat de verwachte economische groei dit jaar 13,2 procent zal bedragen tegen 12,8 procent vorig jaar. Het bureau zei ook dat het begin juli begonnen afkoelingsprogramma van 16 punten tegen de verwachting in niet tot een "steile duikvlucht' in de economie heeft geleid. Sommige regeringseconomen zijn van mening dat drastische daling van de hoge groei ook niet meer nodig is, omdat de macro-economische controle-maatregelen “een begin van succes” hebben gehad.

Zo berichtte de China Daily vorige week dat de inflatie in de 35 grootste steden, in juli nog 23,3 procent met 2,6 procent is verminderd en nu 20,7 procent bedraagt. De vrije val van de munteenheid is gestopt en de zwarte geldmarkt beteugeld. Voorts heeft het afkoelingsprogramma paal en perk gesteld aan de soepele geldpolitiek van de staatsbanken die te gemakkelijk leningen verstrekten voor niet-essentiële industrie- en handelsprojecten in overijld gekozen nieuwe speciale industrie-zones. Een groot deel van de kredieten, bestemd voor landbouw en infrastructuur werd gebruikt voor speculatie in onroerend goed en aandelen op China's eigen twee beurzen in Shenzhen en Shanghai, maar ook in Hongkong. De nieuwe krap-geldpolitiek heeft de onroerend-goedhausse in een aantal kuststeden aan banden gelegd en de prijzen drastisch omlaag gebracht.

Het afkoelingsprogramma heeft er ook toe geleid dat de groei in staatsinvesteringen van 70,7 procent gedurende de eerste zes maanden in het derde kwartaal tot 61,7 procent is teruggebracht. Er is verder een wijziging in de opbouw van de groei. De industriële groei is sinds juni met ruim zes procent omlaag gebracht tot 24,1 procent gemiddeld over de eerste negen maanden van 1993 en de verwachting is dat het jaar-gemiddelde 20 procent zal bedragen.

Tegenover die hoge groei in de industrie staat lage tot minimale groei in sectoren als transport, infrastructuur en energie-voorziening. De steenkoolproduktie bijvoorbeeld groeide wegens gebrek aan spoorwegcapaciteit slechts met 5,6 procent, de energie met 9,7 procent en de olieproduktie slechts met 1 procent.

Ook de groei in de landbouwsector is laag. Een officieel cijfer is recentelijk niet gegeven, wellicht omdat dat te gevoelig is. Eigen berekeningen komen op 7,5 procent, maar een deel daarvan komt van plattelandsindustrieen. De groei van de landbouw in engere zin ligt waarschijnlijk niet hoger dan 3 procent. President en partijleider Jiang Zemin zei in zijn toespraak tot een maandag geopende nationale landbouwconferentie dat de landbouw de zwakste sector in de nationale economie was geworden. Jiang onthulde dat boeren-inkomens zodanig zijn gedaald dat boeren geen zin in graan- en katoenteelt meer hebben en vruchtbare landbouwgrond braak ligt.

Het afkoelingsprogramma is om uiteenlopende redenen omstreden. Kustprovincies, met name in het zuiden, willen niets van bezuinigingen en vertraging weten. De miljarden aan investeringen uit Hongkong, Taiwan en Singapore blijven onverminderd binnenstromen en zij hebben de centrale schatkist niet nodig. Verder klagen de staatsbedrijven steen en been omdat zij wegens de door de nieuwe economische tsaar en vice-premier Zhu Rongji bevolen macro-economische aanpassingen een ernstig tekort aan bedrijfskapitaal hebben. “In september daalde de groei van staatsbedrijven tot 6,8 procent. Opslag van goederen is weer schering en inslag, vele bedrijven liggen stil”, schreef het Economisch Dagblad onlangs. Door het leningsverbod bij banken zijn bedrijven weer aan elkaar gaan lenen, de zogenaamde "driehoeksleningen', die bij elkaar een grote bodemloze put vormen. Met deze lapmiddelen moeten faillissementen en werkeloosheid onder staatsbedrijven worden voorkomen en is dezelfde vicieuze kringloop weer hervat. De afgelopen weken zijn restricties op leningen weer wat versoepeld en niet alleen aan staatsbedrijven.

Het verzet tegen het afkoelingsprogramma is deels gericht tegen de doortastende, vaak als arrogant ervaren stijl van vice-premier Zhu Rongji, die sinds eind juni tevens gouverneur van de centrale Volksbank is. Begin september dreigde Zhu nog dat alle provinciale machthebbers die zijn soberheids-decreten zouden negeren, “een kopje kleiner” zouden worden gemaakt. Zhu had eerder bevolen dat er in verlieslijdende staatsbedrijven geen loonsverhogingen meer mochten plaatsvinden en dat zij binnen twee jaar volledig van kredieten zouden worden afgesneden. Ook is er verzet tegen de strikte controle-maatregelen van Zhu die voor te veel functionarissen te veel kansen elimineren om frauduleus geld te vergaren.

Dit is China's klassieke dilemma. In de tijden van extreem Maoistisch egalitarisme bestond er geen economische dynamiek en ook weinig of geen corruptie. In het tijdperk van hoge groei is corruptie de dominerende levensstijl geworden, meer regel dan uitzondering. Waar ligt de gulden middenweg?

De conservatieve president Jiang Zemin speelde eind september op een conferentie van zuidelijke provinciale leiders in Guangzhou (Kanton) op de frustraties in en riep op tot aanhoudende, snelle en gezonde groei. “Wij kunnen ons geen lage groei veroorloven omdat, als dat gebeurt, onze economie zich niet zal ontwikkelen en wij in een passieve toestand, onderworpen aan de controle van anderen (dat wil zeggen het imperialisme) zullen terugvallen. Alle plaatsen die de hulpbronnen voor snelle groei hebben, moeten dat doen en die plaatsen die binnen afzienbare tijd onmogelijk hoge groei kunnen bereiken, moeten krachtige pogingen ondernemen om geleidelijk de voorwaarden voor hogere groei te scheppen”, aldus Jiang.

Het debat gaat er nu over wat "gezond' is. Het Economisch Dagblad zegt dat het vierde kwartaal van dit jaar en het eerste kwartaal van volgend jaar de kritieke periode voor de stabilisatie en balancering van China's economische groei zal zijn. Er is een consensus onder Chinese economen dat er een “passend, hoog” groei-percentage gehandhaafd moet worden, maar wat is passend?

Qiu Xiaohua, chef-econoom van het Staatsbureau voor de Statistiek meent dat het op 8 tot 9 procent moet worden gesteld, omdat dat hoog genoeg is en tevens de door Zhu Rongji voorgestane invoering van moderne regulering en discipline zal toelaten. De meeste buitenlandse economische waarnemers menen echter dat de topleiding op instructie van opperste leider in ruste Deng Xiaoping (89) het op voortzetting van hypergroei wil houden en alle ongeregelde praktijken en risico's die daarbij horen op de koop toe wil nemen.

    • Willem van Kemenade