Familiekroniek "Het huis met de geesten' van Isabel Allende verfilmd; Wennen aan Meryl Streep als grootmoeder

Deze week gaat Het huis met de geesten in première, de verfilming van de bekende roman door de Deense cineast Bille August. Een gesprek met de schrijfster Isabel Allende.

AMSTERDAM, 26 OKT. Het huis met de geesten was de eerste en volgens velen de beste roman van de Chileense schrijfster Isabel Allende (1942). Met dit debuut uit 1982 verwierf de nicht van de vroegere Chileense president Salvador Allende internationale bekendheid als de vrouwelijke evenknie van Gabriel Garcá Márquez. Het verhaal is een familiekroniek, gebaseerd op de geschiedenis van de familie van Isabel Allende. Daarnaast kan het worden gelezen als de recente geschiedenis van Chili. Het beschrijft de periode van het begin van deze eeuw tot kort na 1973, toen Allende zelfmoord pleegde en de dictatuur begon. De Deense cineast Bille August heeft het boek nu verfilmd, met in de hoofdrollen Jeremy Irons, Meryl Streep en Vanessa Redgrave.

Wat vindt u van de verfilming?

Ik werd er diep door geraakt. De eerste keer had ik moeite met de personages, die ik me natuurlijk heel anders had voorgesteld. Mijn boeken zijn op bestaande personen gebaseerd, beschreven zoals ze er in de werkelijkheid uitzien. In Het huis met de geesten waren dat vooral familieleden: Clara is mijn grootmoeder, Esteban mijn grootvader. Mijn grootmoeder was een kleine vrouw met donkere ogen, net als ik zelf. En toen verscheen daar in de film ineens Meryl Streep, groot, blond en met blauwe ogen. Maar toen ik de film voor de tweede keer zag, was ik eraan gewend, en bij de derde keer wist ik niet beter of Meryl Streep was mijn grootmoeder.

Houdt u van film?

Ik ben filmfanaat. Het fascinerende is dat al je zintuigen tegelijk worden aangesproken. In boeken ben je aangewezen op het woord: je moet de lezer woord voor woord, alinea voor alinea meevoeren naar jouw wereld. Bij film beschik je over veel meer middelen om de toeschouwer te verleiden: geluid, licht, kleur en beelden. Daar is geen ontsnappen aan.

Door mijn ervaringen met de verfilming van Het huis met de geesten overweeg ik nu ook zelf filmscenario's te gaan schrijven. Volgens mij ligt me dat. Ik denk sterk in beelden. Aan de andere kant schrijf ik heel verhalend en maak ik in mijn boeken nauwelijks gebruik van dialoog, terwijl een film juist is opgebouwd uit scènes en dialogen. Dat zal ik me dus nog eigen moeten maken.

Waarom? U schrijft toch al succesvolle boeken?

Het aantrekkelijke van film is dat je er een ongelooflijk groot publiek mee kunt bereiken. Met hoe meer mensen je je verhalen kunt delen, hoe beter.

Weet u van tevoren hoe een verhaal eindigt?

Als ik een boek begin, weet ik niet hoe het verder zal gaan of wanneer het af zal zijn. Mijn derde roman Eva Luna had bijvoorbeeld eerst een gelukkig einde. De hoofdpersonen hadden elkaar gevonden en hielden van elkaar. Opgelucht zette ik de laatste punt, en ik wilde de goede afloop al gaan vieren. Maar ineens voelde ik dat het toch niet klaar was. Ik moest weer terug naar mijn schrijftafel, en schreef toen dat het misschien wel anders was gelopen, dat de liefde misschien over was gegaan en ze uit elkaar waren gegaan. Veel lezers, vooral vrouwen, nemen me dat slot kwalijk, maar ik kon er niets aan doen. Als ik schrijf, word ik gestuurd door het verhaal en de personages, zij beslissen hoe het verder gaat, niet ik.

Bedenkt u het begin wel zelf?

De beginzin schrijf ik altijd op 8 januari, de dag waarop ik twaalf jaar geleden Het huis met de geesten begon. Dat boek is zo'n daverend succes geworden dat ik sindsdien al mijn boeken op die datum begin. Ik ga dan heel vroeg naar kantoor en houd in mijn eentje een ceremonie waarbij ik de geesten om hulp en inspiratie vraag. Als ik de kaarsen en de computer heb aangedaan, schrijf ik de eerste zin, die ik laat opborrelen vanuit het instinct, niet vanuit de rede. Die eerste zin opent de deur naar een verhaal dat er al is, verborgen in een andere dimensie. Het is mijn taak die dimensie te betreden en het verhaal tevoorschijn te halen. Toen ik de eerste zin schreef van Het huis met de geesten "Barrabas is van over zee bij ons gekomen', wist ik nog niet wie Barrabas was en waarom hij was gekomen. Het boek eindigt met dezelfde zin. Het is iets magisch dat ik niet goed kan uitleggen, omdat ik het niet zelf in de hand heb.

Toen het dit jaar 8 januari werd, was mijn dochter Paula net overleden. Ik was in een shocktoestand. Toch wilde ik met iets nieuws beginnen, want ik had het gevoel dat ik anders gek zou worden. Ik had al veel over het nieuwe boek nagedacht en de strekking ervan stond mij duidelijk voor de geest. Maar toen ik de eerste zin had geschreven, zag ik dat het verhaal een heel andere kant op ging. Nu heb ik al vierhonderd bladzijden geschreven, en het is iets totaal anders geworden dan ik in mijn hoofd had.

In uw boeken is de scheidslijn tussen dood en leven niet scherp. De personages accepteren de dood van hun naasten vaak als iets natuurlijks. Kan dat in het echte leven ook?

Ja, ik kan dat. Bij mijn vorige bezoek aan Amsterdam logeerde ik met mijn dochter in hetzelfde hotel als nu, in dezelfde kamer. Er komen nu veel herinneringen boven aan dingen die ik hier met haar gedaan en besproken heb. Maar juist doordat zij nog zo sterk in mijn herinnering voortleeft, kan ik haar dood accepteren. Ik praatte altijd veel met haar, en dat doe ik nog steeds. Ook het schrijven helpt mij tot mezelf te komen, door de pijn heen te gaan. Andere mensen doen dat misschien met behulp van een therapie, ik doe het door te schrijven.

Uw laatste boek, Het oneindige plan, speelt voor het eerst niet in Chili, maar in de Verenigde Staten. Heeft Chili uw belangstelling verloren?

Ik woon nu in Californië en heb me tot die roman laten inspireren doordat ik verliefd ben geworden op de plek, op de verhalen en op een man daar. Dat wil niet zeggen dat ik nooit meer over Chili zal schrijven. Via mijn moeder, die in Chili woont, blijf ik goed op de hoogte van wat daar gebeurt. Al jarenlang schrijven we elkaar vrijwel dagelijks uitvoerige brieven. Sinds een week doen we dat per fax.

Mijn moeder leest mijn boeken altijd als eerste. Aan haar oordeel hecht ik veel belang. Niet in alle gevallen natuurlijk. Als ik bijvoorbeeld seks-scènes beschrijf, zegt zij altijd: "Hoe kun je dat nu opschrijven? Nu weet iedereen dat je dat doet.' Ik maak me daar geen zorgen over. Ik beschrijf tenslotte ook oorlogssituaties waarin mensen elkaar vermoorden, zonder zelf ooit iemand vermoord te hebben. Ik val niet samen met mijn personages, het zijn romanfiguren. Maar bij mijn moeder wil dat er niet in.

    • Judith Uyterlinde