Verdriet om dood bisschop Zwartkruis niet verdwenen

HAARLEM, 25 OKT. Eén dag na het overlijden van de Haarlemse bisschop Th.H.J. Zwartkruis, op 21 oktober 1983, dichtte Huub Oosterhuis: “Ontijdig heeft de dood hem overmand, gekrenkt tot in zijn hart, terneer geslagen. Die zo gehoopt had, na zijn zware ambt, in rust te leven nog wat levensdagen.”

Honderden mensen zongen gisteren deze regels tijdens een ingetogen herdenkingsdienst in de Sint Bavo kathedraal in Haarlem. Pastoor H.J. van Ogtrop herinnerde aan de gevoelens van verdriet en verwarring waardoor velen werden overmand na het bekend worden van het overlijden van Zwartkruis. Velen in het bisdom legden destijds een direct verband tussen het plotselinge overlijden van de bisschop en het feit dat hij niet was gekend in de benoeming, op 22 oktober 1983, van zijn opvolger, mgr. H.J.A. Bomers.

“De gevoelens van toen zijn niet verdwenen. Ik zal geen schuldigen aanwijzen voor de spanning waarin wij ons nog steeds bevinden. De spanning tussen hen die ijveren voor het bewaren van de geloofsschat alléén en zij die durven te luisteren naar wat niemand wil horen”, aldus Van Ogtrop.

Haarlem, tien jaar geleden. De gezondheid van de Haarlemse bisschop Zwartkruis liet niets te wensen over. Ook wist hij zich bemind door de gelovigen in zijn bisdom. Maar hij wist ook: er komt een dag dat ik op grond van mijn leeftijd ontslag moet vragen en het zou goed zijn als mijn opvolger dan is ingewerkt. Dus diende hij in het voorjaar van 1982 bij de nuntius een verzoek in om een co-adjutor, een hulpbisschop met recht van opvolging. Die zou in 1983, als Zwartkruis 75 werd, diens plaats kunnen innemen. Er ging een jaar voorbij.

Niets vermoedend begaf Zwartkruis zich dinsdag 18 oktober 1983 naar Utrecht om de bisschoppenvergadering bij te wonen. Hij was nog maar nauwelijks in het aartsbisschoppelijk paleis gearriveerd of er kwam een telefoontje binnen uit Den Haag. Of Zwartkruis per ommegaande bij de nuntius, dr. B. Wüstenberg, wilde komen. Daar hoorde hij dat het het paus Johannes Paulus II had behaagd mgr. H.J.A. Bomers te benoemen tot nieuwe bisschop van Haarlem.

“H.J.A. Wie? We wisten niet wat we hoorden!” zegt een voormalig naaste medewerker van Zwartkruis. In Haarlem werd snel het pauselijk jaarboek opgeslagen. Ja, daar stond hij: Bomers, H.J.A., geboren 1934, lid van de congregatie van de Lazaristen, missiebisschop ergens ten westen van Addis Abeba. Bomers was zó onbekend voor de medewerkers van Zwartkruis dat één van hen zich liet ontvallen: “Hij is toch geen neger?”

Op zaterdag 22 oktober zou Rome om klokke 12 uur de naam van de nieuwe bisschop van Haarlem bekend maken. Maar De Telegraaf was het Vaticaan voor en kwam al een dag eerder met het nieuws. Die vrijdagochtend voelde Zwartkruis zich niet lekker. Volgens zijn toenmalige perschef T. Hottinga was dat een zeldzaamheid. De huisarts werd erbij gehaald, die constateerde een verhoogde bloeddruk. Het leek hem beter wanneer de bisschop een paar dagen zou worden opgenomen in het ziekenhuis. De ambulance reed voor. Op het bed van Zwartkruis lag De Telegraaf. Nog diezelfde avond werd hij getroffen door een beroerte als gevolg waarvan hij om kwart voor elf overleed.

De volgende ochtend rinkelde de telefoon in het bisschopshuis. Hottinga herinnert zich dat het de nuntius was die vroeg of een persbericht kon worden opgesteld waarin moest staan dat Zwartkruis al eerder last had gehad van te hoge bloeddruk. De nuntius kreeg nul op het rekest. Even later ging de telefoon opnieuw. Ditmaal was het kardinaal Simonis. Hij had hetzelfde verzoek als de nuntius. Weer klonk een "neen' aan de andere kant van de lijn.

“Natuurlijk zei ik neen. Zwartkruis ging zorgvuldig om met zijn gezondheid, hij liet zich regelmatig onderzoeken. Ik begreep wel dat naar buiten niet mocht blijken dat de bisschop door de benoeming van Bomers van slag was geraakt. Maar ik vond die telefoontjes vreselijk”, zegt een voormalig naaste medewerker die liever niet met naam genoemd wil worden.

De uitvaartdienst werd door ruim drieduizend mensen bezocht. Het huis in Heemstede, waar Zwartkruis na zijn emiritaat wilde gaan wonen, werd van de hand gedaan.

    • Anneke Visser