Weelderige vormen voor kleding in oude fabriek

UITHOORN, 25 OKT. Een van de meest liefdeloze gebouwen op het industrieterrein buiten Uithoorn was het complex, een fabriekshal en kantoortoren, van shampoofabrikant L'Oréal. De nieuwe eigenaar, het confectiebedrijf Freetex, vroeg architect Caspar van der Hoeven om van deze lekkende betonnen doos een representatief hoofdkantoor met showroom te maken. Voor 5,5 miljoen gulden - nog altijd minder dan nieuwbouw zou hebben gekost - heeft Freetex nu de eerste fase van een onderkomen dat aanzienlijk flamboyanter is dan de eigen koopwaar.

Van der Hoeven (41), samen met Guus Baneke oprichter van een bureau met twaalf medewerkers in Amsterdam, hoefde in deze zee van in totaal achtduizend vierkante meter het grote gebaar niet te schuwen. De voormalige fabriek deelde hij op in vier zones. Aan de straatkant ligt een winkel waar detaillisten de nieuwste modellen kunnen bekijken en in kleine aantallen kopen. In de grote open hal plaatste hij twee showrooms als losse objecten in de ruimte; doordat ze op plinten staan lijken ze los van de grond te komen. De IJsschots (herenkleding) is een schuine kubus van gezandstraalde glazen panelen die bijna onzichtbaar door stalen beugels bijeen worden gehouden. Door de lampen in de vloer te dimmen verschuift de kleur van het glas van blauwgrijs tot heldergroen. De Kapel (dameskleding) is heel anders van sfeer: een hoge ovaal, van binnen met hout bekleed en van buiten met een "rokje', bolle platen geperforeerd metaal met daaronder bij wijze van petticoat verkreukelde goudkleurige folie.

De volgende zone, door een kronkelende wand van glazen bouwstenen van de hal afgescheiden, herbergt zeven kleine showrooms cq spreekkamers. Deze komen aan de achterkant uit op de kas met glazen dak. Een houten plankier voert langs palmen naar een vijvertje met een kussen van mos (inclusief smurf) en waterhyacinthen die zachtjes in de rondte draaien. Dwars door de hal en over de kas heen loopt een zestig meter lange loopbrug op schuine stelten; in de vloer verzonken spotjes belichten die van onderen om te voorkomen dat het als een barrière aanvoelt. Kas en loopbrug kunnen eventueel ook voor modeshows worden gebruikt. Van der Hoeven heeft ook zelf de hal ingericht met uiterst design-bewuste, sculpturale meubels als een schuin aflopend bankje van turkoois leer en helrode bank en fauteuils van de Israelisch-Engelse ontwerper Ron Arad.

Zijn al deze ingrepen vooral te beschouwen als binnenhuisarchitectuur, aan de betonnen doos zelf is ook wat veranderd. Aan de straatkant is de pui een paar meter naar achteren gezet om de begane grond een lichter, ruimer gevoel te geven. Dichte muren van gasbeton zijn vervangen door glazen bouwstenen; nieuwe ramen zijn geplaatst in kozijnen van oregon pine.

Aan de directe omgeving is ook veel zorg besteed. Bij de entree is een rotstuin aangelegd met flagstones en twee keien waarvan de grootste zesduizend kilo weegt. Op het parkeerterrein staan de auto's tussen verzonken verlichting en klompen bamboe.

Dit najaar moet de achterkant van de hal klaar zijn om onder andere de styling-afdeling en het naai-atelier voor proefmodellen te huisvesten; in een latere derde fase wordt de kantoortoren aangepakt. Als het kantoor klaar is zou Van der Hoeven als klap op de vuurpijl liefst een hengel van het dak hangen met daaraan een vrij ronddraaiende neonreclame.

Baneke en Van der Hoeven staan erom bekend dat modieuze vormen en materialen in hun werk een grote, om niet te zeggen overheersende rol spelen. Ook Freetex is zo nadrukkelijk vormgegeven dat je bijna zou vergeten dat er architectuur in de technische zin aan te pas kwam. “Wij hebben het vermogen om met architectuur mensen te behagen,” zegt Van der Hoeven hierover. “Ons bureau legt zich dan ook steeds meer toe op esthetische unica.” Niet alle klanten van Freetex begrijpen het nut of de noodzaak van zo'n weelderige huisvesting. Vooral de inkopers uit voormalige Oostblok-landen vragen zich af of er niet beter een gulden van ieder kledingstuk af had gekund. Inderdaad is er geen groter contrast denkbaar tussen de grauwheid van de gemiddelde Oosteuropese fabriek en deze glinsterende, zinnelijke inrichting.