Wie bezorgt Gardiner een trompet die niet bijna alles fout doet?

Concert: The English Baroque Soloists en The Monteverdi Choir o.l.v. John Eliot Gardiner. Met: Nancy Argenta (sopraan), Andreas Scholl (counter), Anthony Rolfe Johnson (tenor), Stephen Varcoe (bariton). Programma: Cantates BWV 11, 37, 43 en Motet BWV 225. Gehoord: 24/10, Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.

Het moet maar weer eens gezegd. Zou er nou niet één instrumentenbouwer bestaan die een trompet kan ontwerpen met de bescheiden klank van een achttiende-eeuws instrument, waar de bespeler niet de ene valse noot na de andere uit hoeft te persen? Bouw desnoods iets geheel nieuws, of geef het instrument een modern uiterlijk, met de technische perfectie en de ventielen van een hedendaagse trompet maar met een lekker oud geluid. Het gaat in de historisch uitvoeringspraktijk bij het maken van kopieën van oude instrumenten toch niet om het uiterlijk, maar om de klank.

Zondagmiddag bij het concert van The English Baroque Soloists onder leiding van John Eliot Gardiner was het weer raak. In de bas-aria van de cantate Gott fähret auf mit jauchzen zat een trompet-solo waarvan slechts een enkele noot redelijk op zijn plaats stond. Hoe zou de dirigent dat ervaren? Als een noodzakelijk kwaad, of toch ook met kromme tenen? Als er één dirigent is voor wie perfectie in de uitvoering van oude muziek namelijk een sleutelbegrip lijkt, is het wel John Eliot Gardiner.

Dat bleek ook weer tijdens de rest van het concert, waar maar liefst drie Hemelvaartscantates van Bach (dat is tenminste één te veel voor een normaal concert en bovendien historisch volstrekt onverantwoord) plus een motet met de bij hem gebruikelijke precisie werden uitgevoerd.

Toch is er iets aan Gardiners interpretatie van Bach, dat mij tegenstaat. Zijn Bach klinkt vaak te veel naar Händel, vooral door het explosieve geluid van het koor. De muziek van Bach kan slechts weinig uiterlijk vertoon verdragen en vraagt om een zekere intimiteit, die bij Gardiner meestal ver te zoeken is. Dat het koor anders kan, bleek uit het dubbelkorige motet Singet dem Herrn ein neues Lied, waar het middendeel wel met tederheid werd gezongen. Maar zo gauw er "lobet', "jauchzet' of "singet' staat, slaat de door Gardiner aangemoedigde uitbundigheid weer keihard toe.

Gelukkig was er één moment dat alle overige kritiek deed vergeten. Countertenor Andreas Scholl zong de verstilde aria "Ach bleibe doch, mein liebstes Leben' uit de cantate Lobet Gott in seinen Reichen (een soort mini Hemelvaartsoratorium) met een intensiteit en een energieke terughoudendheid die maakte, dat ik dit concert niet zou hebben willen missen.